Aardrijkskunde arm en rijk H3 + H4
Hoofdstuk 3
VK sinds 1900 wereldrijk -> (huidige) India is onderdeel van kolonie Brits-Indië
Britse rijk
↓ ↘
Andere landen Brits-Indië een deel daarvan is India
-> vestigingskolonie -> exploitatiekolonie
= kolonisten (Britten) = overzees gebied dat goedkope
vestigen zich daar blijvend grondstoffen en arbeid levert voor het
moederland
1947 : dekolonisatie (=politiek onafhankelijk worden van voormalige kolonie)
Gevolg : Brits-Indië werd -> India, Sri Lanka, Pakistan, Bangladesh
🡺 India na dekolonisatie onafhankelijk : democratische republiek met eigen
grondwet (wel lid van Britse Gemenebest)
+ veel Indiërs naar VK (gevolg : VK is multicultureel)
Verstedelijking in Verenigd Koninkrijk
In VK : Industrialisatie (= inkomen van de samenleving sterker afhankelijk van
industrie i.p.v. landbouw) en explosieve bevolkingsgroei
→ gevolg : verstedelijking (toename van mensen die in de stad wonen)
VK 1800 : plattelandssamenleving
↓ Uitvinding stoommachine
steenkoolmijnen + fabrieken in stad
-> arbeiders trekken naar stad = verstedelijking
, Verstedelijking India
veel grote steden, verstedelijking = 33%
Tweedeling in steden :
Arm -> slums (achterbuurt) -> trekken naar stad voor beter leven
Rijk -> gated community’s (afgesloten gebied voor veiligheid)
Industrie -> diensten VK
Na WOII :
de-industrialisatie (=afname productie + arbeid ) -> diensteneconomie
Oorzaken : 1. arbeiders te duur
2. concurrentie lagelonenlanden te groot
Gevolg : dienstverlenende bedrijven liever in steden
- MNO (= onderneming met nationale vestigingen) ↘ VB : Londen belangrijk in zakelijke en
financiële dienstverlening
- achterblijvers laagopgeleid -> hoge werkloosheid + lage inkomsten
Ongelijkheid India
Regionale ongelijkheid (= situatie dat er tussen regio’s sociaaleconomische ongelijkheid bestaat)
→Door : Speciale Economische Zone (= gebieden waar belastingen laag zijn en
infrastructuur goed) alleen banen voor goedopgeleide middenklasse
- Doel : werkloosheid aanpakken en armoede bestrijden
Hoofdstuk 3
VK sinds 1900 wereldrijk -> (huidige) India is onderdeel van kolonie Brits-Indië
Britse rijk
↓ ↘
Andere landen Brits-Indië een deel daarvan is India
-> vestigingskolonie -> exploitatiekolonie
= kolonisten (Britten) = overzees gebied dat goedkope
vestigen zich daar blijvend grondstoffen en arbeid levert voor het
moederland
1947 : dekolonisatie (=politiek onafhankelijk worden van voormalige kolonie)
Gevolg : Brits-Indië werd -> India, Sri Lanka, Pakistan, Bangladesh
🡺 India na dekolonisatie onafhankelijk : democratische republiek met eigen
grondwet (wel lid van Britse Gemenebest)
+ veel Indiërs naar VK (gevolg : VK is multicultureel)
Verstedelijking in Verenigd Koninkrijk
In VK : Industrialisatie (= inkomen van de samenleving sterker afhankelijk van
industrie i.p.v. landbouw) en explosieve bevolkingsgroei
→ gevolg : verstedelijking (toename van mensen die in de stad wonen)
VK 1800 : plattelandssamenleving
↓ Uitvinding stoommachine
steenkoolmijnen + fabrieken in stad
-> arbeiders trekken naar stad = verstedelijking
, Verstedelijking India
veel grote steden, verstedelijking = 33%
Tweedeling in steden :
Arm -> slums (achterbuurt) -> trekken naar stad voor beter leven
Rijk -> gated community’s (afgesloten gebied voor veiligheid)
Industrie -> diensten VK
Na WOII :
de-industrialisatie (=afname productie + arbeid ) -> diensteneconomie
Oorzaken : 1. arbeiders te duur
2. concurrentie lagelonenlanden te groot
Gevolg : dienstverlenende bedrijven liever in steden
- MNO (= onderneming met nationale vestigingen) ↘ VB : Londen belangrijk in zakelijke en
financiële dienstverlening
- achterblijvers laagopgeleid -> hoge werkloosheid + lage inkomsten
Ongelijkheid India
Regionale ongelijkheid (= situatie dat er tussen regio’s sociaaleconomische ongelijkheid bestaat)
→Door : Speciale Economische Zone (= gebieden waar belastingen laag zijn en
infrastructuur goed) alleen banen voor goedopgeleide middenklasse
- Doel : werkloosheid aanpakken en armoede bestrijden