Overal ter wereld zijn er andere gevolgen. Om de negatieve gevolgen van klimaat verandering te
verminderen, kan je bijvoorbeeld minder autorijden, in plaats daarvan ga je op de fiets. Of je recyclet
afval, of je doucht korter.
Natuurlijke klimaatverandering heeft altijd al plaatsgevonden. Als we kijken naar de globale grafiek
van de afgelopen 800.000 jaar, zien we pieken en dalen. Er zijn periodes geweest waar de
temperatuur hoger lag als de dag van vandaag, of juist veel lager.
Om die klimaatreconstructie te maken, zijn er 5 verschillende methodes.
1. De glaciologische methode meet zuurstofisotopen, vooral 18O, in ijs en diepzeesedimenten.
Dit onthult klimaatveranderingen over de laatste 100.000 jaar doordat 18O als "zwaarder"
wordt beschouwd dan 16O. Temperatuur beïnvloedt welke zuurstofatomen verdampen, wat
de isotopenverhouding in ijs en zeewater beïnvloedt. De methode heeft een grotere
foutmarge bij diepere ijslagen door samendrukking.
2. Geologen gebruiken boringen en gesteenteprofielen om landschapsvormen te begrijpen en
klimaatveranderingen te traceren met behulp van gidsfossielen, die snel evolueren en
specifieke tijdperken markeren.
3. Geomorfologie is de wetenschap die landschapsvormen zoals kustterrassen en stuwwallen
beschrijft en verklaart. Tijdens glaciale periodes wordt water aan de oceaan onttrokken en
opgeslagen als ijs op het land, wat de zeespiegel doet dalen en landschapsveranderingen
veroorzaakt. Onderzoek naar bodemdaling is nodig om te onderscheiden of veranderingen
te wijten zijn aan zeespiegelvariaties, bodemdaling, of een combinatie daarvan.
4. De C-dateringsmethode wordt veel gebruikt om de ouderdom van organisch materiaal, zoals
planten- en dierenresten, te bepalen tot maximaal 60.000 jaar terug. Koolstof- 14 (C) is een
radioactief isotoop dat tijdens het leven van organismen wordt opgenomen en vervalt met
een halfwaardetijd van 5736 jaar. Na ongeveer 60.000 jaar is alle C verdwenen. Boomringen
dendrochronologie, bied ook inzicht in de weersomstandigheden tijdens de groei van
bomen.
- Dikkere jaarringen in warme en natte jaren.
- Dunnere boomringen in koude en droge jaren.
5. Pollenanalyse, waarbij stuifmeelkorrels van bomen en planten in sedimentlagen bewaard
blijven. Dit biedt inzicht in de vegetatiegeschiedenis en klimaatomstandigheden van een
gebied, met elk vegetatietype dat specifieke klimaateisen heeft. Het actualiteitsprincipe stelt
dat het klimaat in het verleden vergelijkbaar was met dat waar de planten nu groeien.
Historische paleoklimatologie omvat onderzoeken uit het verleden en weerkundige
metingen, die inzicht geven in historische weersomstandigheden en klimaatveranderingen.
Een aantal conditionele of sturende factoren kunnen de opwarming of afkoeling van de aarde
beïnvloeden: