Escrito por estudiantes que aprobaron Inmediatamente disponible después del pago Leer en línea o como PDF ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Vista previa 1 fuera de 2 páginas
Resumen

Samenvatting bijlage Vaccinaties Orgaanoverschrijdende Aandoeningen

Document preview thumbnail
Vista previa 1 fuera de 2 páginas

Samenvatting van de bijlage over Vaccinaties van Orgaanoverschrijdende Aandoeningen in het 3e jaar van de bachelor Diergeneeskunde in Utrecht.

Vista previa del contenido

Diergeneeskunde jaar 3 Orgaanoverschrijdende Aandoeningen Bijlage: Vaccinatie

Bijlage – Vaccinatie van huisdieren
Soorten vaccins

 Levende vaccins bevatten micro-organismen die geattenueerd zijn (virulentie uitgeschakeld met behoud van
immunogeniteit) en zich nog vermenigvuldigen in de gastheer.
 Geïnactiveerde/dode vaccins vermenigvuldigen zich niet in het dier. Wordt altijd adjuvans aan toegevoegd
(immunostimulantium) om voldoende immuniteit op te wekken.
 Toxoïdvaccins bevatten alleen bacteriële toxines, in combinatie met een adjuvans.
 Subunitvaccins bevatten fragmenten van een agens dat een afweerreactie opwekt.
 Combinatievaccins bevatten meerdere soorten (levende of dode) micro-organismen.
 Biotech vaccins zijn mbv biotechnologische methoden ontwikkeld
o Vectorvaccins bestaan uit onschuldige virussen waarin een gen van het gewenste virus is
ingebracht. Na vaccinatie zal het onschuldige virus gaan vermeerderen en zo een immuunrespons
opwekken tegen het virus waarvan het gen is ingebracht.

Wel of niet vaccineren?
Non-vaccinatiebeleid  o.a. MKZ en varkenspest
Verplichte vaccinatie  o.a. Newcastle Disease
Of er gevaccineerd wordt hangt af van de kans op de ziekte en de schade die de ziekte kan veroorzaken. Als beide
kansen hoog zijn is vaccinatie geadviseerd, als ze beide laag zijn niet. Vaccinatie kan zijn om verschijnselen te
verminderen/voorkomen of om infectie te voorkomen of uitscheiding te voorkomen. De kwaliteit van een vaccin wordt
bepaald door werkzaamheid en veiligheid.

 Werkzaamheid: wordt eerst onderzocht in het lab in een ‘vaccinatie-challenge’ experiment. Aantal dieren
wordt random over 2 groepen verdeeld (1 vaccinatiegroep, 1 controlegroep). Na bepaalde tijd worden alle
dieren gechallenged (natuurlijk besmet met natuurlijke dosis van virulente veldstam)  verschijnselen,
vermenigvuldiging en pathologische afwijkingen worden gemeten. Verschil tussen de groepen is een maat
voor de werkzaamheid. Idealiter moet het ook in een veldstudie worden onderzocht.
o PF = preventable fraction = ware effectiviteit van het vaccin. Percentage niet-beschermde
controledieren min percentage niet-beschermde gevaccineerde dieren gedeeld door het percentage
% zieke controledieren−% zieke gevaccineerde dieren
niet-beschermde controledieren =
% zieke controledieren
 Veiligheid: vaccinatie mag geen ziekte of lokale reacties veroorzaken. Levend vaccin moet genetisch stabiel
zijn en mag niet worden uitgescheiden. Vaccin mag geen verontreinigingen bevatten.

Vaccinatieschema’s
Bij het opstellen van vaccinatieschema’s wordt rekening gehouden met:

 Epidemiologische situatie
 Immuunstatus van het dier
o Antilichamen (maternaal of van vorige vaccinaties) kunnen interfereren met de opouw van actieve
immuniteit na vaccinatie.
 Daarom pas voor de 1e keer vacineren als maternale antilichaamtiter laag is. Dieren zijn dan
al wel gevoelig voor infectie. Beste oplossing is titerbepaling.
 Bij jonge dieren heb je altijd een periode waarin de maternale antilichaamtiter te hoog s voor
actieve immunisatie door vaccinatie, maar te laag om te beschermen tegen het veldvirus =
gevoelige periode.
 Doel van de vaccinatie
 Soort vaccin
o Dood vaccin moet bij 1e vaccinatie altijd kort daarna (3-4 wkn) worden herhaald = booster.
 Noodzaak en frequentie van boostervaccinaties is afhankelijk van immuniteitsduur, risico op
infectie en ernst van infectie.

Voor- en nadelen van vaccinatie
Voordelen: vaccinatie voorkomt infectie/ziekte, bevordert het welzijn daardoor. Vermindert economische schade en
het gebruik van diergeneesmiddelen. Essentieel voor uitroeien van sommige dierziekten.
Nadelen: dier kan ziek worden (overgevoeligheid), minder sterke immuniteitsopbouw bij dieren met
immunosuppressie, residuen kunnen in vlees terecht komen, sterfte onder niet-doeldieren bij blootstelling,
serologische surveys vaak niet meer mogelijk.

Información del documento

Estudio
Subido en
24 de julio de 2018
Número de páginas
2
Escrito en
2017/2018
Tipo
Resumen
Gratis
Descarga

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
Lauraderks97
4.1
(57)
Vendido
175
Seguidores
94
Artículos
70
Última venta
1 mes hace




Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes