Anatomie & fysiologie
Samenvatting hoofdstuk 9: Ademhalingsstelsel
Inleiding:
Lichaamscellen hebben een intensieve stofwisseling, waarvoor veel energie nodig is.
Ze halen energie uit aerobe dissimilatie (celademhaling).
Zuurstof wordt gebruikt om glucose af te breken chemische energie uit glucose komt vrij.
Glucose + zuurstof koolstofdioxide + water + energie (ATP + warmte)
De aerobe dissimilatie verlangt een constante aanvoer van zuurstof.
Zuurstof diffundeert naar cellen vanuit hun directe omgeving, het inwendig milieu.
Het inwendig milieu ontvangt de zuurstof van het bloed en het bloed onttrekt op zijn beurt de
zuurstof aan de lucht in de longen. De longen vormen overgang tussen in inwendig en
uitwendig milieu.
Molecuul zuurstof wordt gebruikt er ontstaat molecuul koolstofdioxide (afvalgas, moet zo snel
mogelijk afgevoerd worden).
Koolstofdioxide cellen weefselvocht naar bloed longen uitwendig milieu (uitademen)
De functie van het ademhalingsstelsel staat in nauw verband met die van het circulatiestelsel.
Zonder de snelle aan- en afvoer van het transportmedium bloed zou het uitwisselen van
zuurstof en koolstofdioxide in de weefsels niet erg efficiënt gebeuren.
9.1 Luchtwegen:
Vormen verbindingswegtussen de buitenwereld en het longweefsel.
Lucht met zuurstof longweefsel
Koolstofdioxide uitwendig milieu.
- neusholte
- de mondholte
- de keelholte
- het strottenhoofd
- de luchtpijp
- de bronchiën
- de bronchiolen
- de longblaasjes
9.1.1. Neusholte:
Vorm van neus wordt veroorzaakt door:
- neusbeenderen
- het neuskraakbeen
- de bedekkende huid
De neusrug bestaat bovenaan uit 2 neusbeenderen. Ze gaan over tot elastische kraakbeen
(veel krachtiger)
Bouw van neusholte:
Achter neus zit neusholte. Neusholte wordt begrensd door botten. Aan de bovenkant:
- os sphenoidale (sfenoïd)
- os ethmoidale (etmoïd) openingen waar zenuwvezels van reukzenuw doorheen lopen.
- os frontale (voorhoofdsbeen)
- os nasale (neusbeen).
, De laterale wanden van de neusholten bestaan uit delen van de maxilla (bovenkaak) en
uitlopers van het os ethmoidale.
Medio-sagittaal verlopende septum nasi (neustussenschot) = verdeeld neus in twee
Achterste deel bestaat uit: os nasale
Voorste deel bestaat uit: elastisch kraakbeen
De laterale wanden van de neusholten hebben 3 of 4 uitstekende botranden = conchae
(neusschelpen). ontstaan neusgangen
Onderste neusgang is het wijdst. Meeste lucht gaat hier langs.
Neusholte is bekleed met slijmvlies: eenlagig trilhaarepitheel met veel sereuze kliertjes en
slijmcellen. Hieronder zit een dicht capillairnetwerk.
Boven neusholte zit reukepitheel: (bestaat uit epitheel cellen met daartussen veel sensoren die
gevoelig zijn voor geurprikkels).
Sinus paranasales (neusbijholten). Staan via kleine openingen in verbinding met de neusholte.
De sinus paranasales zijn:
- sinus maxillaris
- sinsus spheniodalis
- sinus ethmoidales
- sinus frontalis
Functies van de neusholte:
Functie conchae (neusschelpen):
1. ze vergroten het binnenoppervlak van de neusholte.
2. doorgang vernauwen werveling luchtstroom
Inademen door neus heeft 4 functies:
- de lucht wordt gezuiverd
- verwarmd
- bevochtigd
- gekeurd
Zuivering van de lucht:
- Neusharen in neusingang kunnen neusholte beschermen tegen grote deeltjes als zand en
stof.
- Trilharen van het neusepitheel (met slijm erop) vangen verontreinigingen op.
Door beweging van trilharen wordt de slijmlaag met de weggevangen stof vanuit de neusholte
naar de neus-keelholte gebracht. 2:3 slik je door maagzuur maakt ziektekiemen onschadelijk.
De rest wordt met snuiten, niezen, opsnuiven en peuteren verwijderd.
Verwarming van lucht:
Het capillairnetwerk in de neusholte draagt de warmte van het bloed over aan de ingeademde
lucht. Functie hiervan: wordt verhinderd dat longweefsel te veel afkoelt.
Is ongeveer 33 graden celcius.
