Vertaalprak)jk gaat uit van 2 aannames:
1. We zijn allemaal verschillend
2. We zijn allemaal hetzelfde
Intertekstualiteit is het verschijnsel dat literaire teksten echo’s bevaAen van andere
(literaire) teksten
Als onder)teling fout loopt → veel kri)ek op onder)telaars (bv: Squid Game)
Hoofdstuk 3: equivalen3e in vertaling
Equivalen)e =
- Kernbegrip in de vertaaltheorie en -prak)jk
o Maar veel controverse rond defini)e: equivalent = gelijk of gelijkwaardig?
In geschiedenis is hele reeks theorieën rond concept uitgewerkt, maar ook in historische
vertaaldiscours (m.a.w. oude vertaalcommentaren) stond concept centraal
Terug naar het begin (in Europa)
Oude Grieken (ca. 800 v.C. – 146 n.C.)
Vertaalden veel maar verwijzen er nergens naar: andere talen waren barbaroi en schriS was
no))esysteem van geest
→ vertaling dus ‘kopie van kopie’
→ origineel is maatstaf, VT kan origineel enkel ‘benaderen’
è eis dat VT ‘equivalent’ (= ‘gelijkwaardig’) moet zijn aan origineel komt hier vandaan
MAAR: equivalent op welk niveau van de tekst?
Woord, zin, betekenis, effect?
De Romeinen (753 v.C. – 476 v.C.)
Eersten om vertaalcultuur en -theorie te ontwikkelen
Wilden toonaangevende werken van Griekse literatuur, filosofie en wetenschap door middel
van vertaling ‘veroveren’
Eerste vertaal theore)sch traktaat in geschiedenis:
- Cicero’s de op)mo genere oratorum’ (over de beste manier van welsprekendheid) →
vertaling als hulpmiddel voor de retoriek
- Enorme impact op vertaaltheorie en -prak)jk, vooral passage over verschillen tussen
‘leAerlijke’ (of ‘woord-voor-woord’ vertalen, ‘vertalen wat er staat’) en ‘vrije
vertaling’
Hieronymus (347-420)
- Vertaler van Hebreeuwse Bijbel in ‘volksla)jn’ (Vulgata)