ITO
Hoofdtuk 1:
Agogie= veranderen van het handelen (in pratkijk)
niet wederkerige beïnvloeding door 1 of meerdere personen
gericht op een wijziging
Agogiek= wetenschap van het veranderingsproces
leer van het leiden en begeleiden op een beroepsmatige manier
methoden behoren hiertoe
Winkelaar: De leer die aanwijzigingen en richtlijnen geeft voor de manier waarop iemand wordt
begeleidt
3 sleutelbegrippen:
Veranderen (onbewust)
agoog probeert iemand te veranderen
ideaalbeeld bestaat niet
permanente educatie door verandering van de maatschappij
vb.: gagelijkste gewoontes, mensen activeren, sociale vaardigheden,…
Handelen
bewust van wat mensen doen
onzichtbaar (communiceren om te weten)
ook apsecten zoals gevoelens, gedachten en intenties
Emancipatie
beïnvloeden in de richting die de betrokkene zelf wenst
doel: zelfbeschikking en autnomie verhogen
agogisch handelen= zie ppt
richtgevende kenmerken agogisch handelen:
Psychosociale verandering: veranderen van het handelen door interactie met iemand anders
(werk, psycholoog,…)
Doelgericht: plannen om een toel te bereieken (organiseren, vaste routine, tafelmanieren
bijbrengen,…)
Systematisch en bewust: stap voor stap handmatig te werk gaan (bus leren nemen, leren met
computer werken,…)
Gewenst door betrokkenen: betrokkenen willen zelf geholpen worden
motivatie kan gecreeërd worden door hulpverlener
zo niet: gedwongen opname verslaafden, bejaarde,…
Niet even wederzijds: begeleider is vaak hiërarchisch hoger gesteld (assymetrisch)
Beroepsmatig: professionele beïnvloeding
is ontstaan uit vrijwilligerswerk
Waardegebonden: afhankelijk van referentiekader
Voorbeelden: zie ppt en cursus
1
,PROFFESIONALISERING AH
2 maatschappelijke veranderingen vh agogisch handelen:
Snelle evolutie van Voor industrialisatie: leven uitgestippeld in vaste patronen
wetenschap en Gevolg veranderingen: volwassenen moeten handelen voortdurend
techniek bijstellen
wanneer je niet genoeg bijleert kan je niet goed blijven functioneren
Stijgende Voor industrialisatie: kleine gemeenschappen
individualisering opvoeding verliep door overname gedrag ouders, door sociale controle,
maatschappelijke stand en door de kerk
Nu: minder invloedrijke instanties die stellen wat goed of slecht is
je moet zelf kiezen wat je doet voor het hele leven
meer diversiteit door minder verzuling zorgt voor onzekerheid door veel
keuzes
Gevolgen:
Ontstaan welzijnswerk (helpen van mensen die uit de boot vallen door snelle verandering)
Aanvankelijk vrijwilligerswerk
Ontstaan agogisch werkveld
ontstan van opleidingen, beroepsorganisaties en beroepscodes
Agogisch werkveld
Hulpverlening vormingswerk
= welzijnwerk = jeugwerk, sociaal werk,
cultureel vormingswerk
exagogiek= curatief (verwerkend, verbeterend) agogisch werk
problematische situatie verbeteren
hulpverlening
vb.: aidspatient helpen met verwerken
medische hulp: geen exagogiek
voldoet niet aan richtlijnen (is niet psychosociaal maar medisch)
anagogiek= beginsituatie is normaal maar moet verbeterd worden
vb. hulpverlener krijgt training om beter te handelen
katagogiek= beginsituatie is normaal en moet normaal blijven
vb. aidspreventie
niveau’s van veranderingsprocessen:
1. Micro= ‘klein’: 1 persoon (of kleine groep)
2. Meso= ‘midden’: groep, organisatie (vb. festivalgangers)
3. Macro= ‘groot’: gehele samenleving (vb. campagnes)
Voorbeeld Mariette (ppt):
Micro: mantelzorg
Meso: praten met de voorziening
Macro: algemeen plan voor de voorziening
2
,Voorbeeld Jordy (blaarmeersen):
Micro: pleeggezin, opvangcentrum, OCMW
Meso: praten met de voorziening die hem buiten zette
Macro: algemee plan voor alle voorzieningen
Valkuil van pedagogisering
Pedagogisering= toename van het anatal professionele interventies op agogisch vlak
probleem: agogen zien alleen het label (vb. vrouw met autisme ipv vrouw die graag leest)
gevolg: eigen positieve krachten van persoon met beperking worden miskend
Resultaat: zijn onzeker en durven niet veranderen zonder begeleiding
wederkerige relatie: cliënt heeft ook invloed op begeleider
belangrijk: vertrek van waar je client is
men doet iets dat bepaald wordt door de achtergrond
Wat wil de cliënt zelf?
