Samenva'ng: kwaliteit van leven bij personen met gedrags- en
emo8onele problemen:
Hoofdstuk 1: Les 1: P3 – 13
“Wie is de gedragsgestoorde?”:
• Gewoon gedrag -> kan overgaan naar probleemgedrag/gedragsprobleem -> dit kan
overgaan naar een gedragsstoornis
- Gewoon gedrag: Gebabbel wanneer je verwacht dat er gezwegen word, ruzie maken,
reac:e ‘nee’.
- Probleemgedrag: frequente/intense/:jdelijk/contextueel (alleen op school en niet
thuis)
- Gedragsstoornis: Nog intensiever/nog frequenter/niet meer :jdelijk/ en niet meer
contextueel (komt overal voor) -> cronisch
- Bij een gedragsstoornis spreken we van afgelijnde symptomen.
Terminologie en definiëring:
Kinderen/jongeren met GEDRAGS- EN EMOTIONELE PROBLEMEN:
= kinderen die zich zichtbaar ongewoon of abnormaal gedragen gedragen of die zichtbaar
ongewone of abnormale emo:es vertonen, afgezien van ernst, oorzaak of context van het
gedrag of de emo:e
– Storend gedrag
– Emo:onele problemen
à = PROBLEEMGEDRAG
-> Onderscheid tussen:
– Lichte problemen
– Tijdelijke problemen
– LeeVijdsgebonden problemen
– Frequen:e van problemen
– Contextgebonden problemen
– ErnsKge problemen (frequent, erns:g, niet-contextgebonden, chronisch en
samen voorkomen van problemen)
è GEDRAGS- EN EMOTIONELE STOORNISSEN
,CONTEXT: Gestoord interacKeproces è gedrags- en emoKonele problemen bij het kind
en/of handelingsverlegenheid ouders (en ruimer betrokken bij opvoeding)
‘VERONTRUSTENDE LEEFSITUATIE’ (VLS)
- Alle gedragsstoornissen zijn gedragsproblemen.
- Maar gedragsproblemen zijn niet al:jd gedragsstoornissen.
Gedrags- en emoKonele stoornis ≠ ontwikkelingsstoornis
- Een gedrags en emo:onele stoornis is geen ontwikkelingsstoornis.
Ontwikkelingsstoornissen ziYen in de eigenheid van de persoon, het is een eigenheid.
Aandachtspunten bij het definiëren van probleemgedrag(1):
Geen eenduidige criteria: gedragingen/emo:es van
– een welbepaald kind
– die op een welbepaald moment in de :jd
– door welbepaalde personen uit de omgeving van het kind
– in een welbepaalde socio-economische en culturele context
als storend, ongewenst of ongewoon worden genoemd
Probleemgedrag moet je kunnen zien in de hele context.
à Niet alleen kijken naar het kind zelf maar ook naar de omgeving.
,Aandachtspunten bij het definiëren van probleemgedrag (2):
1. OntwikkelingsperspecKef
– Gedrag dat op de ene leeVijd nog adequaat en gepast is, kan dat op een
andere leeVijd niet meer zijn
2. ConKnuümgedachte
– Storend gedrag van kinderen met gedragsproblemen komt ook voor bij
kinderen zonder gedragsproblemen
– Maar verschil in ernst, intensiteit en chroniciteit!
3. Context
– Belang van de situa:e waarin gedrag zich voordoet
4. Informant
– Wie beoordeelt het gedrag? Ouders, leerkracht, hulpverlener,…
• Ontwikkelingsperspec:ef: Baby’s slapen niet -> is normaal op deze leeVijd, maar al
puber niet meer.
• Puberteit -> boos worden, uitdagen,.. -> normaal in de puberteit maar niet als
volwassene.
DefiniKe probleemgedrag:
“We spreken van probleemgedrag als ouders, leerkrachten en andere personen dit gedrag
beschouwen als strijdig met de door hen en de samenleving gehanteerde normen en regels
en/of wanneer deskundigen dit gedrag als problema<sch beoordelen op basis van valide
kenmerken inzake psychische (on)gezondheid.”
Twee soorten probleemgedrag:
Probleemgedrag is breed en valt veel onder.
An:sociale persoonlijkheidsstoornis = iemand die niet meer bewust weet wat die doet ->
‘psychopaat’
Internaliserd = innerlijke
Externaliserd = Mensen uiten hun emo:es op een extreme manier.
