VERGELIJKENDE BIOLOGIE
HOOFDSTUK 7: DEUTEROSTOMEN DEEL 2
REPTILIA
Typische kenmerken
→ Tetrapoda
→ Verhemelte (= scheiding) tussen mond- en neusholte
→ Skelet volledig verbeend
→ Droge huid met hoornschubben, die lichaam bedekt en waterverlies tegengaat
→ Longademhaling met thoracale ventilatie (= borstruimte: ademen met borst)
→ Hart met 2 atria en 2 (onvolledig gescheiden) ventrikels
o Alleen bij krokodillen volledig gescheiden: vierkamerhart
→ Dubbele bloedsomloop: zuurstof wordt meer efficiënte naar lichaam gebracht
o Systemische bloedsomloop
o Pulmonale bloedsomloop
→ Inwendige bevruchting
o Ovipaar: planten zich voort d.m.v. het leggen van eieren (inwendige bevruchting,
uitwendige ontwikkeling)
o Vivipaar: levend wezen komt direct uit moederorganisme ter wereld (inwendige
bevruchting, inwendige ontwikkeling)
→ Rechtstreekse ontwikkeling (geen larvaal stadium)
→ Cleidoïsch, amnioot ei met lederachtige schaal, voortplanting op land
Bloedsomloop
Rood: zuurstofrijk bloed
Blauw: zuurstofarm bloed
Paars: mengsel van zuurstofrijk en
zuurstofarm bloed
Vis: geen zuurstofrijk bloed in hart
Reptielen: wel zuurstofrijk bloed in
hart + nog geen volledig gescheiden
ventrikels dus mengsel van
zuurstofrijk en zuurstofarm bloed
, Cleidoïsch of amnioot ei bij reptielen
4 extra-embryonale vliezen: maken
voortplanting op land mogelijk
→ Amnion
→ Allantois
→ Dooierzak
→ Chorion
Amniota
→ Reptielen
→ Vogels
→ Zoogdieren
Amnion: met vocht gevulde zak voor bescherming embryo (schokdemper)
Allantois: opslaan van excretie afvalstoffen
Dooierzak: staat in voor geven van voedsel/energie (alles om te groeien en ontwikkelen)
Chorion: gasuitwisseling
Levenswijze
→ Echte landdieren, alhoewel sommige soorten terugkeerden naar water
→ Cleidoïsche eieren ontwikkelen steeds op het land (of inwendig)
→ Zijn herbivoor of carnivoor
→ Zijn ectotherm of koudbloedig (kunnen eigen lichaamstemperatuur niet regelen, warmte
komt van buitenaf)
→ Interne bevruchting: sperma bevrucht de eieren voor de protectieve membranen gevormd
worden
, Evolutie en classificatie
→ Domineerde de aarde voor 250 miljoen jaren, leven nu nog
→ Meer dan 10,000 species
Anapsida
→ Uitgestorven orden + 1 huidige orde nl. schildpadden
→ Meest simplistisch, enkel oogholte
Synapsida (250 MYA)
→ Uitgestorven orden
→ Therapsiden: zoogdieren
→ Oogholte en laterale temporale opening
Diapsida (230 MYA)
→ Uitgestorven orden + meeste huidige orden
→ Archosauria: krokodillen, dinosauriërs en vogels
→ Lepidosauria: hagedissen, slangen en tuatara
→ Oogholte, laterale temporale opening en dorsale temporale opening
Zoogdieren geëvolueerd uit reptielen,
niet uit vogels
Vogels: verder geëvolueerd uit
reptielen
Stammen af van dinosauriërs
→ Laatste restanten van dino’s
HOOFDSTUK 7: DEUTEROSTOMEN DEEL 2
REPTILIA
Typische kenmerken
→ Tetrapoda
→ Verhemelte (= scheiding) tussen mond- en neusholte
→ Skelet volledig verbeend
→ Droge huid met hoornschubben, die lichaam bedekt en waterverlies tegengaat
→ Longademhaling met thoracale ventilatie (= borstruimte: ademen met borst)
→ Hart met 2 atria en 2 (onvolledig gescheiden) ventrikels
o Alleen bij krokodillen volledig gescheiden: vierkamerhart
→ Dubbele bloedsomloop: zuurstof wordt meer efficiënte naar lichaam gebracht
o Systemische bloedsomloop
o Pulmonale bloedsomloop
→ Inwendige bevruchting
o Ovipaar: planten zich voort d.m.v. het leggen van eieren (inwendige bevruchting,
uitwendige ontwikkeling)
o Vivipaar: levend wezen komt direct uit moederorganisme ter wereld (inwendige
bevruchting, inwendige ontwikkeling)
→ Rechtstreekse ontwikkeling (geen larvaal stadium)
→ Cleidoïsch, amnioot ei met lederachtige schaal, voortplanting op land
Bloedsomloop
Rood: zuurstofrijk bloed
Blauw: zuurstofarm bloed
Paars: mengsel van zuurstofrijk en
zuurstofarm bloed
Vis: geen zuurstofrijk bloed in hart
Reptielen: wel zuurstofrijk bloed in
hart + nog geen volledig gescheiden
ventrikels dus mengsel van
zuurstofrijk en zuurstofarm bloed
, Cleidoïsch of amnioot ei bij reptielen
4 extra-embryonale vliezen: maken
voortplanting op land mogelijk
→ Amnion
→ Allantois
→ Dooierzak
→ Chorion
Amniota
→ Reptielen
→ Vogels
→ Zoogdieren
Amnion: met vocht gevulde zak voor bescherming embryo (schokdemper)
Allantois: opslaan van excretie afvalstoffen
Dooierzak: staat in voor geven van voedsel/energie (alles om te groeien en ontwikkelen)
Chorion: gasuitwisseling
Levenswijze
→ Echte landdieren, alhoewel sommige soorten terugkeerden naar water
→ Cleidoïsche eieren ontwikkelen steeds op het land (of inwendig)
→ Zijn herbivoor of carnivoor
→ Zijn ectotherm of koudbloedig (kunnen eigen lichaamstemperatuur niet regelen, warmte
komt van buitenaf)
→ Interne bevruchting: sperma bevrucht de eieren voor de protectieve membranen gevormd
worden
, Evolutie en classificatie
→ Domineerde de aarde voor 250 miljoen jaren, leven nu nog
→ Meer dan 10,000 species
Anapsida
→ Uitgestorven orden + 1 huidige orde nl. schildpadden
→ Meest simplistisch, enkel oogholte
Synapsida (250 MYA)
→ Uitgestorven orden
→ Therapsiden: zoogdieren
→ Oogholte en laterale temporale opening
Diapsida (230 MYA)
→ Uitgestorven orden + meeste huidige orden
→ Archosauria: krokodillen, dinosauriërs en vogels
→ Lepidosauria: hagedissen, slangen en tuatara
→ Oogholte, laterale temporale opening en dorsale temporale opening
Zoogdieren geëvolueerd uit reptielen,
niet uit vogels
Vogels: verder geëvolueerd uit
reptielen
Stammen af van dinosauriërs
→ Laatste restanten van dino’s