Een wederkerige relatie
Mogelijkheiden van mensen (waar ben je goed in?)
Historiariteit van mensen (wat lukte je wel?)
Hoofdstuk 2: opvoeden, pedagogie(k) en orthopedagogie(k)
Opvoeden= in het relatie staan van opvoeders en opvoedingen waarin de opvoeders zich als persoon,
als wijze van mens-zijn presenteert, een klimaat creeërt dat de persoonlijkheidsgroei bevordert en de
leefsituaties zo hanteert dat deze optimale kanden biedt tot zelfontplooiing (Kok)
Opvoeden: milieu
Ontwikkelen: aanleg
opvoedingsproces kent een voortdurende afwisseling van bijna automatisch handelen, met
periodes van nadrukkelijk stilstaan bij de opvoedersopgave
kan veroorzaakt worden door een handicap
Nature-nurture: genen, milieu en eigen keuzes
Stagnerend opvoedingsproces: voortdurende problemen en een perspectiefloze situatie
Wanneer het kind niet meer groeit:
- Waar zit het kind vast?
- Welke vraag stelkt het kind?
Orthopedagogie= specifiek opvoeden= geschoolde opvoeder uniek accent
POS= het ervaren van een perspectiefloze opvoedingssituatie door de betrokkenen, waarin men
zonder deskundige hulp niet lukt om de situatie terug perspectiefbindend te maken (Ter Horst)
essentieel: interactie tussen opvoeder en kind
nu: VOS (=verontrustende opvoedigssituatie)
kan verontrustend zijn zonder problematische opvoedingssituatie (vb. drugsverslaafd)
wanneer problematisch (volume):
Breedte: hoeveelheid deelproblemen of problematische aspecten
multiprobleemgezinnen
Hoogte: ernst van sommige deelaspecten
Lengte: chronische karakter van de problematiek van de opvoedingssituatie
3
, Wanneer problematisch (schaal):
De gewone opvoedingssituatie: opvoeder zit met vragen die relatief makkelijk op te lossen
zijn (soms behoefte aan steun)
vb. lastige peuter heeft regelmatig drifbuien
De opvoedingsspanning: wanneer de opvoedingsproblemen niet meer makkelijk op te lossen
zijn (gaan op zoek naar alternatieven en zoeken raad)
vb. lagere schoolkind wil niet meer naar school, kind experimenteert drugs
De opvoedingscrisis: wanneer de opvoedersspanning escaleert (gevoel van onmacht, geen
plezier meer aan ouder zijn)
vb. tiener loopt wekelijks weg
De opvoedingsnood of VOS: wanneer complexe problemen al een lange tijd meegaan
(opvoeding is bron van verdriet, ouders bezien het kind als negatief)
vb. moeder is depressief dus broertje moet voor kleinste kind zorgen
orthopedagogie: de praktijk
- Orthos: recht, juist
- Pais: kind/jongeling vandaag de dag: niet enkel jongeren
- Agein: handelen
orthopedagogiek legt de nadruk op de theorie
opvoeder: defenitie van Kok + uniek accent
orthopedagoog verendigt de theorie en de praktijk
methodisch handelen= evidence-based werken
Doelgericht
Bewust
Systematissch
Procesmatig
Terrein van orthopedagogiek
Hulpverlening vormingswerk
= welzijnswerk = jeugdwerk, sociaal cultureel vormingswerk
Doelgroepen Werkvelden
- Kinderen in een POS - Geestelijke gezondheidszorgs
- Kinderen in een kwetsbare psychiatrie
opvoedingssituatie door ontwikkeligs, - Algemeen welzijnswerk
gedragsproblemen opvang voor daklozen
- Kinderen met leerstoornissen - Kind en gezin
- Ouderen in kwetsbare situaties - Onderwijs
- Kansarmen, thuislozen M-decreet
Deelwetenschappen agogiek:
- Pedagogie: agogie van kinderen (opvoeden van kind tot volwassene)
- Andragogie: agogisch werken met volwassenen
- Geronto-agogie: begeleiden van oudere mensen
- Orthopedagogiek
- Sociale pedagogiek
4
Hoofdtuk 1:
Agogie= veranderen van het handelen (in pratkijk)
niet wederkerige beïnvloeding door 1 of meerdere personen
gericht op een wijziging
Agogiek= wetenschap van het veranderingsproces
leer van het leiden en begeleiden op een beroepsmatige manier
methoden behoren hiertoe
Winkelaar: De leer die aanwijzigingen en richtlijnen geeft voor de manier waarop iemand wordt
