Inleiding tot de filosofie
Hoofdstuk 1: Ethiek: over het goede en het juiste
Aandachtspunten
● begrippenkader
● het funderingsprobleem
● vrijheid, authenticiteit, geluk
● utilitarisme versus ethiek van Kant
1.1 Inleiding
1.2 Ethiek
belangrijk examen!!!: concept toelichten)
uitgebreid vertellen
slides niet voldoende, info boek en wat prof heeft gezegd belangrijk
1.2.1 Ethiek
bestudeert normen & waarden essentiële rol in menselijk bestaan
Vragen: verwijzen vaak naar normen en waarden
o Soms impliciet: spelen rol op achtergrond
o bv. hoe reizen we van amsterdam naar groningen?
Verwachting normen worden nageleefd: auto niet gestolen
Veronderstelling: snelste is beste, milieu-effecten spelen rol
1.2.2 Norm
Norm = concrete gedragsbepalingen, specifieke regels die ons voorschrijven wat we
moeten of mogen doen
concreet maken van waarde (niet hetzelfde als waarde)
o bv. norm: je moet waarheid uitspreken gebaseerd op waarde: eerlijkheid
drukt plicht, verbod of permissie uit:
Plicht = norm waarbij je iets moet
o bv. mensen zouden met het openbaar vervoer moeten reizen
Permissie/toestemmingen = normen die zeggen dat je iets mag doen
o bv.” breek nooit je belofte; “een leugentje om bestwil is toegestaan”
Belangrijke relatie tussen plichten en permissies
Als je iets moet mag je dit ook
Worden vaak in termen van elkaar gedeifnieerd: plicht beloften na te
komen kan men bescjrijven als de afwezigheod van een permissie
beloften te breken
1.2.3 Waarden
Waarden = algemene morele uitgangspunten, aspecten van het leven die we belangrijk
(‘waardevol’) vinden = je geeft een beoordeling of evaluatie
bv. “tolerantie is de basis van onze democratie”; “alles staat of valt bij eerlijkheid
Fudamentale plaats in ons leven MAAR geeft niet aan wat deze plaats is
Niet enkel: dit is mijn mening MAAR mening met als doel iets zeggen over iets
Deugd = waardevolle karaktereigenschappen van een persoon
1
, o bv. vriendelijkheid, eerlijkheid, bescheidenheid
Nauwe relatie tussen waarden en normen
1.2.4 Afbakening ethiek
Ruim onderzoeksgebied: ‘typische kwesties” & alledaagse ebslisingen
Buigt zich over alles wat een waarde uitdrukt of gebrek aan waarde
● buigt zich over alles wat een waarde uitdrukt of gebrek aan waarde
● Eigen domein: methodes en onderwerpen
Moreel = wat overeenstemt met de heersende waarden en normen
o Waarmee we instemmen, zijn in onze ogen goede redenen voor
o bv. de zieken verzorgen
Immoreel = schendt de heersende waarden en normen
o bv. uitsluiting o.b.v. racisme
Amoreel = waarbij geen waarden en normen betrokken zijn
o bv. “De zon komt op in oosten” oordeel, maar geen onderwerp van ethiek
→ afbakening domein van de ethiek: moreel versus a-moreel
1.2.5 Moraal en ethiek
Moraal = stelsel van normen en waarden m.b.t. handelen van mensen
schrijf je meestal toe aan groep mensen
onderscheid: publieke & persoonlijke moraal
○ bv. “in de moraal van de antiek-Griekse cultuur stond dapperheid hoog
aangeschreven”
Positieve moraal = normen en waarden die gelden in bepaalde cultuur
bv. recht: door OH in regelgeving vastgelegde normen en waarden
Stelsel: waarden en normen horen bij elkaar, vormen geheel
onderscheid grieken en romeinen & katholieke middeleeuwen
kan je feitelijk vaststellen
Ethiek = studie van normen en waarden, die zich richt op de vraag welke normen en
waarden we kunnen rechtvaardigen (systematische reflectie)
ethiek onderscheidt zich van moraal filosofie
niet enkel normen en waarden bestuderen MAAR OOK welke normen en waarden
kunnen we rechtvaardigen
○ bv. “waarom vinden we gezondheid zo belangrijk?”
1.2.6 Ethiek: wetenschappelijke discipline
Doel: streeft zoals andere wetenschappen → vorm van objectieve geldigheid
Belangrijk verschil
o Wetenschappen: geven verklaring of beschrijving van fenomenen
o Ethiek: concentreert zich op vraag naar rechtvaardiging
Onderzoekt niet de oorzaken maar of men goede redenen kan
geven
2
,1.2.7 Rechtvaardiging
Kerntaak van de ethiek
Niet: beschrijven (descriptief)
o beperkt zich tot wat is
o bv. rechtsgeleerdheid
Niet: verklaren (oorzaken)
o bv. waarom sommige waarden en normen ontstaan in culturen
o Maar zegt niet waarom ze belangrijk zijn
Wel: geldigheid onderzoeken van waarden en normen
Hoe rechtvaardig je een norm?
NIET door oorzaken te formuleren
WEL door redenen te formuleren voor die norm
Kern ethiek
Welke normen en waarden kunnen we met goede redenen verdedigen?
Wanneer kunnen we spreken van goede redenen?
Normatief = hoe iets zou moeten zijn → dit trachten voor te schrijven
○ Oordeel vormen over geldende normen en waarden
○ Welke normen en waarden we zouden moeten naleven
○ bv. is zelfmoord op een bepaald moment een nobele actie?
1.3 Het funderingsprobleem
1.3.1 Uit feiten geen normen
Logische kloof tussen zijn en behoren(moeten)
● “Uit de constatering dat iets het geval is, volgt niet dat we iets moeten doen (of
nalaten); uit een feit kan niet zonder meer een norm worden afgeleid”
○ Regel onthouden: een van belangrijkste inzichten uit filosofie!!!
● Logische kloof tussen zijn en behoren = uit een feit kan niet zonder meer een
normatieve stellingname worden afgeleid
○ Iets moet niet altijd blijven zoals het was
○ bv. politieke problemen moeilijk omdat ze tatus quo willen behouden
○ argument: is altijd zo geweest MAAR wie zegt dat het zo moet zijn?
● Men kan uit empirische waarnemingen niet afleiden hoe men zijn leven moet leiden
Bv. Niet geldig!
● vlees eten veroorzaakt leed bij dieren
● → we mogen geen vlees eten
Twee verregaande implicaties:
1) Het hele wetenschappelijke instrumentarium van feiten, verklaringen, experimenteel
bewijs, etc. niet bruikbaar in de ethiek
3
,2) De hele (exacte) wetenschap kan geen sluitend argument geven over hoe we ons leven
moeten leiden
1.3.2 Geen ultieme fundering
● Een correcte redenering om normen te rechtvaardigen bevat naast feitelijke ook
normatieve argumenten
● Bv. Wel geldig!
a) vlees eten veroorzaakt leed bij dieren
b) we mogen geen leed veroorzaken bij dieren
→ we mogen geen vlees eten
● Stel uit a en b concluderen we: we mogen geen vlees eten
○ niet iedereen deelt mening
● MAAR: Wat rechtvaardigt bewering dat we geen leed mogen veroorzaken bij dieren?
Probleem: elke norm die we aannemen moet opnieuw gefundeerd worden
● belangrijk: in westerse samenleving: geen algemeen aanvaarde geldige basis of bron
voor morele normativiteit (bv. god)
● ‘regressus ad infinitum’ = steeds achteruitgaan, terug stappen, tot in het oneindige,
alles verder in vraag stellen
→ Funderingsprobleem = het is onmogelijk om tot een ultieme fundering voor ethische
stellingnamen te komen
1.4 Relativisme
1.4.1 Tussen objectivisme en relativisme
● Objectivisme = de juistheid van algemene morele uitgangspunten kan bewezen
worden
● Relativisme = uiteindelijk zijn normen en waarden altijd relatief; het is zinloos om te
proberen ze te rechtvaardigen
○ Gevolg van funderingsprobleem
● Tussenweg
○ Het heeft zin om: algemene morele uitgangspunten te onderzoeken
○ En na gaan: welke morele consequenties ze met zich meebrengen
§ We kunnen altijd goede redenen geven, ookal kunnen we niet funderen
§ Ethiek gaat steeds tussen 2 uitersten, laveert ertussen
§ zoekt als wetenschappelijke discipline een weg tussen de twee
1.4.2 Het probleem van het relativisme
Ten opzichte van wat zijn normen en waarden relatief?
● Cultuurrelativisme = fundamentele verschillen tussen culturen
○ geografisch en historisch: veranderingen doorheen de tijd en door
omstandigheden
○ bv. de doodstraf
● universele waarden?
○ bv.vriendschap, liegen is immoreel/onjuist
○ cultuuroverstijgende normen en waarden
○ redenen kunnen overtuigend zijn
○ soms: verschillende normen berusten op identieke waarden
4
, ● Subjectivisme = normen en waarden zijn afhankelijk van particuliere gevoelens en
opvattingen van een individu
● = het ultieme fundament van je moraal ben je zelf
○ je vindt iets juist omdat jij dat vindt
○ bv. emotivisme = een morele uitspraak is een uitdrukking van een gevoel
■ ethische discussie = uiten en beïnvloeden van gevoelens
■ zeggen “vind dat niet kunnen” = ik voel me er slecht bij
1.4.3 Drie bezwaren tegen het emotivisme
● Emotivisme: vorm van subjectivisme & subjectivisme: vorm van moreel relativisme
1) Afkeer leidt niet altijd tot morele afkeuring en waardering niet altijd tot morele
goedkeuring
○ bv. misdaad maar iemand voelt bewondering voor schurk, betekent niet dat
deze het moreel goed keurt
2) We hechten veel betekenis aan de rechtvaardiging van onze morele keuzes
○ We zijn constant bezig met aangeven wat we wel en niet belangrijk vinden
○ bv. stel je mispeutert iets met je vrienden en bij een verhoor noem je ze niet
en neem je de straf volledig op jou
○ emotivist: we kunnen uitleggen waarom men bepaald gevoel heeft en morele
uitspraak doet maar kunnen dit niet rechtvaardigen
3) Morele gevoelens zijn niet de oorzaak, maar gevolg van morele opvattingen
○ bv. ecologische keuze trein i.p.v. vliegtuig: grotere voldoening
1.4.4 Andere antwoorden op het funderingsprobleem
● Ontkenning van bestaan van strikte scheiding tussen feiten en normen
○ Feiten: zijn normatief geladen
○ Gevolg: men kan normen uit feiten afleiden
○ Bij beschrivjing van handeling geven we al een oordeel
■ bv. iets wreed noemen
● In de aanval gaan: men erkent kwestie als een probleem, maar wijst erop dat het
zich ook binnen andere dicsiplines voordoet
● Juistheid van algemene morele uitganspunten kan niet bewezen worden
○ Maar zinvol om morele consequenties te onderzoeken
■ Nagaan: welke specifieke normen en waarden men eruit kan afleiden
1.5 Waarden en het goede leven: vrijheid, authenticiteit en geluk
Het goede leven
● Waarden = algemene uitdrukking van wat we in ons leven belangrijk vinden
○ vandaar: bestanddelen van het goede leven
○ uitwerking: drie centrale waarden
● Rechtvaardiging?
○ tussenweg tussen objectivisme en relativisme
○ redenen geven waarom we deze waarden zo belangrijk vinden
5
, ○ van subjectieve voorkeur naar meer algemeen perspectief
○ opklimmen van iets moeilijk naar hoe kan je ervoor zorgen dat dit op
aannemelijk niveau gewoon wordt
vrijheid
● negatieve vrijheid = afwezigheid van door anderen opgelegde beperkingen
○ bv. werkloos of dakloos zijn: heeft geen keuze
● positieve vrijheid = aanwezigheid van reële keuzemogelijkheden
○ heeft meer inhoud dan negatieve: er is juist wel iets aanwezig
○ reëel: niet enkel een gedachte
● “two concepts of liberty” bv. kapitalisme: vrijheid of onvrijheid?
○ Voor: markt zorgt voor individuele vrijheid, beperkingen nemen dit af
○ Tegen: beperkingen van individuele keuzevrijheid
Waarom is vrijheid zo’n centrale waarde?
● instrumentele waarde = vrijheid is een instrument om iets (waardevol) mee te
bereiken
○ bv. vrijheid naar school gaan belangrijk → zo kennis verkrijgen
○ vooral gebruikt bij bekritiseren van maatschappijen zonder vrijheid
■ bv. Taliban: meisjes niet naar school etc.
● intrinsieke waarde = waarde van vrijheid ligt in vrijheid zelf besloten, waarde die
onafhankelijk is van de gevolgen van die vrijheid
1. Symbolische waarde = erkenning geven van iets
○ bv. homohuwelijk, vrijheid van meningsuiting
○ belangrijk: je erkent vrijheid van burgers
○ weeral uitdrukking van andere waarden
2. expressieve waarde = zelfrealisatie en verantwoordelijkheid dragen voor eigen
keuzes
○ niet- instrumenteel:
■ mogelijkheid tot expressie: geen gevolg maar kenmerk van
vrijheid
○ bv. studiekeuze: je kiest om jezelf te zijn, je draagt gevolgen van keuze
Is vrijheid dan een absolute waarde? (het ultieme fundament?)
zelfs al zie je het als ultieme waarde TOCH kan je het niet als een fundament zien:
● soms inperking nodig om andere vrijheden te beschermen
○ bv. vrijheid van meningsuiting
● niet elke vrijheidsvergroting is moreel relevant
○ bv. ‘ik wil een koffie” maar nu keuze: soja melk, caramel, grootte etc.
● extra vrijheden brengen extra verantwoordelijkheden
○ bv. prenatale diagnostiek: allerlei keuzes voor vrouwen: op prille leeftijd kan je
zien of kind afwijkingen zou hebben en vraag “zou je het kindje houden?”
→ We worden door dilemma’s “gegijzeld”
1.5.2 Authenticiteit
“Wat is dit zelf waar we via onze vrijheid uitdrukking aan geven?”
6
, ● Ieder mens heeft een ‘ware’ identiteit
● “Trouw aan jezelf”: door ons handelen moeten we onze ware identiteit zo goed
mogelijk tot uitdrukking proberen brengen
○ Pas dan: zijn we authentiek
● Niet altijd goed om ware natuur tot uitdrukking te brengen
○ vb. Sadist: beter niet ware zelf tonen
○ Idee: mens is van nature goed sadist want niet authentiek aan zichzelf
Wat bedoelen we met onze ‘identiteit’?
○ bv. studiekeuze: oorzaak of gevolg van identiteit?
○ Gedeeltelijk: gevormd door keuzes
§ Door keuzes verandert kijk op wereld
§ Keuzes zijn gevolg van voorkeuren & bepalen en veranderen
voorkeuren
○ Gedeeltelijk: karakteristieken, overtuigeningen etc. die constant zijn
Identiteit = resultaat van keuzes die we maken en identiteit gaat aan keuzes vooraf
● interne bron (“nature”)
○ niet koppig of egoïstisch
● externe bron (“nurture”) = cultuur, alles wat wordt opgedrongen, invloed op
persoonlijkheid
○ ook niet karakterloos of opportunistisch
→ authenticiteit = juiste balans tussen interne en externe bronnen van identiteit
1.5.3 Geluk
Fundering voor vrijheid en authenticiteit?
geluk = geluksgevoel? = een gevoel van blijdschap, diepe tevredenheid, zelfs van extase
● = bepaald gevoel of toestand
● Intrinsieke waarde funderingprobleem doet zich niet voor
○ Bv. je wilt geld voor een vakantie, je wilt daar rusten want dat geeft geluk
○ Het eindigt bij geluk
● is geluk het allerbelangrijkste in ons leven? (einde van de regressus ad infinitum?)
● grootste kanshebber voor de ultieme waarde: maar wat is geluk?
Gedachte-experiment van Robert Nozick: “geluksmachine” of “ervaringsmachine”
● stel geluk ultieme waarde:
○ je kan in machine ultieme situaties ervaren alsof ze echt zijn
○ niet iedereen zal het doen: waarheid is belangrijk, we willen dit echt
○ sommige mensen hebben nog ultiemere waarden
● Gaat niet alleen om gevoelens of indrukken van geluk
○ maar willen ook dat deze op juiste wijze verbonden zijn aan realiteit
● We willen niet enkel gevoel hebben dat we iemand zijn: we willen echt iemand zijn
Redenering omkeren
● Niet: vrijheid en authenticiteit zijn waardevol omdat ze leiden tot geluk
● Wel: vrijheid en authenticiteit leiden tot geluk omdat ze waardevol zijn
○ Vrijheid omdat je jezelf kan zijn (niet andersom)
7
, ● het goede/geslaagde leven = leven waarin er evenwicht is tussen verschillende
zaken die het leven zo waardevol maken voor iemand (= persoonlijk)
1.6 Normen en het juiste leven
Utilitarisme vs ethiek van Kant: Geen 2 ideale modellen: vergelijking belangrijk
Normen = concrete gedragsbepalingen
o vandaar: bestanddelen van het juiste leven
o uitwerking: twee theorieën
Rechtvaardiging?
