Metabolisme (1)
Leerdoelen:
• Welke processen zetten glucose om in ‘energie’?
• Hoe wordt de plasma-glucosespiegel gereguleerd
• Verstoorde regulatie glucosespiegel: diabetes
Soorten koolhydraten
Verschillende soorten:
• Monosachariden (mono = één):
glucose/fructose/galactose.
• Disachariden (di = twee): combi van glucose
met glucose/fructose/galactose
• Polysachariden (poly = veel): lange ketens van
vele verschillende monosachariden.
o Bv. zetmeel, glycogeen (vorm waarin
glucose is opgeslagen in lever en
spieren)
Belangrijke brandstof:
• Komen voornamelijk uit planten:
o Groenten (polysachariden; niet zo zoet)
o Fruit (mono- en disachariden; zoeter).
• Fructose als suiker in frisdrank (niet bij lightversie!)
• Lactose in melk
• Glycogeen in vlees (we eten vaak ook de spieren van vlees)
Koolhydraten
Koolhydraten zijn essentieel:
• Aanbevolen inname koolhydraten: 45-65% van de calorie-inname.
• Neuronen (bijna) volledig afhankelijk van glucose (1 uitzondering).
• Groot deel van vetten kun je niet omzetten in energie zonder koolhydraten (‘fats burn in the flame of
carbohydrates’).
1
, Koolhydraatmetabolisme - glucosehuishouding
Metabolisme van brandstoffen
Verschillen in inname per cultuur à hoeveelheid ligt niet heel nauw à hoe kan dat?
• Metabolische pathway: glucose/glycogeen wordt via verschillende mechanismen omgezet in energie.
o Eiwitten en vetten worden ook op verschillende plekken opgenomen in de metabolische
pathway. Eiwitten, koolhydraten en vetten compenseren elkaar à het een kan in het ander
worden omgezet.
Universele energie ‘valuta’: ATP
Energie = adenosinetrifosfaat (ATP) à (spier)cellen, enzymen ionkanalen etc. werken alleen met ATP à
energie in vetzuren, glucosemoleculen etc. moet dus eerst worden omgezet in ATP.
ATP-structuur: adenine (stikstofbase), ribose (suiker), drie fosfaatgroepen (TP).
• In de bindingen tussen de drie fosfaatgroepen zit de energie.
o Dus energie komt vrij bij: ATP à ADP (1) + ADP à AMP (2)
2