Voedingsleer
Algemene begrippen, voedingspatronen en
metabolisme
Algemeen:
- Voeding heeft een centrale plaats in ons leven
- Terminologie:
o Voedingsmiddelen
o Voedingsstoffen
H20
Eiwitten (brandstof)
Vetten (brandstof)
Koolhydraten (brandstof)
Vitaminen (beschermende stof)
Mineralen (beschermende stof)
Vezels (beschermende stof)
o Honger: aangeboren, onprettig, onbewust, dwingend,… (een fysieke
gewaarwording die vooral in de maag gevoeld wordt (kan ook ergens anders)
honger is een reactie van de hersenen op een fysiologische behoefte aan
voedsel)
o Verzadiging: een complexe opeenvolging van gebeurtenissen tijdens een
maaltijd die leiden tot het stopzetten van de voedselinname
o Eetlust: ‘goesting’ enkel bij de mens dit bepaal je zelf
o Dorst: soms een hevige drang, moeilijker te verdragen dan honger
1.1 Voedingspatronen en voedingsgedrag (p17)
Voedingsgedrag vertoont een bepaald patroon
- Groepen en individuen
Het is een wijze waarop een volk en individu zich voed = regelmaat
- Wie
- Wanneer
- Hoeveel
- Wat
- Waar
- Hoe
1.2 factoren bij het ontstaan van een voedingspatroon en
voedingsgedrag (p18)
1. Geografische klimatologische
- Welke voedingsmiddelen zijn er van nature beschikbaar?
o Poolstreek: dierlijk
o Gematigd klimaat: dierlijk en plantaardig
o Tropische klimaat: plantaardig
- Weer speelt een rol in wat we eten (zomer = koude gerechten)
2. Technologische
Door transport en opslag hebben we een uitbreiding van ons aanbod aan voeding
,3. Economisch / politieke
- Overheid bepaald de prijs
- Voedingsraad geeft adviezen aan de overheid in verband met veiligheid en
gezondheid
- Politiek gezien is gezonde voeding een belangrijk aandachtspunt
o Als mensen minder geld hebben dan kopen ze dezelfde producten maar
goedkopere versies. Ook koopt men dan minder fruit groeten en vlees
4. Culturele factoren
- Wat en hoe je eet word sterk door je cultuur bepaald
5. Sociale factoren
- Statusfunctie: laten zien hoe rijk je bent
- Identiteit uitdrukken
- Machtsmiddel (hongerstakingen, beloningen en straffen)
6. fysiologische factoren
- Honger en dorst = fysiologische factoren
- Genoeg gegeten: verzadiging
- Hoeveelheid voedsel word bepaald door: leeftijd, lichaamsbeweging en situaties
(ziektes, zwangerschappen,…)
- Verleiding naar eten wanneer je eigenlijk genoeg hebt (omdat er overal eten rond ons
heen is) = obesogene omgeving
7. psychologische factoren
- Smaak en beleving = hedonistische eigenschappen van voedsel
- 5 basis smaken:
o Zout
o Zoet (voorkeur (moedermelk))
o Bitter (afkeur (giftige planten))
o Zuur
o Hartig (umami)
- Er word niet enkel met de mond geproefd
o Neus
o Beleving
- Voedsel word gebonden met liefde, troost en veiligheid
- Gevoelens weg eten = negatief
In het ziekenhuis: eetlust-remmende factoren
- Ziekte, organische oorzaken
- Psycho-emotionele toestand: onzekerheid, angst
- Koorst
- Pijn
- Geneesmiddelen
- Hospitalisatiesyndroom, opname
- Vermoeidheid
- Bedlegerigheid
- Onsmakelijke geuren, geluiden
Patienten stimuleren om te eten!!
, 1.4 trends in het huidige voedingspatroon (p24)
Snacken
= voortdurend eten
- Te veel eten en te zwaar worden
- Gezonde voeding word ingeruild voor ongezonde voeding (= ultra-processed foods of
ultrabewerkt voedsel)
- Maaltijden worden niet meer gezien als ontmoetingsmomenten
- Sinds 1980 is de magnetron uitgevonden: op verschillende momenten eten is nog
gemakkelijker
Kant en klaar voedsel
- Voorgesneden, en gewassen groeten
- Diepvriesmaaltijden
- Gekoelde maaltijden
- Afhalen
- Kan snel gegeten worden en onderweg opgegeten worden
Zelf koken en bakken
- Programma’s tijdschriften, blogs, insta, facebook,… overal recepten te vinden
- Boxen om te bestellen (foodbag)
o Efficient een en gezond een maaltijd klaarmaken
Diversiteit
- Gerechten van andere landen zoals lasagne, AVG, couscous,…
Plaats van consumptie
- Snelle maaltijden worden buitenhuis gegeten
- Meer GAAN eten
Gezondheid
- Toegenomen belangstelling voor voeding en gezondheid
o Gezonde voeding
o Zorg rond gezondheid (ziektes uitsluiten)
o Zorgen over milieu
o Belangstelling rond land en herkomst
o Zorgen rond dierenleed
- Biologische voeding
o Goed voor het milieu
o Geen toegevoegde stoffen
o Geen Enummer
- Duurzame voeding
o Meer plantaardige dan dierlijke voeding
o Seizoensgebonden voeding
o Kraantjeswater in de plaats van flessen
o Zo min mogelijk weggooien
- Hypes rondom voeding
o Te weinig voedigsstoffen als je er te veel van eet
o Voedingsdeskundige = geen beschermde titel
o Diëtist = beschermde titel met een wetenschappelijke opleiding en stages`
Algemene begrippen, voedingspatronen en
metabolisme
Algemeen:
- Voeding heeft een centrale plaats in ons leven
- Terminologie:
o Voedingsmiddelen
o Voedingsstoffen
H20
Eiwitten (brandstof)
Vetten (brandstof)
Koolhydraten (brandstof)
Vitaminen (beschermende stof)
Mineralen (beschermende stof)
Vezels (beschermende stof)
o Honger: aangeboren, onprettig, onbewust, dwingend,… (een fysieke
gewaarwording die vooral in de maag gevoeld wordt (kan ook ergens anders)
honger is een reactie van de hersenen op een fysiologische behoefte aan
voedsel)
o Verzadiging: een complexe opeenvolging van gebeurtenissen tijdens een
maaltijd die leiden tot het stopzetten van de voedselinname
o Eetlust: ‘goesting’ enkel bij de mens dit bepaal je zelf
o Dorst: soms een hevige drang, moeilijker te verdragen dan honger
1.1 Voedingspatronen en voedingsgedrag (p17)
Voedingsgedrag vertoont een bepaald patroon
- Groepen en individuen
Het is een wijze waarop een volk en individu zich voed = regelmaat
- Wie
- Wanneer
- Hoeveel
- Wat
- Waar
- Hoe
1.2 factoren bij het ontstaan van een voedingspatroon en
voedingsgedrag (p18)
1. Geografische klimatologische
- Welke voedingsmiddelen zijn er van nature beschikbaar?
