Etymologisch principe -answer-De herkomst van het woord is bepalend voor de schrijfwijze ervan. Hij of
Hei.
De schrijfwijze van deze woorden is niet te beredeneren.
Visueel dictee -answer-Een veel gebruikte werkvorm voor het inprenten van woorden. De kinderen
krijgen kort het woord te zien en moeten dit vervolgens correct opschrijven.
Analogieredenering -answer-Woorden met elkaar vergelijken.
Voorbeeld: wanneer kinderen het woord eigenlijk kunnen schrijven, kunnen ze ook gevaarlijk, moeilijk
en heerlijk correct schrijven.
Morfologische informatie -answer-Hoe een woord kan verbuigen, vervoegen, een samenstelling of
afleiding van kan maken.
Semantische informatie -answer-Wat het woord betekent.
Akoestische informatie -answer-Hoe het woord klinkt. (Waar het op rijmt)
Syntactische informatie -answer-Hoe het woord wordt gebruikt in de zin.
Pragmatische informatie -answer-In welke situaties een woord wordt gebruikt.
Orthografische informatie -answer-Hoe het woord geschreven wordt.
Herordenen (taalbeschouwing) -answer-Op een andere manier naar taal kijken. Welk woord is langer:
Slangen of regenwormen?
Generaliseren (taalbeschouwing) -answer-Een regel ontdekken (wanneer iets steeds zo is)