mensen met een
beperking
1
,Inhoudsopgave
2
,H1: Vroeger en nu
1. Paradigma’s
Paradigma: een geheel van wetenschappelijke bevindingen die op een bepaald moment
als maatgevend worden beschouwd
- Een referentiekader dat ons denken en handelen richting geeft
- Hangt nauw samen met waarden en normen
Paradigmashift: ontstaan van nieuwe modellen als tegenreactie op de vorige
- Er is een verdieping of verbreding van vorige modellen
2. Soorten paradigma’s
van defectmodel → burgerschapsparadigma
probleemmensen → mensen die ook talenten hebben
wat iemand niet kan → wat iemand wel kan
1) Defectmodel
- er wordt van een defect gesproken
- ze waren debiel, idioot
- patiënten
- arts, verpleger
- enkel inzet op verzorging: BBB: bed, brood en bad is enkel belangrijk
- ondersteuning focust op het medische en niet op orthopedagogische aspecten
- grote instituten buiten centrum = segregatie (= apart van de wereld)
- broeders en zusters gemeenschappen
- all-in context: er werd tegen de familie gezegd dat zij voor niks meer moesten
zorgen, de beslissingen van de client werden genomen door de voorziening
2) Ontwikkelingsmodel
- Ze werden niet meer gezien als mensen met een defecten maar ze konden zich
ook verder ontwikkelen
- Ontwikkelings-denken staat centraal
- Uitgangspunt: mensen die zich kunnen ontwikkelen kunnen deelnemen aan het
maatschappelijk gebeuren
- ze werden getraind om te eten, ze hadden mogelijkheden
- mens in ontwikkeling, we gaan ze stimuleren
- orthopedagoog, opvoeder-begeleider
- normaal mogelijk leven leiden = integratie
3) burgerschapsmodel:
- personen met een verstandelijke beperking
- Volwaardige burger die dezelfde rechten en plichten hebben als elke andere
burger in de samenleving
- Krijgen ook kansen om hun leven richting te geven
- Beperking: een belemmering ondervinden om op een gelijkwaardige manier te
participeren in de samenlebing
- clienten of bewoners
- orthopedagoog, persoonlijke begeleider
- ondersteuning op maat/levenskwaliteit versterken
- inclusie
- context: ouders zien als ervaringsdeskundige
o vb. hoe slaapt u kind? wat eet het kind graag?
3
, - exclusie: geen plaats in samenleving (vb. nazis= moord, opsluiting
- segregatie: naast de samenleving
- integratie: de voorziening zit in de samenleving, maar geen contact ermee
- inclusie: iedereen bij elkaar (vandaag de dag vaak niet altijd het geval)
3. Self-advocay
= ijveren voor een kijk weg van het individuele defectmodel dat tot op de dag van
vandaag nog subtiel in onze samenleving meandert
Het gaat niet meer langer over mensen die voor hen opkomen maar over de mensen die
zelf contesteren tegen labeling, discriminatie en ongelijke behandeling
4