begeleidt
3 sleutelbegrippen:
Veranderen (onbewust)
agoog probeert iemand te veranderen
ideaalbeeld bestaat niet
permanente educatie door verandering van de maatschappij
vb.: gagelijkste gewoontes, mensen activeren, sociale vaardigheden,…
Handelen
bewust van wat mensen doen
onzichtbaar (communiceren om te weten)
ook apsecten zoals gevoelens, gedachten en intenties
Emancipatie
beïnvloeden in de richting die de betrokkene zelf wenst
doel: zelfbeschikking en autnomie verhogen
agogisch handelen= zie ppt
richtgevende kenmerken agogisch handelen:
Psychosociale verandering: veranderen van het handelen door interactie met iemand anders
(werk, psycholoog,…)
Doelgericht: plannen om een toel te bereieken (organiseren, vaste routine, tafelmanieren
bijbrengen,…)
Systematisch en bewust: stap voor stap handmatig te werk gaan (bus leren nemen, leren met
computer werken,…)
Gewenst door betrokkenen: betrokkenen willen zelf geholpen worden
motivatie kan gecreeërd worden door hulpverlener
zo niet: gedwongen opname verslaafden, bejaarde,…
Niet even wederzijds: begeleider is vaak hiërarchisch hoger gesteld (assymetrisch)
Beroepsmatig: professionele beïnvloeding
is ontstaan uit vrijwilligerswerk
Waardegebonden: afhankelijk van referentiekader
Voorbeelden: zie ppt en cursus
1
,PROFFESIONALISERING AH
2 maatschappelijke veranderingen vh agogisch handelen:
Snelle evolutie van Voor industrialisatie: leven uitgestippeld in vaste patronen
wetenschap en Gevolg veranderingen: volwassenen moeten handelen voortdurend
techniek bijstellen
wanneer je niet genoeg bijleert kan je niet goed blijven functioneren
Stijgende Voor industrialisatie: kleine gemeenschappen
individualisering opvoeding verliep door overname gedrag ouders, door sociale controle,
maatschappelijke stand en door de kerk
Nu: minder invloedrijke instanties die stellen wat goed of slecht is
je moet zelf kiezen wat je doet voor het hele leven
meer diversiteit door minder verzuling zorgt voor onzekerheid door veel
keuzes
Gevolgen:
Ontstaan welzijnswerk (helpen van mensen die uit de boot vallen door snelle verandering)
Aanvankelijk vrijwilligerswerk
Ontstaan agogisch werkveld
ontstan van opleidingen, beroepsorganisaties en beroepscodes
Agogisch werkveld
Hulpverlening vormingswerk
= welzijnwerk = jeugwerk, sociaal werk,
cultureel vormingswerk
exagogiek= curatief (verwerkend, verbeterend) agogisch werk
problematische situatie verbeteren
hulpverlening
vb.: aidspatient helpen met verwerken
medische hulp: geen exagogiek
voldoet niet aan richtlijnen (is niet psychosociaal maar medisch)
anagogiek= beginsituatie is normaal maar moet verbeterd worden
vb. hulpverlener krijgt training om beter te handelen
katagogiek= beginsituatie is normaal en moet normaal blijven
vb. aidspreventie
niveau’s van veranderingsprocessen:
1. Micro= ‘klein’: 1 persoon (of kleine groep)
2. Meso= ‘midden’: groep, organisatie (vb. festivalgangers)
3. Macro= ‘groot’: gehele samenleving (vb. campagnes)
Voorbeeld Mariette (ppt):
Micro: mantelzorg
Meso: praten met de voorziening
Macro: algemeen plan voor de voorziening
2
,Voorbeeld Jordy (blaarmeersen):
Micro: pleeggezin, opvangcentrum, OCMW
Meso: praten met de voorziening die hem buiten zette
Macro: algemee plan voor alle voorzieningen
Valkuil van pedagogisering
Pedagogisering= toename van het anatal professionele interventies op agogisch vlak
probleem: agogen zien alleen het label (vb. vrouw met autisme ipv vrouw die graag leest)
gevolg: eigen positieve krachten van persoon met beperking worden miskend
Resultaat: zijn onzeker en durven niet veranderen zonder begeleiding
wederkerige relatie: cliënt heeft ook invloed op begeleider
belangrijk: vertrek van waar je client is
men doet iets dat bepaald wordt door de achtergrond
Wat wil de cliënt zelf?