Bevochtiging van de lucht:
Samenvatting hoofdstuk 9: Ademhalingsstelsel
Inleiding:
Lichaamscellen hebben een intensieve stofwisseling, waarvoor veel energie nodig is.
Ze halen energie uit aerobe dissimilatie (celademhaling).
Zuurstof wordt gebruikt om glucose af te breken chemische energie uit glucose komt vrij.
Glucose + zuurstof koolstofdioxide + water + energie (ATP + warmte)
De aerobe dissimilatie verlangt een constante aanvoer van zuurstof.
Zuurstof diffundeert naar cellen vanuit hun directe omgeving, het inwendig milieu.
Het inwendig milieu ontvangt de zuurstof van het bloed en het bloed onttrekt op zijn beurt de
zuurstof aan de lucht in de longen. De longen vormen overgang tussen in inwendig en
uitwendig milieu.
Molecuul zuurstof wordt gebruikt er ontstaat molecuul koolstofdioxide (afvalgas, moet zo snel
mogelijk afgevoerd worden).
Koolstofdioxide cellen weefselvocht naar bloed longen uitwendig milieu (uitademen)
De functie van het ademhalingsstelsel staat in nauw verband met die van het circulatiestelsel.
Zonder de snelle aan- en afvoer van het transportmedium bloed zou het uitwisselen van
zuurstof en koolstofdioxide in de weefsels niet erg efficiënt gebeuren.
9.1 Luchtwegen:
Vormen verbindingswegtussen de buitenwereld en het longweefsel.
Lucht met zuurstof longweefsel
Koolstofdioxide uitwendig milieu.
- neusholte
- de mondholte
- de keelholte
- het strottenhoofd
- de luchtpijp
- de bronchiën
- de bronchiolen
- de longblaasjes
9.1.1. Neusholte:
Vorm van neus wordt veroorzaakt door:
- neusbeenderen
- het neuskraakbeen
- de bedekkende huid
De neusrug bestaat bovenaan uit 2 neusbeenderen. Ze gaan over tot elastische kraakbeen
(veel krachtiger)
Bouw van neusholte:
Achter neus zit neusholte. Neusholte wordt begrensd door botten. Aan de bovenkant:
- os sphenoidale (sfenoïd)
- os ethmoidale (etmoïd) openingen waar zenuwvezels van reukzenuw doorheen lopen.
- os frontale (voorhoofdsbeen)
- os nasale (neusbeen).
, De laterale wanden van de neusholten bestaan uit delen van de maxilla (bovenkaak) en
uitlopers van het os ethmoidale.
Medio-sagittaal verlopende septum nasi (neustussenschot) = verdeeld neus in twee
Achterste deel bestaat uit: os nasale
Voorste deel bestaat uit: elastisch kraakbeen
De laterale wanden van de neusholten hebben 3 of 4 uitstekende botranden = conchae
(neusschelpen). ontstaan neusgangen
Onderste neusgang is het wijdst. Meeste lucht gaat hier langs.
Neusholte is bekleed met slijmvlies: eenlagig trilhaarepitheel met veel sereuze kliertjes en
slijmcellen. Hieronder zit een dicht capillairnetwerk.
Boven neusholte zit reukepitheel: (bestaat uit epitheel cellen met daartussen veel sensoren die
gevoelig zijn voor geurprikkels).
Sinus paranasales (neusbijholten). Staan via kleine openingen in verbinding met de neusholte.
De sinus paranasales zijn:
- sinus maxillaris
- sinsus spheniodalis
- sinus ethmoidales
- sinus frontalis
Functies van de neusholte:
Functie conchae (neusschelpen):
1. ze vergroten het binnenoppervlak van de neusholte.
2. doorgang vernauwen werveling luchtstroom
Inademen door neus heeft 4 functies:
- de lucht wordt gezuiverd
- verwarmd
- bevochtigd
- gekeurd
Zuivering van de lucht:
- Neusharen in neusingang kunnen neusholte beschermen tegen grote deeltjes als zand en
stof.
- Trilharen van het neusepitheel (met slijm erop) vangen verontreinigingen op.
Door beweging van trilharen wordt de slijmlaag met de weggevangen stof vanuit de neusholte
naar de neus-keelholte gebracht. 2:3 slik je door maagzuur maakt ziektekiemen onschadelijk.
De rest wordt met snuiten, niezen, opsnuiven en peuteren verwijderd.
Verwarming van lucht:
Het capillairnetwerk in de neusholte draagt de warmte van het bloed over aan de ingeademde
lucht. Functie hiervan: wordt verhinderd dat longweefsel te veel afkoelt.
Is ongeveer 33 graden celcius.
Bevochtiging van de lucht: