Samenvatting H7 – management in netwerken
7.1 Een gedachten experiment
Liegen mag niet, want dat schaadt het vertrouwen, maar je hoeft niet de volledige waarheid te
vertellen.
Wanneer partijen zich in een netwerk bevinden, moeten zij zich strategisch gedragen, willen zij
succesvol functioneren. Er zijn tegengestelde belangen en partijen zijn desondanks tot elkaar
veroordeeld: ze hebben elkaar voor de realisering van het eigen belang nodig. Een verbod op liegen
zou het functioneren van partijen in ene netwerk onmogelijk maken.
Als alle actoren in een netwerk de collectieve afspraak hebben dat liegen verboden is, kan het heel
aantrekkelijk zijn voor een actor om juist weer te gaan liegen > er ontstaan dus prikkels voor actoren
om zich aan de collectieve afspraak te onttrekken.
Het gedachte-experiment leidt hiermee tot vijf conclusies:
- In netwerken zullen actoren strategieen toepassen om hun belangen te realiseren, maar wie dat
zonder enige reserve doet, kan als onbetrouwbaar worden gezien – waardoor het heel moeilijk
wordt om je eigen belangen nog te realiseren.
- Om die reden dienen actoren zich ook te houden aan spelregels, die vaak impliciet zijn en die het
gedrag van actoren zullen matigen.
- Wie zich niet aan de spelregels houdt, krijgt als ‘sanctie’ dat andere actoren hem of haar als
onbetrouwbaar gaan zien en dus niet meer met deze actor willen samenwerken.
- Er is onderscheid tussen professionele en persoonlijke betrouwbaarheid – betrouwbaarheid in een
netwerk van interdependentie relaties is wat anders dan betrouwbaarheid in affectieve relaties.
- Afspraken om af te zien van strategieën en strategisch gedrag hebben waarschijnlijk weinig kans
omdat ze een prikkel zijn voor actoren om zich juist wel strategisch te gaan gedragen.
7.2 Spelregels in netwerken
7.1 Een gedachten experiment
Liegen mag niet, want dat schaadt het vertrouwen, maar je hoeft niet de volledige waarheid te
vertellen.
Wanneer partijen zich in een netwerk bevinden, moeten zij zich strategisch gedragen, willen zij
succesvol functioneren. Er zijn tegengestelde belangen en partijen zijn desondanks tot elkaar
veroordeeld: ze hebben elkaar voor de realisering van het eigen belang nodig. Een verbod op liegen
zou het functioneren van partijen in ene netwerk onmogelijk maken.
Als alle actoren in een netwerk de collectieve afspraak hebben dat liegen verboden is, kan het heel
aantrekkelijk zijn voor een actor om juist weer te gaan liegen > er ontstaan dus prikkels voor actoren
om zich aan de collectieve afspraak te onttrekken.
Het gedachte-experiment leidt hiermee tot vijf conclusies:
- In netwerken zullen actoren strategieen toepassen om hun belangen te realiseren, maar wie dat
zonder enige reserve doet, kan als onbetrouwbaar worden gezien – waardoor het heel moeilijk
wordt om je eigen belangen nog te realiseren.
- Om die reden dienen actoren zich ook te houden aan spelregels, die vaak impliciet zijn en die het
gedrag van actoren zullen matigen.
- Wie zich niet aan de spelregels houdt, krijgt als ‘sanctie’ dat andere actoren hem of haar als
onbetrouwbaar gaan zien en dus niet meer met deze actor willen samenwerken.
- Er is onderscheid tussen professionele en persoonlijke betrouwbaarheid – betrouwbaarheid in een
netwerk van interdependentie relaties is wat anders dan betrouwbaarheid in affectieve relaties.
- Afspraken om af te zien van strategieën en strategisch gedrag hebben waarschijnlijk weinig kans
omdat ze een prikkel zijn voor actoren om zich juist wel strategisch te gaan gedragen.
7.2 Spelregels in netwerken