100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting Economics, Welfare and Distribution

Puntuación
-
Vendido
1
Páginas
34
Subido en
03-01-2024
Escrito en
2021/2022

Economics, Welfare and Distribution > begrippenlijst, samenvatting alle belangrijke onderdelen van het vak

Institución
Grado











Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
3 de enero de 2024
Número de páginas
34
Escrito en
2021/2022
Tipo
Resumen

Temas

Vista previa del contenido

Samenvatting PGO blok 5
PGO 1
Soorten goederen Primaire goederen Voorzien in de eerste levensbehoefte van de
consument.
Voorbeeld: voedsel, kleding
→ onelastisch
Secundaire goederen Ook wel luxegoederen → niet direct in de
eerste levensbehoefte valt van de consument.
Voorbeeld: PlayStation, designerkleding
→ elastisch

Inferieur goed Een goed waarvan de consument minder gaat
kopen als het inkomen stijgt en waarvan hij
meer gaat kopen als het inkomen daalt.
Voorbeeld: tweedehands kleding
→ onelastisch

Giffen-goed Goed waarvan de vraag stijgt wanneer de prijs
stijgt. Voorbeeld: Rolex, dure champagne,
designerkleding
 elastisch

Substitutiegoed Product dat je in plaats van het product wat je
normaal zou kopen ook koopt.
Voorbeeld: overstappen naar andere brandstof.
Van fiets naar scooter.

Complementaire goederen Goederen die je samen met een ander product
dient te kopen.
Voorbeeld: Bij tennisracket koop je ook
tennisballen, koffiemelk bij koffie.

Prijselasticiteit Definitie De (prijs)elasticiteit van de vraag → de
verhouding tussen de procentuele verandering
in gevraagde hoeveelheid met de procentuele
verandering in de prijs die de verandering
teweegbrengt in de gevraagde hoeveelheid.
Soorten Inelasticiteit = 0 tot -1 Volkomen inelasticiteit =
0
Elastisch = -1 tot negatief oneindig
Volkomen elastisch = oneindig in het negatief

Positief verband → prijs stijgt en vraag ook
Negatief verband → prijs stijgt en vraag daalt
Vier grafieken over De perfecte elastische → Alle andere prijzen behalve de gegeven prijs
elasticiteit: vraag grafiek: Een zou ertoe leiden dat niemand het product
horizontale lijn. consumeert. Denk aan een makkelijke te
vervangen goed.
Horizontale lijn, Als prijs hoger wordt, zal de
vraag gelijk dalen naar 0, dus bij gelijkblijvende

, prijs zal de vraag ook gelijk blijven. Komt vaak
voor met veel concurrentie, dus kunnen
switchen tussen producten. (volkomen
concurrentie)
De perfecte onelastische → Dit geeft aan dat ongeacht de prijs, mensen
vraag grafiek: Een verticale blijven dit product consumeren. Denk aan
lijn medicijnen.
Verticale lijn, vraag zal op een bepaalde plek
staan ongeacht wat de prijs is. Procentuele
verandering van vraag= altijd 0. Dit komt voor
bij goederen die werkelijk noodzakelijk zijn.
(medicijnen bij het ziek zijn)(sigaretten)
Een rechte lijn vraag De helling is misschien hetzelfde, maar de
grafiek: rechte lijn elasticiteit veranderd. Dit komt omdat als je
steeds meer naar beneden gaat, de q groter
wordt.
prijselasticiteit wordt steeds kleiner als je van
links naar rechts gaat, dus bij een steeds hogere
prijs zal de vraag dalen.(koffers=luxegoed)
vervangbaar.
Eenheid-elastische vraag Wanneer de elasticiteit precies 1 is, ziet de
grafiek: unit grafiek eruit als een boog
Procentuele verandering van de prijs leidt tot
dezelfde procentuele verandering van de
gevraagde hoeveelheid. Assen zijn asymptoisch
en elasiciteit = alijd 1.
Factoren die de Nature of the good → zijn het luxegoederen of primaire goederen.
elasticiteit bepalen: Primaire goederen zijn inelastisch omdat je ze
blijft kopen, ondanks dat de prijs stijgt.
Beschikbaarheid van → hoe meer alternatieven hoe elastischer de
alternatieven vraag naar het product.
Invloed op het budget van → als de prijs van een auto stijgt heeft dat meer
de consument impact dan als de prijs van een paperclip stijgt
Tijd → op korte termijn kan je soms niet
overstappen op alternatieven waardoor het
inelastisch is en op lange termijn zijn deze
producten vaak wel elastischer. Voorbeeld:
medicijnen en zorgverzekering. (afhankelijk van
uitleg en situatie kan de lijn volledig verplaatsen
of alleen de plek van de punt op de lijn)
Uit de les: sommige producten zijn inelastisch
op korte termijn en elastische op lange termijn,
vb auto
Soorten elasticiteit: Inkomenselasticiteit → in hoeverre heeft een verandering van het
algemeen inkomen invloed op de vraag naar
een product. Zoals een vakantie en
spijkerbroeken.
Prijselasticiteit van het → in hoeverre stijgt het aanbod van een
aanbod product als de prijs stijgt, zoals bij de vraag.
Kruiselasticiteit van de → in hoeverre verandert de vraag een
vraag substitutie- of complementair goed, als de

, vraag naar een product verandert. Zoals koffie
en koffiemelk of een fiets en scooter.
Homogeen/ Een homogeen product Een product waarvan elke eenheid in de ogen
heterogeen van de afnemer precies hetzelfde is.
Voorbeelden hiervan zijn valuta, aandelen of
ruwe olie.
Heterogene producten Producten die verschillen in de ogen van de
afnemer. Het merk, de kwaliteit en de service
van de aanbieder zijn van belang.