, ClassificaKe:
• Grote verscheidenheid aan problemen of stoornissen
à nood aan ordening en indeling (op basis van gelijke eigenschappen en onderlinge
rela:es)
• Communica:e, gemeenschappelijke taal: verstaan we hetzelfde?
à belangrijk voor diagnose en behandeling
• 2 soorten classifica:e
– Klinisch-psychiatrisch
– Empirisch-sta:s:sch
Classifica:e ≠ diagnos:ek
- Classeringssysteem om stoornissen te beschrijven
- Kan op een klinishe manier of op een empirisch sta:sche manier.
Klinisch – psychiatrische classificaKesystemen:
• Psychiatrische stoornissen = onaeankelijke en duidelijk afgelijnde ziekte-en:teiten,
met voor elke stoornis diagnos<sche en differen<aal diagnos<sche criteria
à Indien voldaan aan nodige criteria: stoornis classificeren
• Categoriaal: men heeV een stoornis of men heeV ze niet
• Vb. DSM, ICD
• Diagnos:sche en differen:aal diagnos:sche criteria = Onderscheid tussen de ene
criteria die lijdt tot een bepaalde stoornis
DSM-5-TR:
• ‘Diagnos:c and Sta:s:cal Manual of Mental Disorders’
• Systeem om problema:eken van individuen te beschrijven en te classificeren in
‘stoorniscategorieën’
• Een classifiseringssysteem: Dokter duid aan in boek welke klachten je hebt. Op basis
daarvan stelt hij een diagnose op
Nieuw sinds DSM-5:
• Geen Romeins cijfer meer
• Drie delen:
> uitleg over indeling/uitgangspunten
> de 22 domeinen
> classifica:es die nog niet zijn opgenomen
• Nieuwe namen
• Meer dimensioneel gepresenteerd
• Inmiddels DSM-5-TR: herziene versie sinds nov. 2022
• Nadeel DSM -> snel een label opgeplakt. Bv je hebt een depressie.
DSM-5: 22 domeinen (stoornissen):
• Trauma-en stressor-gerelateerde stoornissen (met o.a. reac:eve hech:ngsstoornis,
posYrauma:sche stressstoornis,…)
• Disrup:eve, lmpulsbeheersings-en andere gedragstoornissen (opposi:oneel-
opstandige stoornis, normverschrijdend-gedragsstoornis, periodiek explosieve
stoornis, …)
emo8onele problemen:
Hoofdstuk 1: Les 1: P3 – 13
“Wie is de gedragsgestoorde?”:
• Gewoon gedrag -> kan overgaan naar probleemgedrag/gedragsprobleem -> dit kan
overgaan naar een gedragsstoornis
- Gewoon gedrag: Gebabbel wanneer je verwacht dat er gezwegen word, ruzie maken,
reac:e ‘nee’.
- Probleemgedrag: frequente/intense/:jdelijk/contextueel (alleen op school en niet
thuis)
- Gedragsstoornis: Nog intensiever/nog frequenter/niet meer :jdelijk/ en niet meer
contextueel (komt overal voor) -> cronisch
- Bij een gedragsstoornis spreken we van afgelijnde symptomen.
Terminologie en definiëring:
Kinderen/jongeren met GEDRAGS- EN EMOTIONELE PROBLEMEN:
= kinderen die zich zichtbaar ongewoon of abnormaal gedragen gedragen of die zichtbaar
ongewone of abnormale emo:es vertonen, afgezien van ernst, oorzaak of context van het
gedrag of de emo:e
– Storend gedrag
– Emo:onele problemen
à = PROBLEEMGEDRAG
-> Onderscheid tussen:
– Lichte problemen
– Tijdelijke problemen
– LeeVijdsgebonden problemen
– Frequen:e van problemen
– Contextgebonden problemen
– ErnsKge problemen (frequent, erns:g, niet-contextgebonden, chronisch en
samen voorkomen van problemen)
è GEDRAGS- EN EMOTIONELE STOORNISSEN
,CONTEXT: Gestoord interacKeproces è gedrags- en emoKonele problemen bij het kind
en/of handelingsverlegenheid ouders (en ruimer betrokken bij opvoeding)
‘VERONTRUSTENDE LEEFSITUATIE’ (VLS)
- Alle gedragsstoornissen zijn gedragsproblemen.
- Maar gedragsproblemen zijn niet al:jd gedragsstoornissen.
Gedrags- en emoKonele stoornis ≠ ontwikkelingsstoornis
- Een gedrags en emo:onele stoornis is geen ontwikkelingsstoornis.