o redenen geven voor wijze waarop we zouden moeten (of mogen) handelen in
een specifieke situatie
1.6.1 Utilitarisme
Vorm van consequentialisme = gevolgenethiek
o Gaat niet om handeling maar om gevolgen van handeling
o Gevolgen goed dan is handeling ook goed
‘nut’ (wat genot, welzijn, welvaart, geluk oplevert)
o enige criterium om te oordelen of morele handeling goed of slecht is
Geeft duidelijk antwoord op de vraag
Mensen maken er (on)bewust gebruik van in dagelijkse leven
Probleem: men moet weten welke uitkomsten goed zijn
Bentham Jeremy
“it is the greatest happiness of the greatest number that is the measure of right and wrong”
Greatest number: utilitarisme wordt gebaseerd op een berekening “meer” geluk
Modern denken: naar objectivering gaan
Rechtvaardigingscriterium
“Verricht altijd die handeling die tot zoveel mogelijk netto-geluk leidt”
= morele plicht (altijd verplicht om calculus te maken)
o bv. bedelaar: schade 5 euro weggeven is niet in verhouding tot surplus aan
geluk bedelaar dus je bent verplicht om iets te geven
o bv. maatste levensjaren: stress, meer kosten op moment dat je ziek wordt
moet je ineens euthanasie plegen
o netto-geluk = totale heluk – netto ongeluk
Utilitarisme = de mate van goedheid in een situatie wordt bepaald door totale
hoeveelheid geluk in de situatie
Voordeel: theorie zegt duidelijk hoe je morele gedrag moet beoordelen
radicale theorie:
o beperkt zich niet tot cultuur of samenleving
totale netto-geluk zo groot mogelijk: grensverschillen spelen geen rol
bv. plicht om mondiaal middelen te herverdelen
o geen radicaal onderscheid tussen mensen en dieren
Dus iedereen verplicht vegetarisch: vegetarisme vaak met utilitarisme
verdedigt
Voorbeeld
Peter Singers effectief altruïsme = een vorm van utilitarisme (child in-pond)
Intuitief: natuurlijk red ik kind ookal heb ik dan natte kleren
o je bent nabij, enigste die er is en kan helpe,
Maarwat als je ergens anders bent, moreel relevant als je persoon kent, of er een
landgrens is?
8
, Stel: geen geld aan blinde honden geven maar aan muisquite netten want grootste
gevolgen zo gaan sommige nooit geld krijgen
Kritiek
1. praktische problemen
kenbaarheid van gevolgen van handelingen
o bv. kind adopteren
o Allerlei mogelijke manieren waarop je handelingen meer gevolgen krijgen
Bv. kind adopteren na aardbevingen turkije: is het wel slim om kind uit
cultuur te halen en in andere te steken?
vergelijkbaarheid/meetbaarheid van leed en geluk
o bv. subsidies toekennen aan organisatie x en niet aan y
o MAAR: in vele gevallen kan dat min of meer worden ingeschat
bv. wel of niet medische hulp bieden, wel of niet kwetsen, enz.
2. puur consequentialistisch
negeert andere overwegingen (kijkt enkel naar gevolgen)
o bv. belofte niet nakomen om een vriend te helpen want geluk is belangrijkste:
je kan naar leuk feest en er helpen toch andere mensen vriend: surplus feest
groter als gemis vriend
negeert (on)rechtvaardigheid van de manier waarop geluk tot stand komt
o bv. uitbuiting, opoffering
Voorbeeld uitbuiting (kritiek onrechtvaardigheid)
De gladiatorenspelen in Oude Rome moeten we niet moreel verwerpelijk vinden
Geluk van de slaaf: -1000
Geluk publiek: 0,1 x 50 000
_______________________
Netto geluk: 4000
gladiator spelen met fictieve cijfers principe erachter is niet waterdicht
3. relatie tussen authenticiteit en geluk
Is geluk wel de belangrijkste waarde?
o cf. Nozicks geluksmachines: balans tussen geluk en authenticiteit
Ondergeschikt aan extern doel: geluksmaximalisatie
o Houdt geen rekening met persoonlijke overtuigingen en waarden
o Houden op individuen te zijn enkel collectief belang telt
o Balans tussen waardevolle elementen verstoord
Voorbeeld individueel versus collectief belang
Vijf patiënten wachten op nieuwe organen
1 gezonde patiënt
Maak de som: -1+5 = 4
Breng de man om die in de wachtkamer zit
1.6.2 De ethiek van Kant
9
, Kant Immanuel
Plichtethiek of deontologische ethiek = we hebben plichten onafhankelijk van specifieke
gevolgen van onze handelingen
Of handeling moreel goed: hangt niet af van gevolgen, maar van principe
Gaat om plicht goede te doen, niet om afweging van wat goede gevolgen heeft
o bv. iemand helpen die in nood is zonder resultaat: helpen maakt handeling
moreel maakt niet uit of het lukt of niet
o bv. iemand die faalt in zijn slechte bedoelingen: volgens kant verkeerd
doet dit volgens verkeerd principe gaat niet om gevolgen
voor iedere mens, in alle omstandigheden
Categorische imperatief
Autonomie = zichzelf doelen kunnen stellen = kenmerk van een redelijk wezen
o Redelijke wezens: we kunnen handelen op basis van principes
Idee: als we de ratio volgen zullen we het juiste doen
o verschil met dieren: enkel instinct & mens zelf gestelde doelen
Categorische imperatieven = absolute, ethische geboden
o bv. lieg nooit
↔ hypothetische imperatieven = geboden die stellen wat we moeten doen
gegeven een bepaald doel
o i.f.v. zelf gestelde doelen
o bv. strak trainingsschema voor marathon
o kunnen nooit basis ethiek vormen: gelden enkel bij gestelde doel & niet
absoluut geldig
Welke categorische imperatieven moet men volgen?
Ultiem criterium = Categorische Imperatief (hoofdletters)
1. “Handel alleen volgens die maxime waardoor je tegelijkertijd kunt willen dat zij een
algemene wet wordt”
o Een maxime = gedragsregel = manier waarop je handelt
o Bijna elke cultuur heeft variant op regel, gemakkelijke toetssteen, is een
maxime
2. “Handel zo dat jij het menszijn, zowel in eigen persoon als in de persoon van ieder
ander, altijd tegelijk als doel, nooit louter als middel gebruikt”
o Jezelf of iemand anders als middel gebruiken schending redelijkheid
gulden regel: “Behandel anderen zoals je door hen behandeld wilt worden.”, “Wat
gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook de ander niet.”
o Bv. als ik in water lag, zou ik willen dat iemand kwam helpen dus ik moet
het ook doen intuïtieve theorie
Voorbeeld gladiatorenspelen
Gladiatorenspelen in Oude Rome waren moreel verwerpelijk.
Bepaalde mensen: als middel gebruikt om anderen te entertainen
Ander besluit dan bij vorige theorieën
Gladiatoren waren immoreel want bepaalde mensen werden als middel gebruikt om
andere te entertainen
10
Hoofdstuk 1: Ethiek: over het goede en het juiste
Aandachtspunten
● begrippenkader
● het funderingsprobleem
● vrijheid, authenticiteit, geluk
● utilitarisme versus ethiek van Kant
1.1 Inleiding
1.2 Ethiek
belangrijk examen!!!: concept toelichten)
uitgebreid vertellen
slides niet voldoende, info boek en wat prof heeft gezegd belangrijk
1.2.1 Ethiek
bestudeert normen & waarden essentiële rol in menselijk bestaan
Vragen: verwijzen vaak naar normen en waarden
o Soms impliciet: spelen rol op achtergrond
o bv. hoe reizen we van amsterdam naar groningen?
Verwachting normen worden nageleefd: auto niet gestolen
Veronderstelling: snelste is beste, milieu-effecten spelen rol
1.2.2 Norm
Norm = concrete gedragsbepalingen, specifieke regels die ons voorschrijven wat we
moeten of mogen doen
concreet maken van waarde (niet hetzelfde als waarde)
o bv. norm: je moet waarheid uitspreken gebaseerd op waarde: eerlijkheid
drukt plicht, verbod of permissie uit:
Plicht = norm waarbij je iets moet
o bv. mensen zouden met het openbaar vervoer moeten reizen
Permissie/toestemmingen = normen die zeggen dat je iets mag doen
o bv.” breek nooit je belofte; “een leugentje om bestwil is toegestaan”
Belangrijke relatie tussen plichten en permissies
Als je iets moet mag je dit ook
Worden vaak in termen van elkaar gedeifnieerd: plicht beloften na te
komen kan men bescjrijven als de afwezigheod van een permissie
beloften te breken
1.2.3 Waarden
Waarden = algemene morele uitgangspunten, aspecten van het leven die we belangrijk
(‘waardevol’) vinden = je geeft een beoordeling of evaluatie
bv. “tolerantie is de basis van onze democratie”; “alles staat of valt bij eerlijkheid
Fudamentale plaats in ons leven MAAR geeft niet aan wat deze plaats is
Niet enkel: dit is mijn mening MAAR mening met als doel iets zeggen over iets
Deugd = waardevolle karaktereigenschappen van een persoon
1
, o bv. vriendelijkheid, eerlijkheid, bescheidenheid
Nauwe relatie tussen waarden en normen
1.2.4 Afbakening ethiek
Ruim onderzoeksgebied: ‘typische kwesties” & alledaagse ebslisingen
Buigt zich over alles wat een waarde uitdrukt of gebrek aan waarde
● buigt zich over alles wat een waarde uitdrukt of gebrek aan waarde
● Eigen domein: methodes en onderwerpen
Moreel = wat overeenstemt met de heersende waarden en normen
o Waarmee we instemmen, zijn in onze ogen goede redenen voor
o bv. de zieken verzorgen
Immoreel = schendt de heersende waarden en normen
o bv. uitsluiting o.b.v. racisme
Amoreel = waarbij geen waarden en normen betrokken zijn
o bv. “De zon komt op in oosten” oordeel, maar geen onderwerp van ethiek
→ afbakening domein van de ethiek: moreel versus a-moreel
1.2.5 Moraal en ethiek
Moraal = stelsel van normen en waarden m.b.t. handelen van mensen
schrijf je meestal toe aan groep mensen
onderscheid: publieke & persoonlijke moraal
○ bv. “in de moraal van de antiek-Griekse cultuur stond dapperheid hoog
aangeschreven”
Positieve moraal = normen en waarden die gelden in bepaalde cultuur
bv. recht: door OH in regelgeving vastgelegde normen en waarden
Stelsel: waarden en normen horen bij elkaar, vormen geheel
onderscheid grieken en romeinen & katholieke middeleeuwen
kan je feitelijk vaststellen
Ethiek = studie van normen en waarden, die zich richt op de vraag welke normen en
waarden we kunnen rechtvaardigen (systematische reflectie)
ethiek onderscheidt zich van moraal filosofie
niet enkel normen en waarden bestuderen MAAR OOK welke normen en waarden
kunnen we rechtvaardigen
○ bv. “waarom vinden we gezondheid zo belangrijk?”
1.2.6 Ethiek: wetenschappelijke discipline
Doel: streeft zoals andere wetenschappen → vorm van objectieve geldigheid
Belangrijk verschil
o Wetenschappen: geven verklaring of beschrijving van fenomenen
o Ethiek: concentreert zich op vraag naar rechtvaardiging
Onderzoekt niet de oorzaken maar of men goede redenen kan
geven
2
,1.2.7 Rechtvaardiging
Kerntaak van de ethiek
Niet: beschrijven (descriptief)
o beperkt zich tot wat is
o bv. rechtsgeleerdheid
Niet: verklaren (oorzaken)
o bv. waarom sommige waarden en normen ontstaan in culturen
o Maar zegt niet waarom ze belangrijk zijn
Wel: geldigheid onderzoeken van waarden en normen
Hoe rechtvaardig je een norm?
NIET door oorzaken te formuleren
WEL door redenen te formuleren voor die norm
Kern ethiek
Welke normen en waarden kunnen we met goede redenen verdedigen?
Wanneer kunnen we spreken van goede redenen?
Normatief = hoe iets zou moeten zijn → dit trachten voor te schrijven
○ Oordeel vormen over geldende normen en waarden
○ Welke normen en waarden we zouden moeten naleven
○ bv. is zelfmoord op een bepaald moment een nobele actie?
1.3 Het funderingsprobleem
1.3.1 Uit feiten geen normen
Logische kloof tussen zijn en behoren(moeten)
● “Uit de constatering dat iets het geval is, volgt niet dat we iets moeten doen (of
nalaten); uit een feit kan niet zonder meer een norm worden afgeleid”
○ Regel onthouden: een van belangrijkste inzichten uit filosofie!!!
● Logische kloof tussen zijn en behoren = uit een feit kan niet zonder meer een
normatieve stellingname worden afgeleid
○ Iets moet niet altijd blijven zoals het was
○ bv. politieke problemen moeilijk omdat ze tatus quo willen behouden
○ argument: is altijd zo geweest MAAR wie zegt dat het zo moet zijn?
