Hoofdstuk 2 Ondersteuningsprocessen en ondersteuningsvragen
2.1 Inleiding
Mensen met een verstandelijke beperking zijn niet altijd goed in staat om hun vragen
duidelijk te maken. Om goed antwoord te kunnen geven op de vragen zal er
planmatig/methodisch gewerkt moeten worden.
WGBO iedereen moet een ondersteuningsplan en behandelplan hebben. En de
continuïteit en ontwikkeling moet worden gewaarborgd. De kwaliteit van bestaan van een
dienst staat centraal:
- Voor zover mogelijk zelf vorm en inhoud geven aan het eigen bestaan,
overeenkomstig de gewone behoeften en de speciale behoeften.
- Voor zover mogelijk onder gewone omstandigheden of volgens gewone leefpatronen
leven, en wel zodanig dat de betrokkene tevreden is met het eigen bestaan.
2.2 De individuele cliënt
De individuele cliënt is de sleutel, geen groepen cliënten. Voor sommige cliënten is het niet
makkelijk om zelf de regie te voeren, nadat professionals dit jaren hebben overgenomen.
2.3 De ondersteuner: profiel van de (persoonlijk) begeleider
De zorg verlenende organisatie moet zich omvormen naar een echte
ondersteuningsorganisatie of supportorganisatie. Dit houdt in:
- De cliënt bepaald
- Ondersteunend en coachend leiderschap
- Naar buiten gericht
- Betrokkenheid bij de cliënten
- Flexibele structuur met weinig regels
- In de samenleving
- Individueel benaderen
- De vraag stuurt
2.4 Het ondersteuningsproces
Stappen in het ondersteuningsplan (IOP = individueel ondersteuningsplan)
1. Wie ben ik?
- Levensverhaal, persoonsbeeld, beeld naast betrokkenen, bijdragen overige
professionals.
2. Hoe wil ik dat mijn toekomst eruit ziet?
- Perspectief
3. Hoe komen we bij dat toekomstbeeld?
- Hoofddoelen
4. Deel 1: Wat mag beslist niet vergeten worden?
- Aandachtspunten
Deel 2: Wat beperkt mij in mijn doen en laten?
- Middelen en maatregelen
5. Hoe moet men in grote lijnen met mij omgaan?
- Grondhouding
6. Waaraan moeten we gaan werken