Ontwikkelingsstoornissen ziYen in de eigenheid van de persoon, het is een eigenheid.
Aandachtspunten bij het definiëren van probleemgedrag(1):
Geen eenduidige criteria: gedragingen/emo:es van
– een welbepaald kind
– die op een welbepaald moment in de :jd
– door welbepaalde personen uit de omgeving van het kind
– in een welbepaalde socio-economische en culturele context
als storend, ongewenst of ongewoon worden genoemd
Probleemgedrag moet je kunnen zien in de hele context.
à Niet alleen kijken naar het kind zelf maar ook naar de omgeving.
,Aandachtspunten bij het definiëren van probleemgedrag (2):
1. OntwikkelingsperspecKef
– Gedrag dat op de ene leeVijd nog adequaat en gepast is, kan dat op een
andere leeVijd niet meer zijn
2. ConKnuümgedachte
– Storend gedrag van kinderen met gedragsproblemen komt ook voor bij
kinderen zonder gedragsproblemen
– Maar verschil in ernst, intensiteit en chroniciteit!
3. Context
– Belang van de situa:e waarin gedrag zich voordoet
4. Informant
– Wie beoordeelt het gedrag? Ouders, leerkracht, hulpverlener,…
• Ontwikkelingsperspec:ef: Baby’s slapen niet -> is normaal op deze leeVijd, maar al
puber niet meer.
• Puberteit -> boos worden, uitdagen,.. -> normaal in de puberteit maar niet als
volwassene.
DefiniKe probleemgedrag:
“We spreken van probleemgedrag als ouders, leerkrachten en andere personen dit gedrag
beschouwen als strijdig met de door hen en de samenleving gehanteerde normen en regels
en/of wanneer deskundigen dit gedrag als problema<sch beoordelen op basis van valide
kenmerken inzake psychische (on)gezondheid.”
Twee soorten probleemgedrag:
Probleemgedrag is breed en valt veel onder.
An:sociale persoonlijkheidsstoornis = iemand die niet meer bewust weet wat die doet ->
‘psychopaat’
Internaliserd = innerlijke
Externaliserd = Mensen uiten hun emo:es op een extreme manier.
, ClassificaKe:
• Grote verscheidenheid aan problemen of stoornissen
à nood aan ordening en indeling (op basis van gelijke eigenschappen en onderlinge
rela:es)
• Communica:e, gemeenschappelijke taal: verstaan we hetzelfde?
à belangrijk voor diagnose en behandeling
• 2 soorten classifica:e
– Klinisch-psychiatrisch
– Empirisch-sta:s:sch
Classifica:e ≠ diagnos:ek
- Classeringssysteem om stoornissen te beschrijven
- Kan op een klinishe manier of op een empirisch sta:sche manier.
Klinisch – psychiatrische classificaKesystemen:
• Psychiatrische stoornissen = onaeankelijke en duidelijk afgelijnde ziekte-en:teiten,
met voor elke stoornis diagnos<sche en differen<aal diagnos<sche criteria
à Indien voldaan aan nodige criteria: stoornis classificeren
• Categoriaal: men heeV een stoornis of men heeV ze niet
• Vb. DSM, ICD
• Diagnos:sche en differen:aal diagnos:sche criteria = Onderscheid tussen de ene
criteria die lijdt tot een bepaalde stoornis
DSM-5-TR:
• ‘Diagnos:c and Sta:s:cal Manual of Mental Disorders’
• Systeem om problema:eken van individuen te beschrijven en te classificeren in
‘stoorniscategorieën’
• Een classifiseringssysteem: Dokter duid aan in boek welke klachten je hebt. Op basis
daarvan stelt hij een diagnose op
Nieuw sinds DSM-5:
• Geen Romeins cijfer meer
• Drie delen:
> uitleg over indeling/uitgangspunten
> de 22 domeinen
> classifica:es die nog niet zijn opgenomen
• Nieuwe namen
• Meer dimensioneel gepresenteerd
• Inmiddels DSM-5-TR: herziene versie sinds nov. 2022
• Nadeel DSM -> snel een label opgeplakt. Bv je hebt een depressie.
DSM-5: 22 domeinen (stoornissen):
• Trauma-en stressor-gerelateerde stoornissen (met o.a. reac:eve hech:ngsstoornis,
posYrauma:sche stressstoornis,…)
• Disrup:eve, lmpulsbeheersings-en andere gedragstoornissen (opposi:oneel-
opstandige stoornis, normverschrijdend-gedragsstoornis, periodiek explosieve
stoornis, …)