Recht: systeem van wettelijke regels
- Doel: goede en rechtvaardige ordening van de samenleving
- Overheidstaak zodat geen individu eigenrichting oplegt
Rechtsbronnen:
- Wet
- Verdrag: internationale overeenkomst tussen staten onderling
- Jurisprudentie: uitspraken van rechters
- Gewoonte: ongeschreven recht
- Rechtswetenschap: bestuurt het recht en becommentarieerd en interpreteert
wetgeving en jurisprudentie
Rechtspersonen (2:1 BW)
1. Regering met Staten-Generaal
2. Regering AMvB’s
3. Provinciale staten
4. Gemeenteraad
5. Waterschappen en openbare lichamen
Onderverdelingen in het recht
Wet in formele zin: door regering en Staten-Generaal opgesteld --> totstandkoming
Wet in materiële zin: wet met regels die voor iedereen bindend zijn --> inhoud
Veel wetten in formele zin zijn ook wetten in materiële zin, andersom niet het geval
Objectief recht: geschreven en ongeschreven regels
Subjectief recht: recht dat een persoon in het concrete geval aan een objectief recht
verleent
Materieel recht: inhoud en aard van recht: welk subjectief recht kan ik ontlenen van het
objectief recht
Formeel recht: handhaving van recht: hoe verwezenlijk ik mijn subjectief recht
Dwingend recht: moet je je aan houden
,Semi-dwingend recht: je mag alleen afwijken van de wettelijke bepalingen wanneer dat in
het voordeel van de economisch zwakke partij is
Aanvullend/regelend recht: je mag afwijken
Geschreven recht: schriftelijk vastgelegde rechtsregels (door codificatie)
Ongeschreven recht/gewoonte recht: niet in wetten vastgelegd
Publiekrecht: regels over verhouding tussen burger en overheid en overheidsinstanties
onderling
Privaatrecht/burgerlijk recht/civiel recht: geeft verhouding tussen burgers en
rechtspersonen onderling weer
Indeling Burgerlijk Wetboek (BW):
1. Personen- en familierecht
2. Rechtspersonen
3. Vermogensrecht algemeen
4. Erfrecht
5. Zakelijk recht
6. Verbintenisrecht algemeen
7. Bijzondere overeenkomsten
A. Vervolg
Wet bestaat uit een gelaagde structuur: eerst algemeen recht daarna bijzonder recht
Juridische begrippen
Rechtsbevoegdheid: elk natuurlijk persoon mag aan rechtsverkeer deelnemen
Rechtspersoon: juridische constructie die in het rechtsverkeer mag deelnemen
Rechtssubject: natuurlijke personen of rechtspersonen, drager rechten en plichten
Rechtsobject: goed waarover rechten en plichten kunnen bestaan
Rechtsfeit: feit dat relevant is voor recht
- Blote rechtsfeiten: gebeurtenis, toestand of tijdsverloop
Feitelijke handelingen: zonder rechtsgelding
Rechtshandelingen: met rechtsgelding
, Verbintenis: juridische relatie tussen twee of meer (rechts)personen
Vorderingsrecht/relatief recht/persoonlijk recht: recht van de schuldeiser tegenover de
schuldenaar
Rechtsvordering: bij de rechter ingestelde vordering om iemands recht te handhaven of
verwezenlijken
Open normen:
- Redelijkheid: verstand
- Billijkheid: gevoel (3:12 BW)
- Te goeder trouw (3:11 BW)
- Verkeersopvatting: wat men vindt
- Tijdsaanduidingen: terstond = onmiddellijk, onverwijld = met iets meer tijd dan
terstond en bekwame tijd of bekwame spoed = een langere tijd dan terstond