● Men kan uit empirische waarnemingen niet afleiden hoe men zijn leven moet leiden
Bv. Niet geldig!
● vlees eten veroorzaakt leed bij dieren
● → we mogen geen vlees eten
Twee verregaande implicaties:
1) Het hele wetenschappelijke instrumentarium van feiten, verklaringen, experimenteel
bewijs, etc. niet bruikbaar in de ethiek
3
,2) De hele (exacte) wetenschap kan geen sluitend argument geven over hoe we ons leven
moeten leiden
1.3.2 Geen ultieme fundering
● Een correcte redenering om normen te rechtvaardigen bevat naast feitelijke ook
normatieve argumenten
● Bv. Wel geldig!
a) vlees eten veroorzaakt leed bij dieren
b) we mogen geen leed veroorzaken bij dieren
→ we mogen geen vlees eten
● Stel uit a en b concluderen we: we mogen geen vlees eten
○ niet iedereen deelt mening
● MAAR: Wat rechtvaardigt bewering dat we geen leed mogen veroorzaken bij dieren?
Probleem: elke norm die we aannemen moet opnieuw gefundeerd worden
● belangrijk: in westerse samenleving: geen algemeen aanvaarde geldige basis of bron
voor morele normativiteit (bv. god)
● ‘regressus ad infinitum’ = steeds achteruitgaan, terug stappen, tot in het oneindige,
alles verder in vraag stellen
→ Funderingsprobleem = het is onmogelijk om tot een ultieme fundering voor ethische
stellingnamen te komen
1.4 Relativisme
1.4.1 Tussen objectivisme en relativisme
● Objectivisme = de juistheid van algemene morele uitgangspunten kan bewezen
worden
● Relativisme = uiteindelijk zijn normen en waarden altijd relatief; het is zinloos om te
proberen ze te rechtvaardigen
○ Gevolg van funderingsprobleem
● Tussenweg
○ Het heeft zin om: algemene morele uitgangspunten te onderzoeken
○ En na gaan: welke morele consequenties ze met zich meebrengen
§ We kunnen altijd goede redenen geven, ookal kunnen we niet funderen
§ Ethiek gaat steeds tussen 2 uitersten, laveert ertussen
§ zoekt als wetenschappelijke discipline een weg tussen de twee
1.4.2 Het probleem van het relativisme
Ten opzichte van wat zijn normen en waarden relatief?
● Cultuurrelativisme = fundamentele verschillen tussen culturen
○ geografisch en historisch: veranderingen doorheen de tijd en door
omstandigheden
○ bv. de doodstraf
● universele waarden?
○ bv.vriendschap, liegen is immoreel/onjuist
○ cultuuroverstijgende normen en waarden
○ redenen kunnen overtuigend zijn
○ soms: verschillende normen berusten op identieke waarden
4
, ● Subjectivisme = normen en waarden zijn afhankelijk van particuliere gevoelens en
opvattingen van een individu
● = het ultieme fundament van je moraal ben je zelf
○ je vindt iets juist omdat jij dat vindt
○ bv. emotivisme = een morele uitspraak is een uitdrukking van een gevoel
■ ethische discussie = uiten en beïnvloeden van gevoelens
■ zeggen “vind dat niet kunnen” = ik voel me er slecht bij
1.4.3 Drie bezwaren tegen het emotivisme
● Emotivisme: vorm van subjectivisme & subjectivisme: vorm van moreel relativisme
1) Afkeer leidt niet altijd tot morele afkeuring en waardering niet altijd tot morele
goedkeuring
○ bv. misdaad maar iemand voelt bewondering voor schurk, betekent niet dat
deze het moreel goed keurt
2) We hechten veel betekenis aan de rechtvaardiging van onze morele keuzes
○ We zijn constant bezig met aangeven wat we wel en niet belangrijk vinden
○ bv. stel je mispeutert iets met je vrienden en bij een verhoor noem je ze niet
en neem je de straf volledig op jou
○ emotivist: we kunnen uitleggen waarom men bepaald gevoel heeft en morele
uitspraak doet maar kunnen dit niet rechtvaardigen
3) Morele gevoelens zijn niet de oorzaak, maar gevolg van morele opvattingen
○ bv. ecologische keuze trein i.p.v. vliegtuig: grotere voldoening
1.4.4 Andere antwoorden op het funderingsprobleem
● Ontkenning van bestaan van strikte scheiding tussen feiten en normen
○ Feiten: zijn normatief geladen
○ Gevolg: men kan normen uit feiten afleiden
○ Bij beschrivjing van handeling geven we al een oordeel
■ bv. iets wreed noemen
● In de aanval gaan: men erkent kwestie als een probleem, maar wijst erop dat het
zich ook binnen andere dicsiplines voordoet
● Juistheid van algemene morele uitganspunten kan niet bewezen worden
○ Maar zinvol om morele consequenties te onderzoeken
■ Nagaan: welke specifieke normen en waarden men eruit kan afleiden
1.5 Waarden en het goede leven: vrijheid, authenticiteit en geluk
Het goede leven
● Waarden = algemene uitdrukking van wat we in ons leven belangrijk vinden
○ vandaar: bestanddelen van het goede leven
○ uitwerking: drie centrale waarden
● Rechtvaardiging?
○ tussenweg tussen objectivisme en relativisme
○ redenen geven waarom we deze waarden zo belangrijk vinden
5
, ○ van subjectieve voorkeur naar meer algemeen perspectief
○ opklimmen van iets moeilijk naar hoe kan je ervoor zorgen dat dit op
aannemelijk niveau gewoon wordt
vrijheid
● negatieve vrijheid = afwezigheid van door anderen opgelegde beperkingen
○ bv. werkloos of dakloos zijn: heeft geen keuze
● positieve vrijheid = aanwezigheid van reële keuzemogelijkheden
○ heeft meer inhoud dan negatieve: er is juist wel iets aanwezig
○ reëel: niet enkel een gedachte
● “two concepts of liberty” bv. kapitalisme: vrijheid of onvrijheid?
