Werkcollege stofwisseling les 2
Organische chemie: Chemie die georganiseerd is in de studie van koolstofverbindingen.
Vitalisme: Het idee dat organische verbindingen alleen voorkomen in organismen en anorganische
verbindingen alleen in niet-levend materiaal.
O
Wolher: NH + CNO
4
+ -
H2N C NH2
Levende materie bestaat voornamelijk uit O, C, H en N.
Samen met S en P kunnen deze elementen samen sterke covalente bindingen vormen.
Waarom is koolstof de bouwsteen van biomoleculen.
-Omdat koolstof een organische stof is en verbinding kan maken met andere organische stofen.
Omdat hij een valente van 4 heef dus nog 4 verbindingen aan kan gaan).
Een orbitaal bepaald in welke hoeken een atoom zich kan binden aan een elektron.
Variates in de koolstoketen;
- Verschil in lengte
- Verschil in vertakkingen
- Dubbele bindingen
- Ring bindingen
Verschillende benoemingen:
- Keten
- Dubbeleketen
- Zijketen
- Ringketen
Isomeren:
Verbindingen met dezelfde molecuulformule maar met verschillende structuren en eigenschappen.
Structural isomereren
Zelfde aantal atomen maar een andere structuur.
Geometrische isomeren cis-trans isomeer)
Verschillen ruimtelijk in ordening van elkaar. Veelal bij dubbelebinding .
Enantomeren
-Spiegelbeeld isomeren. Treedt op bij een molecuul met een C-atoom met vier verschillende
groepen. Chiraal C-atoom) term voor het tentamen.
-Van zo’n molecuul zijn twee vormen mogelijk D en L links en rechtsdraaiend).
-ze hebben dezelfde chemische en fysische eigenschappen, oplosbaarheid, smeltpunt etc) maar de
een draait de richtng van rechtsom en de ander linksom.
Chiraal C-atoom een koolstofatoom met 4 verschillende gebonden groepen.
Organische chemie: Chemie die georganiseerd is in de studie van koolstofverbindingen.
Vitalisme: Het idee dat organische verbindingen alleen voorkomen in organismen en anorganische
verbindingen alleen in niet-levend materiaal.
O
Wolher: NH + CNO
4
+ -
H2N C NH2
Levende materie bestaat voornamelijk uit O, C, H en N.
Samen met S en P kunnen deze elementen samen sterke covalente bindingen vormen.
Waarom is koolstof de bouwsteen van biomoleculen.
-Omdat koolstof een organische stof is en verbinding kan maken met andere organische stofen.
Omdat hij een valente van 4 heef dus nog 4 verbindingen aan kan gaan).
Een orbitaal bepaald in welke hoeken een atoom zich kan binden aan een elektron.
Variates in de koolstoketen;
- Verschil in lengte
- Verschil in vertakkingen
- Dubbele bindingen
- Ring bindingen
Verschillende benoemingen:
- Keten
- Dubbeleketen
- Zijketen
- Ringketen
Isomeren:
Verbindingen met dezelfde molecuulformule maar met verschillende structuren en eigenschappen.
Structural isomereren
Zelfde aantal atomen maar een andere structuur.
Geometrische isomeren cis-trans isomeer)
Verschillen ruimtelijk in ordening van elkaar. Veelal bij dubbelebinding .
Enantomeren
-Spiegelbeeld isomeren. Treedt op bij een molecuul met een C-atoom met vier verschillende
groepen. Chiraal C-atoom) term voor het tentamen.
-Van zo’n molecuul zijn twee vormen mogelijk D en L links en rechtsdraaiend).
-ze hebben dezelfde chemische en fysische eigenschappen, oplosbaarheid, smeltpunt etc) maar de
een draait de richtng van rechtsom en de ander linksom.
Chiraal C-atoom een koolstofatoom met 4 verschillende gebonden groepen.