Bronnen en Beginselen - Arresten
Wagons-Lits
Situering in cursus
Deel 2: Het begrip objectief recht
2. Bestanddelen van de definitie
2.2. Een geheel van regels en voorschriften
2.2.1. De rechtsregel
2.2.1.2. Verbindend karakter
1) Imperatief-dwingende regels
b) Regels van openbare orde
Relevantie mbt. leerstof
Regelgeving met betrekking tot de openbare overname van vennootschappen bedoeld is om
transparantie voor en gelijkheid onder de aandeelhouders te creëren, maar verder ook een ruimer
belang dient. De regelgeving hangt dermate nauw samen met de organisatie en goede werking van
de geldmarkt en derhalve met de economie van het land, dat zij is zoals van openbare orde.
Franco Suisse Le Ski
( =smeerkaasarrest)
Situering in cursus
Deel 3: De bronnen van het objectief recht
2. De wet
2.3. De wet als bron van recht
2.3.8. Het internationaal niveau: de internationale wet
2.3.8.7. De verhouding tussen het internationaal recht en het
nationaal recht
1) Over dualisme en monisme
b) De verhouding naar Belgisch recht
Achtergrondinformatie
Een koninklijk besluit (KB) van 1958 stelde invoerheffingen in voor bepaalde zuivelproducten.
Producten ingevoerd vanuit andere EEG-lidstaten werden hiervan niet vrijgesteld. De Europese
Commissie bracht in 1961 de Belgische regering op de hoogte dat dit in strijd was met art. 12 van
het EEG-verdrag (dat overigens nog maar recent in werking was getreden). Art 12. luidt: "De Lid-
Staten onthouden zich ervan onderling nieuwe in- en uitvoerrechten of heffingen van gelijke werking
in te voeren en de rechten en heffingen te verhogen welke zij in hun onderlinge handelsbetrekkingen
toepassen". Dit was de zogenaamde "standstill" van bestaande heffingen. Uiteindelijk werd in 1964
bij het Europees Hof van Justitie beslist dat België zijn verplichtingen niet nakwam, waarna de
heffingen op nul werden gezet en ten slotte werd in 1965 het KB afgeschaft.
Een kaasbedrijf (fromagerie), de NV Franco-Suisse Le Ski, had door deze heffing grote financiële
verliezen geleden. Een paar maanden later in 1965 na de afschaffing van de heffing, wilde het bedrijf
de betaalde heffingen terugvorderen van de Belgische staat. De rechtbank van eerste aanleg in
, Brussel wees de vordering af omdat art. 12 van het verdrag niet direct van toepassing zou zijn. Het
bedrijf ging in beroep, waar het gelijk kreeg. Het hof stelde dat het internationale recht (met directe
werking) voorrang heeft op het nationaal recht, zelfs als de Belgische wet recenter is.
Relevantie mbt. leerstof
Lange tijd heerste naar verhouding met het Belgische recht een dualistische opvatting: de nationale
en internationale rechtsorde waren van elkaar gescheiden rechtsorden. In dit mijlpaalarrest opteerde
het HvC voor het eerst voor een monistische opvatting:
“Overwegende dat wanneer er een conflict bestaat tussen een internrechtelijke norm en een
internationaal- rechtelijke norm die rechtstreekse gevolgen heeft in de interne rechtsorde, de door
het verdrag bepaalde regel moet voorgaan; dat deze voorrang volgt uit de aard zelf van het bij
verdrag bepaald internationaal recht.”
Evolutie tot Algemeen rechtsbeginsel van constitutionele aard: al is het geen neergeschreven wet,
toch is niet meer op terug te komen bij (bijzondere) wet, wil men erop terugkomen, vergt dit een
grondwetswijziging.
Gevolgen
Internationale rechtsregel met rechtstreekse werking heeft voorrang op de wettelijke (en
lagere) bepaling die ermee strijdig is.
Rechter moet voorrang verlenen en strijdige wettelijke bepaling niet toepassen.
Geen rechtstreekse werking indien enkel verplichting tot handelen aan de Staat is opgelegd
en geen subjectieve rechten verleend aan rechtsonderhorigen.
Wat bij strijdigheid internationale norm en Grondwet?
GwH toetst goedkeuringswet en daarbij gevoegde verdrag aan Grondwet.
Grondwetgever kan niet worden geacht te hebben toegestaan dat wetgever onrechtstreeks,
via de instemming met een internationaal verdrag, wetten kan aannemen tegen de GW.
Geen norm van het internationaal recht verleent Staten de bevoegdheid om verdragen te
sluiten die in strijd zijn met hun Grondwet.
Arrest Van Gend en Loos
Situering in cursus
Deel 3: De bronnen van het objectief recht
2. De wet
2.3. De wet als bron van recht
2.3.8. Het internationaal niveau: de internationale wet
2.3.8.7. De verhouding tussen het internationaal recht en het
nationaal recht
1) De verhouding tot het recht van de Europese Unie
a) Het principe van de rechtstreekse werking
Wagons-Lits
Situering in cursus
Deel 2: Het begrip objectief recht
2. Bestanddelen van de definitie
2.2. Een geheel van regels en voorschriften
2.2.1. De rechtsregel
2.2.1.2. Verbindend karakter
1) Imperatief-dwingende regels
b) Regels van openbare orde
Relevantie mbt. leerstof
Regelgeving met betrekking tot de openbare overname van vennootschappen bedoeld is om
transparantie voor en gelijkheid onder de aandeelhouders te creëren, maar verder ook een ruimer
belang dient. De regelgeving hangt dermate nauw samen met de organisatie en goede werking van
de geldmarkt en derhalve met de economie van het land, dat zij is zoals van openbare orde.
Franco Suisse Le Ski
( =smeerkaasarrest)
Situering in cursus
Deel 3: De bronnen van het objectief recht
2. De wet
2.3. De wet als bron van recht
2.3.8. Het internationaal niveau: de internationale wet
2.3.8.7. De verhouding tussen het internationaal recht en het
nationaal recht
1) Over dualisme en monisme
b) De verhouding naar Belgisch recht
Achtergrondinformatie
Een koninklijk besluit (KB) van 1958 stelde invoerheffingen in voor bepaalde zuivelproducten.
Producten ingevoerd vanuit andere EEG-lidstaten werden hiervan niet vrijgesteld. De Europese
Commissie bracht in 1961 de Belgische regering op de hoogte dat dit in strijd was met art. 12 van
het EEG-verdrag (dat overigens nog maar recent in werking was getreden). Art 12. luidt: "De Lid-
Staten onthouden zich ervan onderling nieuwe in- en uitvoerrechten of heffingen van gelijke werking
in te voeren en de rechten en heffingen te verhogen welke zij in hun onderlinge handelsbetrekkingen
toepassen". Dit was de zogenaamde "standstill" van bestaande heffingen. Uiteindelijk werd in 1964
bij het Europees Hof van Justitie beslist dat België zijn verplichtingen niet nakwam, waarna de
heffingen op nul werden gezet en ten slotte werd in 1965 het KB afgeschaft.
Een kaasbedrijf (fromagerie), de NV Franco-Suisse Le Ski, had door deze heffing grote financiële
verliezen geleden. Een paar maanden later in 1965 na de afschaffing van de heffing, wilde het bedrijf
de betaalde heffingen terugvorderen van de Belgische staat. De rechtbank van eerste aanleg in
, Brussel wees de vordering af omdat art. 12 van het verdrag niet direct van toepassing zou zijn. Het
bedrijf ging in beroep, waar het gelijk kreeg. Het hof stelde dat het internationale recht (met directe
werking) voorrang heeft op het nationaal recht, zelfs als de Belgische wet recenter is.
Relevantie mbt. leerstof
Lange tijd heerste naar verhouding met het Belgische recht een dualistische opvatting: de nationale
en internationale rechtsorde waren van elkaar gescheiden rechtsorden. In dit mijlpaalarrest opteerde
het HvC voor het eerst voor een monistische opvatting:
“Overwegende dat wanneer er een conflict bestaat tussen een internrechtelijke norm en een
internationaal- rechtelijke norm die rechtstreekse gevolgen heeft in de interne rechtsorde, de door
het verdrag bepaalde regel moet voorgaan; dat deze voorrang volgt uit de aard zelf van het bij
verdrag bepaald internationaal recht.”
Evolutie tot Algemeen rechtsbeginsel van constitutionele aard: al is het geen neergeschreven wet,
toch is niet meer op terug te komen bij (bijzondere) wet, wil men erop terugkomen, vergt dit een
grondwetswijziging.
Gevolgen
Internationale rechtsregel met rechtstreekse werking heeft voorrang op de wettelijke (en
lagere) bepaling die ermee strijdig is.
Rechter moet voorrang verlenen en strijdige wettelijke bepaling niet toepassen.
Geen rechtstreekse werking indien enkel verplichting tot handelen aan de Staat is opgelegd
en geen subjectieve rechten verleend aan rechtsonderhorigen.
Wat bij strijdigheid internationale norm en Grondwet?
GwH toetst goedkeuringswet en daarbij gevoegde verdrag aan Grondwet.
Grondwetgever kan niet worden geacht te hebben toegestaan dat wetgever onrechtstreeks,
via de instemming met een internationaal verdrag, wetten kan aannemen tegen de GW.
Geen norm van het internationaal recht verleent Staten de bevoegdheid om verdragen te
sluiten die in strijd zijn met hun Grondwet.
Arrest Van Gend en Loos
Situering in cursus
Deel 3: De bronnen van het objectief recht
2. De wet
2.3. De wet als bron van recht
2.3.8. Het internationaal niveau: de internationale wet
2.3.8.7. De verhouding tussen het internationaal recht en het
nationaal recht
1) De verhouding tot het recht van de Europese Unie
a) Het principe van de rechtstreekse werking