○ Voor: markt zorgt voor individuele vrijheid, beperkingen nemen dit af
○ Tegen: beperkingen van individuele keuzevrijheid
Waarom is vrijheid zo’n centrale waarde?
● instrumentele waarde = vrijheid is een instrument om iets (waardevol) mee te
bereiken
○ bv. vrijheid naar school gaan belangrijk → zo kennis verkrijgen
○ vooral gebruikt bij bekritiseren van maatschappijen zonder vrijheid
■ bv. Taliban: meisjes niet naar school etc.
● intrinsieke waarde = waarde van vrijheid ligt in vrijheid zelf besloten, waarde die
onafhankelijk is van de gevolgen van die vrijheid
1. Symbolische waarde = erkenning geven van iets
○ bv. homohuwelijk, vrijheid van meningsuiting
○ belangrijk: je erkent vrijheid van burgers
○ weeral uitdrukking van andere waarden
2. expressieve waarde = zelfrealisatie en verantwoordelijkheid dragen voor eigen
keuzes
○ niet- instrumenteel:
■ mogelijkheid tot expressie: geen gevolg maar kenmerk van
vrijheid
○ bv. studiekeuze: je kiest om jezelf te zijn, je draagt gevolgen van keuze
Is vrijheid dan een absolute waarde? (het ultieme fundament?)
zelfs al zie je het als ultieme waarde TOCH kan je het niet als een fundament zien:
● soms inperking nodig om andere vrijheden te beschermen
○ bv. vrijheid van meningsuiting
● niet elke vrijheidsvergroting is moreel relevant
○ bv. ‘ik wil een koffie” maar nu keuze: soja melk, caramel, grootte etc.
● extra vrijheden brengen extra verantwoordelijkheden
○ bv. prenatale diagnostiek: allerlei keuzes voor vrouwen: op prille leeftijd kan je
zien of kind afwijkingen zou hebben en vraag “zou je het kindje houden?”
→ We worden door dilemma’s “gegijzeld”
1.5.2 Authenticiteit
“Wat is dit zelf waar we via onze vrijheid uitdrukking aan geven?”
6
, ● Ieder mens heeft een ‘ware’ identiteit
● “Trouw aan jezelf”: door ons handelen moeten we onze ware identiteit zo goed
mogelijk tot uitdrukking proberen brengen
○ Pas dan: zijn we authentiek
● Niet altijd goed om ware natuur tot uitdrukking te brengen
○ vb. Sadist: beter niet ware zelf tonen
○ Idee: mens is van nature goed sadist want niet authentiek aan zichzelf
Wat bedoelen we met onze ‘identiteit’?
○ bv. studiekeuze: oorzaak of gevolg van identiteit?
○ Gedeeltelijk: gevormd door keuzes
§ Door keuzes verandert kijk op wereld
§ Keuzes zijn gevolg van voorkeuren & bepalen en veranderen
voorkeuren
○ Gedeeltelijk: karakteristieken, overtuigeningen etc. die constant zijn
Identiteit = resultaat van keuzes die we maken en identiteit gaat aan keuzes vooraf
● interne bron (“nature”)
○ niet koppig of egoïstisch
● externe bron (“nurture”) = cultuur, alles wat wordt opgedrongen, invloed op
persoonlijkheid
○ ook niet karakterloos of opportunistisch
→ authenticiteit = juiste balans tussen interne en externe bronnen van identiteit
1.5.3 Geluk
Fundering voor vrijheid en authenticiteit?
geluk = geluksgevoel? = een gevoel van blijdschap, diepe tevredenheid, zelfs van extase
● = bepaald gevoel of toestand
● Intrinsieke waarde funderingprobleem doet zich niet voor
○ Bv. je wilt geld voor een vakantie, je wilt daar rusten want dat geeft geluk
○ Het eindigt bij geluk
● is geluk het allerbelangrijkste in ons leven? (einde van de regressus ad infinitum?)
● grootste kanshebber voor de ultieme waarde: maar wat is geluk?
Gedachte-experiment van Robert Nozick: “geluksmachine” of “ervaringsmachine”
● stel geluk ultieme waarde:
○ je kan in machine ultieme situaties ervaren alsof ze echt zijn
○ niet iedereen zal het doen: waarheid is belangrijk, we willen dit echt
○ sommige mensen hebben nog ultiemere waarden
● Gaat niet alleen om gevoelens of indrukken van geluk
○ maar willen ook dat deze op juiste wijze verbonden zijn aan realiteit
● We willen niet enkel gevoel hebben dat we iemand zijn: we willen echt iemand zijn
Redenering omkeren
● Niet: vrijheid en authenticiteit zijn waardevol omdat ze leiden tot geluk
● Wel: vrijheid en authenticiteit leiden tot geluk omdat ze waardevol zijn
○ Vrijheid omdat je jezelf kan zijn (niet andersom)
7
, ● het goede/geslaagde leven = leven waarin er evenwicht is tussen verschillende
zaken die het leven zo waardevol maken voor iemand (= persoonlijk)
1.6 Normen en het juiste leven
Utilitarisme vs ethiek van Kant: Geen 2 ideale modellen: vergelijking belangrijk
Normen = concrete gedragsbepalingen
o vandaar: bestanddelen van het juiste leven
o uitwerking: twee theorieën
Rechtvaardiging?
o redenen geven voor wijze waarop we zouden moeten (of mogen) handelen in
een specifieke situatie
1.6.1 Utilitarisme
Vorm van consequentialisme = gevolgenethiek
o Gaat niet om handeling maar om gevolgen van handeling
o Gevolgen goed dan is handeling ook goed
‘nut’ (wat genot, welzijn, welvaart, geluk oplevert)
o enige criterium om te oordelen of morele handeling goed of slecht is
Geeft duidelijk antwoord op de vraag
Mensen maken er (on)bewust gebruik van in dagelijkse leven
Probleem: men moet weten welke uitkomsten goed zijn
Bentham Jeremy
“it is the greatest happiness of the greatest number that is the measure of right and wrong”
Greatest number: utilitarisme wordt gebaseerd op een berekening “meer” geluk
Modern denken: naar objectivering gaan
Rechtvaardigingscriterium
“Verricht altijd die handeling die tot zoveel mogelijk netto-geluk leidt”
= morele plicht (altijd verplicht om calculus te maken)
o bv. bedelaar: schade 5 euro weggeven is niet in verhouding tot surplus aan
geluk bedelaar dus je bent verplicht om iets te geven
o bv. maatste levensjaren: stress, meer kosten op moment dat je ziek wordt
moet je ineens euthanasie plegen
o netto-geluk = totale heluk – netto ongeluk
Utilitarisme = de mate van goedheid in een situatie wordt bepaald door totale
hoeveelheid geluk in de situatie
Voordeel: theorie zegt duidelijk hoe je morele gedrag moet beoordelen
radicale theorie:
o beperkt zich niet tot cultuur of samenleving
totale netto-geluk zo groot mogelijk: grensverschillen spelen geen rol
bv. plicht om mondiaal middelen te herverdelen
o geen radicaal onderscheid tussen mensen en dieren
Dus iedereen verplicht vegetarisch: vegetarisme vaak met utilitarisme
verdedigt
Voorbeeld
Peter Singers effectief altruïsme = een vorm van utilitarisme (child in-pond)
Intuitief: natuurlijk red ik kind ookal heb ik dan natte kleren
o je bent nabij, enigste die er is en kan helpe,
Maarwat als je ergens anders bent, moreel relevant als je persoon kent, of er een
landgrens is?
8
, Stel: geen geld aan blinde honden geven maar aan muisquite netten want grootste
gevolgen zo gaan sommige nooit geld krijgen
Kritiek
1. praktische problemen
kenbaarheid van gevolgen van handelingen
o bv. kind adopteren
o Allerlei mogelijke manieren waarop je handelingen meer gevolgen krijgen
Bv. kind adopteren na aardbevingen turkije: is het wel slim om kind uit
cultuur te halen en in andere te steken?
vergelijkbaarheid/meetbaarheid van leed en geluk
o bv. subsidies toekennen aan organisatie x en niet aan y
o MAAR: in vele gevallen kan dat min of meer worden ingeschat
bv. wel of niet medische hulp bieden, wel of niet kwetsen, enz.
2. puur consequentialistisch
negeert andere overwegingen (kijkt enkel naar gevolgen)
o bv. belofte niet nakomen om een vriend te helpen want geluk is belangrijkste:
je kan naar leuk feest en er helpen toch andere mensen vriend: surplus feest
groter als gemis vriend
negeert (on)rechtvaardigheid van de manier waarop geluk tot stand komt
o bv. uitbuiting, opoffering
Voorbeeld uitbuiting (kritiek onrechtvaardigheid)
De gladiatorenspelen in Oude Rome moeten we niet moreel verwerpelijk vinden
Geluk van de slaaf: -1000
Geluk publiek: 0,1 x 50 000
_______________________
Netto geluk: 4000
gladiator spelen met fictieve cijfers principe erachter is niet waterdicht
3. relatie tussen authenticiteit en geluk
Is geluk wel de belangrijkste waarde?
o cf. Nozicks geluksmachines: balans tussen geluk en authenticiteit
Ondergeschikt aan extern doel: geluksmaximalisatie
o Houdt geen rekening met persoonlijke overtuigingen en waarden
o Houden op individuen te zijn enkel collectief belang telt
o Balans tussen waardevolle elementen verstoord
Voorbeeld individueel versus collectief belang
Vijf patiënten wachten op nieuwe organen
1 gezonde patiënt
Maak de som: -1+5 = 4
Breng de man om die in de wachtkamer zit
1.6.2 De ethiek van Kant
9
, Kant Immanuel
Plichtethiek of deontologische ethiek = we hebben plichten onafhankelijk van specifieke
gevolgen van onze handelingen
Of handeling moreel goed: hangt niet af van gevolgen, maar van principe
Gaat om plicht goede te doen, niet om afweging van wat goede gevolgen heeft
o bv. iemand helpen die in nood is zonder resultaat: helpen maakt handeling
moreel maakt niet uit of het lukt of niet
o bv. iemand die faalt in zijn slechte bedoelingen: volgens kant verkeerd
doet dit volgens verkeerd principe gaat niet om gevolgen
voor iedere mens, in alle omstandigheden
Categorische imperatief
Autonomie = zichzelf doelen kunnen stellen = kenmerk van een redelijk wezen
o Redelijke wezens: we kunnen handelen op basis van principes
Idee: als we de ratio volgen zullen we het juiste doen
o verschil met dieren: enkel instinct & mens zelf gestelde doelen
Categorische imperatieven = absolute, ethische geboden
o bv. lieg nooit
↔ hypothetische imperatieven = geboden die stellen wat we moeten doen
gegeven een bepaald doel
o i.f.v. zelf gestelde doelen
o bv. strak trainingsschema voor marathon
o kunnen nooit basis ethiek vormen: gelden enkel bij gestelde doel & niet
absoluut geldig
Welke categorische imperatieven moet men volgen?
Ultiem criterium = Categorische Imperatief (hoofdletters)
1. “Handel alleen volgens die maxime waardoor je tegelijkertijd kunt willen dat zij een
algemene wet wordt”
o Een maxime = gedragsregel = manier waarop je handelt
o Bijna elke cultuur heeft variant op regel, gemakkelijke toetssteen, is een
maxime
2. “Handel zo dat jij het menszijn, zowel in eigen persoon als in de persoon van ieder
ander, altijd tegelijk als doel, nooit louter als middel gebruikt”
o Jezelf of iemand anders als middel gebruiken schending redelijkheid
gulden regel: “Behandel anderen zoals je door hen behandeld wilt worden.”, “Wat
gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook de ander niet.”
o Bv. als ik in water lag, zou ik willen dat iemand kwam helpen dus ik moet
het ook doen intuïtieve theorie
Voorbeeld gladiatorenspelen
Gladiatorenspelen in Oude Rome waren moreel verwerpelijk.
Bepaalde mensen: als middel gebruikt om anderen te entertainen
Ander besluit dan bij vorige theorieën
Gladiatoren waren immoreel want bepaalde mensen werden als middel gebruikt om
andere te entertainen
10