Het skelet
De student legt de functies van het skelet uit.
Het beschermen van interne organen en zachte weefsels
Het geven van stevigheid en vorm aan het lichaam
Beweging
De vorming van bloedcellen
Opslag van mineralen en energie
De student tekent een pijpbeen en benoemt de verschillende delen.
De student beschrijft het verschil tussen sponsachtig en hard botweefsel.
Sponsachtig binnenste laag
Hard buitenste laag
De student benoemt de verschillen tussen osteoclasten, osteocyten en osteoblasten.
Osteoclasten= de cellen breken het bot af.
Osteoblasten= deze cellen bouwen het bot terug op. Het ontstaan van het bot noemen we ook
ossificatie. Een osteoblast die volledig omringd is door zelfgeproduceerd botweefsel verandert in een
osteocyt.
Osteocyten= deze cellen onderhouden de botmatrix.
De student omschrijft het verschil tussen rood en geel beenmerg.
Rode beenmerg in het rode beenmerg worden erytrocuten, leukocyten en trombocyten gevormd.
Gele beenmerg het gele beenmerg bestaat uit vetcellen en dient als opslagplaats voor
energiereserves.
, De student legt de betekenis en functie van het botvlies uit.
Betekenis:
Het botvlies is een laag bindweefsel die het buitenoppervlak van de botten bedekt123.
Functies:
Het beschermt het bot tegen beschadiging en infectie.
Het dient als aanhechtingsplaats voor pezen en bindweefselbanden die de botten verbinden
met spieren en gewrichten.
Het bevat bloedvaten en zenuwen die het bot voorzien van voeding en gevoelig maken voor
pijn.
De student bespreekt de ontwikkeling van een bot (vanuit kraakbeen en bindweefsel.)
Tijdens ons hele leven worden de botten in ons lichaam afgebroken en opnieuw terug opgebouwd.
Dit proces noemen we REMODELLERING en heeft verschillende functies:
Botweefsel vernieuwen
Extra stevigheid bieden aan het bot
Herstel na botbreuk
De tussencelstof van kraakbeen bevat geen kalkzouten. Daardoor is kraakbeen veel minder hard en
meer buigzaam. De kraakbeencellen hebben geen onderlinge verbindingen en kraakbeenweefsel
bevat geen bloedvaten. De bloedvoorziening vindt plaats vanuit het kraakbeenvlies. (perichondrium).
We vinden kraakbeen onder andere:
In gewrichten
Als verbinding tussen botstukken
In oorschelpen, het neustussenschot, het strottenhoofd, de luchtpijp en de vertakkingen
hiervan
In de tussenwervelschijven
De student somt de soorten botten (volgens hun vorm) op en heeft hier voorbeelden van.
Pijpbeenderen
Platte beenderen
Onregelmatige gevormde beenderen
Korte beenderen
Pijpbeenderen= bestaat uit een buisvormig middenstuk (diafyse) en twee uiteinden (epifyse).
Pijpbeenderen van de bovenste ledematen:
Opperarmbeen= humerus
Spaakbeen= radius (kant duim)
Ellepijp= ulna (kant pink)
Pijpbeenderen van de onderste ledematen:
Dijbeen= femur
Scheenbeen= tibia
Kuitbeen= fibula
De student legt de functies van het skelet uit.
Het beschermen van interne organen en zachte weefsels
Het geven van stevigheid en vorm aan het lichaam
Beweging
De vorming van bloedcellen
Opslag van mineralen en energie
De student tekent een pijpbeen en benoemt de verschillende delen.
De student beschrijft het verschil tussen sponsachtig en hard botweefsel.
Sponsachtig binnenste laag
Hard buitenste laag
De student benoemt de verschillen tussen osteoclasten, osteocyten en osteoblasten.
Osteoclasten= de cellen breken het bot af.
Osteoblasten= deze cellen bouwen het bot terug op. Het ontstaan van het bot noemen we ook
ossificatie. Een osteoblast die volledig omringd is door zelfgeproduceerd botweefsel verandert in een
osteocyt.
Osteocyten= deze cellen onderhouden de botmatrix.
De student omschrijft het verschil tussen rood en geel beenmerg.
Rode beenmerg in het rode beenmerg worden erytrocuten, leukocyten en trombocyten gevormd.
Gele beenmerg het gele beenmerg bestaat uit vetcellen en dient als opslagplaats voor
energiereserves.
, De student legt de betekenis en functie van het botvlies uit.
Betekenis:
Het botvlies is een laag bindweefsel die het buitenoppervlak van de botten bedekt123.
Functies:
Het beschermt het bot tegen beschadiging en infectie.
Het dient als aanhechtingsplaats voor pezen en bindweefselbanden die de botten verbinden
met spieren en gewrichten.
Het bevat bloedvaten en zenuwen die het bot voorzien van voeding en gevoelig maken voor
pijn.
De student bespreekt de ontwikkeling van een bot (vanuit kraakbeen en bindweefsel.)
Tijdens ons hele leven worden de botten in ons lichaam afgebroken en opnieuw terug opgebouwd.
Dit proces noemen we REMODELLERING en heeft verschillende functies:
Botweefsel vernieuwen
Extra stevigheid bieden aan het bot
Herstel na botbreuk
De tussencelstof van kraakbeen bevat geen kalkzouten. Daardoor is kraakbeen veel minder hard en
meer buigzaam. De kraakbeencellen hebben geen onderlinge verbindingen en kraakbeenweefsel
bevat geen bloedvaten. De bloedvoorziening vindt plaats vanuit het kraakbeenvlies. (perichondrium).
We vinden kraakbeen onder andere:
In gewrichten
Als verbinding tussen botstukken
In oorschelpen, het neustussenschot, het strottenhoofd, de luchtpijp en de vertakkingen
hiervan
In de tussenwervelschijven
De student somt de soorten botten (volgens hun vorm) op en heeft hier voorbeelden van.
Pijpbeenderen
Platte beenderen
Onregelmatige gevormde beenderen
Korte beenderen
Pijpbeenderen= bestaat uit een buisvormig middenstuk (diafyse) en twee uiteinden (epifyse).
Pijpbeenderen van de bovenste ledematen:
Opperarmbeen= humerus
Spaakbeen= radius (kant duim)
Ellepijp= ulna (kant pink)
Pijpbeenderen van de onderste ledematen:
Dijbeen= femur
Scheenbeen= tibia
Kuitbeen= fibula