PGO 2
Opofferings-kosten Opofferingskosten Opofferingskosten zijn de opbrengsten van het
alternatief waar je niet voor kiest.
Wat nauwkeuriger omschreven zijn de
opofferingskosten de gemiste netto-baten van
het beste, niet gekozen, alternatief.
Utility/ utiliteit Definitie De voldoening die een consument krijgt van het
consumeren van een goed of een combinatie
van goederen. De theorie die uitlegt dat
consumenten hun uitgaven besteden aan de
producten van zijn voorkeur gaat om de
afweging van producten.
Soorten Total ulitility: waarde van alle eenheden bij
elkaar
Marginal utility: extra hoeveelheid voldoening
bij één eenheid
Indifferentie- Betekenis Voorkeur consument aan de hand van
curve veschillende combi’s (hoe hoger de lijn, hoe
hoger budgetcurve)
er zijn oneindig indifferentiecurves omdat er
oneindig veel combinaties zijn van de
producten.
Ook is er een negatief verband(slope). De slope
van een preferentiecurve (Marginal rate of
substitution)(MRS) laat zien hoeveel de
consument een goed X wilt opgeven voor 1
eenheid meer van goed Y.
de helling: aan de linkerkant van de curve ben
je meer bereid om een product op te geven
voor het ander. Dit is bij de rechterkant
andersom.
Voorwaarden More is better: als twee dingen gelijk zijn willen
ze meer van het voorkeurs goed. (Het is altijd
beter om een hogere lijn te nemen dan een
lagere, als er nog geen budgetlijn is)
Overgankelijkheid/ Transitivity: als a beter is
dan b en b beter is dan c dan verkies je altijd a
boven c. standaard cyclus
Convexiteit/ Convexity: mengsel van goederen

, hebben voorkeur boven extremen. Liever een
gebalanceerde mix van beide dan een extreme
keuze.
Vlakker: de curves worden steeds vlakker als de
richting de as gaan, helling is altijd negatief
Kruisen: de curves kruisen elkaar niet.
Budgetlijn Max te kopen o.b.v. budget
De budgetlijn wordt bepaald door twee
factoren. Het inkomen van de consument en de
prijzen van de goederen
De budgetlijn laat zien wat de mogelijkheden
zijn aan combinaties van producten binnen het
budget. Op de y-as staat dan product 1 en op
de x-as product
Snijpunt Snijpunt is de optimale keuze
Bij grafiek 3 zie je een snijpunt = s → Hier haalt
de consument de hoogste voldoening uit en
kruisen de indifferentiecurve en de budgetlijn.
Hierbij kun je het meeste van product 1 en het
meeste van product 2 kopen, je wilt namelijk
wel een mix. daarom ligt de s niet op i1 maar op
i2. (in het voorbeeld). punt s heet: optimal
point/ optimale punt
Prijsverandering Prijs veranderd, budgetlijn
veranderd naar
links/recht/hellingshoek
Een stijging in het inkomen zorgt
voor een verschuiving van de
budgetlijn dus evenwijdig naar links
in grafiek 4 is een prijsverandering te
of rechts veranderingen in de
zien, je kunt minder appels kopen. het
budgetlijn. Oftewel als je
snijpunt verandert hierdoor.
inkomen(budget) met 50% stijgt,
de stippellijn = de nieuwe budgetlijn de
kan je ook voor 50% meer kopen.
streepjeslijn = de indifferentiecurve
Wanneer de prijs van een bepaald
s1 veranderd naar s2 omdat er een
goed daalt of stijgt krijg je een
nieuw snijpunt is. dit komt omdat de
verschuiving langs de lijn. De
budgetlijn is opgeschoven.
budgetlijn blijft op hetzelfde punt
van het product die gelijk gebleven
is in prijs, maar verandert bij het
goed die in prijs is veranderd.
Optimale keuze Optimale Consumer Choice De hoogste preferentielijn binnen budget. Dit
komt dat elk punt op de hoogste curve gelijk is
of zelfs beter is voor de consument dan de
lagere preferentiecurves.
Rationale consumer choice Consumenten stellen hun keuze aan naar de
huidige markt, inkomen afstemmen op de
marktprijs en handelen naar hun voorkeur
$8.71
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Conoce al vendedor
Seller avatar
taraeikenbroek
3.0
(1)

Conoce al vendedor

Seller avatar
taraeikenbroek Erasmus Universiteit Rotterdam
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
5
Miembro desde
2 año
Número de seguidores
3
Documentos
7
Última venta
3 meses hace

3.0

1 reseñas

5
0
4
0
3
1
2
0
1
0

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes