Klinische Ondervoeding:
Is een acute of chronische toestand waarbij een tekort of disbalans van energie, eiwit en andere
voedingsstoffen leidt tot meetbare nadelige effecten op lichaamssamenstelling, functioneren en
klinische resultaten.
Als een patiënt voldoet aan één van de volgende criteria:
1. Een BMI < 18,5 (patiënten van 65 jaar en ouder een BMI 20,0)
2. Onbedoeld gewichtsverlies van >10% in de afgelopen 6 maanden of > 5% in de afgelopen maand
Risico = 5 – 10 % in de afgelopen 6 maanden
27% van de klinische
patiënten zijn ondervoed
Bij >10% verlies van het VVM
treedt er verlies op.
Bij 40% verlies van het VVM
wordt het levensbedreigend
Je hart en longen zijn
immers ook spieren
Syndromen ondervoeding:
1. Wasting = Het verlies van (eerst) vetmassa en spiermassa (later)(20-30%) bij een ernstig
tekort aan voeding.
Verminderde eetlust of helemaal geen eetlust
o Voorbeeld anorexia
Goed: 20-30% VVM, 70-80% VM
2. Cachexie = Veroorzaakt door onderliggende ziekte en wordt gekarakteriseerd door een
doorgaand verlies van skeletspiermassa (70-80%) en soms gepaard met verlies van
functionaliteit
Kan niet volledig gestopt worden door dieetbehandeling
Ongewenst gewichtsverlies van ≤5% in 6 maanden
o Goed: 70-80% VVM, 20-30% VM
Pre-cachexie wordt gekenmerkt door chronische of terugkerende inflammatie
o Moet zo vroegtijdig mogelijk gesignaleerd worden zodat het niet kan
ontwikkelen in cachexie
o Door de inflammatie daalt de Hb-waarde vaak
Kan komen door stress en metabole stress
Symptomen: Koorts, hoge temperatuur Oorzaak snel gewichtsverlies:
Acute cachexie: CRP (ontstekingseiwit) > 50 g/L Gluconeogenese
Chronische cachexie: CRP = 10-50 g/L
o Of verhoogd BSE of verhoogde leukocyten
o CRP boven de 8 = ontsteking
Risicogroepen: Kanker, chronische nierfalen, COPD, leverfalen, chronische hartfalen,
aids en reumatoïde artritis
Ander woord voor afvallen door ziekte = Klinische depletie.
3. Sarcopenie = Verlies van skeletspiermassa, vocht, overig vetvrijmassa en functionaliteit
1
, Primaire sarcopenie = leeftijds-gerelateerd
o Verminderde beschikbaarheid van anabole hormonen (vb. groeihormoon of
testosteron), mindere aanmaak van spiereiwit, oxidatieve stress en toename
pro-inflammatoire cytokinen (= ontstekingsbevorderende cytokinen)
Secundaire sarcopenie = activiteit-gerelateerd, ziekte-gerelateerd (comorbiditeit) of
voedings-gerelateerd (energie, eiwit, vitamine D)
Spier wordt vet
Door weinig beweging
Let op! Sarcopenie hoort niet meer tot de 3 syndromen maar staat op zichzelf (Zie
pathologie)
Verschil Wasting en Cachexie:
Cytokinen: Eiwitachtige stoffen die
belangrijk zijn voor het
immuunsysteem. Deze kunnen
kanker “uitscheiden/uitschakelen”
wanneer de normale cellen dit niet
meer kunnen (= Metabole
ontregelingen)
Oorzaken (Risicoprofiel):
- Fysieke factoren
o Een verminderde smaak, geur, mobiliteit en eetlust, een ontregeling van honger en
verzadigend gevoel, een verstoorde vertering en opname in het maagdarmkanaal,
pijn en vermoeidheid
- Psychische factoren
o Angst, depressie, eenzaamheid, verdriet en verandering in levenssituatie
- Medische factoren
o Ziektetoestand (Inflammatie in verschillende gradaties), kauw- en slikproblemen,
dementie, malabsorptie (Verminderde opname van voedingsstoffen), bijwerkingen
van medicatie en verslavingsproblematiek
- Sociale factoren
o Verminderde of geen mogelijkheid om boodschappen te (laten) doen en eten te
bereiden, eenzaamheid, rouw en armoede
- Externe factoren
o Partner, zorg, financieel welzijn
Risicogroepen voor ondervoeding zijn kwetsbare ouderen, chronisch zieken, oncologische patiënten,
patiënten die een grote operatie ondergaan, brandwonden en patiënten met een ernstig trauma.
Klachten:
- Algehele malaise (Ziekte, Vermoeidheid)
- Gebrek aan eetlust en gewichtsverlies
- Vermoeidheid en futloosheid
- Verminderde kwaliteit van het leven
Gevolgen ondervoeding:
Verhoogde mortaliteit
Langzamer herstel en meer complicaties
Afname gewicht en spiermassa
2
, Afname algehele conditie en afname hart- en longcapaciteit
Verminderde afweer en vertraagde wondgenezing (decubitus)
Verhoogde kans op langere ziekenhuisopname
Afname kwaliteit van leven
Afname algehele fysieke en psychische achteruitgang (o.a. depressiviteit)
Prevalentie:
Risicopatiënten worden opgespoord door middel van screening met een meetinstrument dat past bij
de doelgroep. De diëtist stelt met nadere diagnostiek de voedingstoestand vast, stelt de diëtetische
diagnose en stelt behandeldoelen op.
- Geen verbetering mogelijk = Verslechtering voorkomen
Screening methodes:
1. SNAQ rc = Voor verpleeghuis
a. RC = Recidential care
2. SGA: Handig bij nierfalen i.v.m. vertekend gewicht door vocht
3. Nutric score: Wordt gebruikt op de intensive care
4. MNA: Voor ouderen vanaf 65 jaar
5. MUST: Voor alle doelgroepen/specialisaties
6. SNAQ klinisch: Wordt gebruikt in het ziekenhuis
7. SNAQ 65+: Gebruikt bij ouderen die thuis wonen
PSGA/SNAQ/MUST/MNA worden gebruikt in het ziekenhuis
Wat wil je weten?
1. Hoe ziek is patiënt (risico op ontstaan DRM)
2. Is er verhoogde behoefte?
3. Kan patiënt voldoende eten en is de absorptie voldoende?
4. Zijn er al verliezen van spiermassa?
5. Kan ik verlies van spiermassa minimaliseren door voedingsbeleid?
6. Wanneer moet ik ingrijpen ?
7. Hoe volg ik het effect van de voedingsinterventie? Parameters: Op welke kenmerken
let je? (BMI, voedingsinname etc.)
Assessment:
1. Energiebalans
Inname, verliezen, behoefte vaststellen, risico bepalen en oorzaken
o D.m.v. Anamnese, REE meten
2. Lichaamssamenstelling
Vetvrijemassa, vetmassa en spiermassa
o D.m.v. BIA, DEXA, BodPod, MRI, CT en antropometrie
3. Lichaamsfuncties
Spierkracht, conditie en afweer
o Spierkracht (arm, been en functie), MMSE, cognitietesten en biochemie
Dieetadvies ondervoeding:
- Energie: H&B/WHO + 30% Let op. Bij elke ziekte moet je
- Eiwit: 1,2-1,5 g/kg (met uitzondering van aangepaste rekening houden met de BMI.
behoefte bij lever- en nierziekten) BMI > 27 -> BMI = 27
- Vocht: 1,5L p.d. + verliezen BMI < 20 -> BMI = 20
- Vitaminen en mineralen volgends de ADH
- Voorkomen refeeding syndroom (Complicaties die ontstaan wanneer ondervoeden te snel
met normale voeding gaan beginnen)
3