o Poolstreek: dierlijk
o Gematigd klimaat: dierlijk en plantaardig
o Tropische klimaat: plantaardig
- Weer speelt een rol in wat we eten (zomer = koude gerechten)
2. Technologische
Door transport en opslag hebben we een uitbreiding van ons aanbod aan voeding
,3. Economisch / politieke
- Overheid bepaald de prijs
- Voedingsraad geeft adviezen aan de overheid in verband met veiligheid en
gezondheid
- Politiek gezien is gezonde voeding een belangrijk aandachtspunt
o Als mensen minder geld hebben dan kopen ze dezelfde producten maar
goedkopere versies. Ook koopt men dan minder fruit groeten en vlees
4. Culturele factoren
- Wat en hoe je eet word sterk door je cultuur bepaald
5. Sociale factoren
- Statusfunctie: laten zien hoe rijk je bent
- Identiteit uitdrukken
- Machtsmiddel (hongerstakingen, beloningen en straffen)
6. fysiologische factoren
- Honger en dorst = fysiologische factoren
- Genoeg gegeten: verzadiging
- Hoeveelheid voedsel word bepaald door: leeftijd, lichaamsbeweging en situaties
(ziektes, zwangerschappen,…)
- Verleiding naar eten wanneer je eigenlijk genoeg hebt (omdat er overal eten rond ons
heen is) = obesogene omgeving
7. psychologische factoren
- Smaak en beleving = hedonistische eigenschappen van voedsel
- 5 basis smaken:
o Zout
o Zoet (voorkeur (moedermelk))
o Bitter (afkeur (giftige planten))
o Zuur
o Hartig (umami)
- Er word niet enkel met de mond geproefd
o Neus
o Beleving
- Voedsel word gebonden met liefde, troost en veiligheid
- Gevoelens weg eten = negatief
In het ziekenhuis: eetlust-remmende factoren
- Ziekte, organische oorzaken
- Psycho-emotionele toestand: onzekerheid, angst
- Koorst
- Pijn
- Geneesmiddelen
- Hospitalisatiesyndroom, opname
- Vermoeidheid
- Bedlegerigheid
- Onsmakelijke geuren, geluiden
Patienten stimuleren om te eten!!
, 1.4 trends in het huidige voedingspatroon (p24)
Snacken
= voortdurend eten
- Te veel eten en te zwaar worden
- Gezonde voeding word ingeruild voor ongezonde voeding (= ultra-processed foods of
ultrabewerkt voedsel)
- Maaltijden worden niet meer gezien als ontmoetingsmomenten
- Sinds 1980 is de magnetron uitgevonden: op verschillende momenten eten is nog
gemakkelijker
Kant en klaar voedsel
- Voorgesneden, en gewassen groeten
- Diepvriesmaaltijden
- Gekoelde maaltijden
- Afhalen
- Kan snel gegeten worden en onderweg opgegeten worden
Zelf koken en bakken
- Programma’s tijdschriften, blogs, insta, facebook,… overal recepten te vinden
- Boxen om te bestellen (foodbag)
o Efficient een en gezond een maaltijd klaarmaken
Diversiteit
- Gerechten van andere landen zoals lasagne, AVG, couscous,…
Plaats van consumptie
- Snelle maaltijden worden buitenhuis gegeten
- Meer GAAN eten
Gezondheid
- Toegenomen belangstelling voor voeding en gezondheid
o Gezonde voeding
o Zorg rond gezondheid (ziektes uitsluiten)
o Zorgen over milieu
o Belangstelling rond land en herkomst
o Zorgen rond dierenleed
- Biologische voeding
o Goed voor het milieu
o Geen toegevoegde stoffen
o Geen Enummer
- Duurzame voeding
o Meer plantaardige dan dierlijke voeding
o Seizoensgebonden voeding
o Kraantjeswater in de plaats van flessen
o Zo min mogelijk weggooien
- Hypes rondom voeding
o Te weinig voedigsstoffen als je er te veel van eet
o Voedingsdeskundige = geen beschermde titel
o Diëtist = beschermde titel met een wetenschappelijke opleiding en stages`