Een wederkerige relatie
Mogelijkheiden van mensen (waar ben je goed in?)
Historiariteit van mensen (wat lukte je wel?)
Hoofdstuk 2: opvoeden, pedagogie(k) en orthopedagogie(k)
Opvoeden= in het relatie staan van opvoeders en opvoedingen waarin de opvoeders zich als persoon,
als wijze van mens-zijn presenteert, een klimaat creeërt dat de persoonlijkheidsgroei bevordert en de
leefsituaties zo hanteert dat deze optimale kanden biedt tot zelfontplooiing (Kok)
Opvoeden: milieu
Ontwikkelen: aanleg
opvoedingsproces kent een voortdurende afwisseling van bijna automatisch handelen, met
periodes van nadrukkelijk stilstaan bij de opvoedersopgave
kan veroorzaakt worden door een handicap
Nature-nurture: genen, milieu en eigen keuzes
Stagnerend opvoedingsproces: voortdurende problemen en een perspectiefloze situatie
Wanneer het kind niet meer groeit:
- Waar zit het kind vast?
- Welke vraag stelkt het kind?
Orthopedagogie= specifiek opvoeden= geschoolde opvoeder uniek accent
POS= het ervaren van een perspectiefloze opvoedingssituatie door de betrokkenen, waarin men
zonder deskundige hulp niet lukt om de situatie terug perspectiefbindend te maken (Ter Horst)
essentieel: interactie tussen opvoeder en kind
nu: VOS (=verontrustende opvoedigssituatie)
kan verontrustend zijn zonder problematische opvoedingssituatie (vb. drugsverslaafd)
wanneer problematisch (volume):
Breedte: hoeveelheid deelproblemen of problematische aspecten
multiprobleemgezinnen
Hoogte: ernst van sommige deelaspecten
Lengte: chronische karakter van de problematiek van de opvoedingssituatie
3
, Wanneer problematisch (schaal):
De gewone opvoedingssituatie: opvoeder zit met vragen die relatief makkelijk op te lossen
zijn (soms behoefte aan steun)
vb. lastige peuter heeft regelmatig drifbuien
De opvoedingsspanning: wanneer de opvoedingsproblemen niet meer makkelijk op te lossen
zijn (gaan op zoek naar alternatieven en zoeken raad)
vb. lagere schoolkind wil niet meer naar school, kind experimenteert drugs
De opvoedingscrisis: wanneer de opvoedersspanning escaleert (gevoel van onmacht, geen
plezier meer aan ouder zijn)
vb. tiener loopt wekelijks weg
De opvoedingsnood of VOS: wanneer complexe problemen al een lange tijd meegaan
(opvoeding is bron van verdriet, ouders bezien het kind als negatief)
vb. moeder is depressief dus broertje moet voor kleinste kind zorgen
orthopedagogie: de praktijk
- Orthos: recht, juist
- Pais: kind/jongeling vandaag de dag: niet enkel jongeren
- Agein: handelen
orthopedagogiek legt de nadruk op de theorie
opvoeder: defenitie van Kok + uniek accent
orthopedagoog verendigt de theorie en de praktijk
methodisch handelen= evidence-based werken
Doelgericht
Bewust
Systematissch
Procesmatig
Terrein van orthopedagogiek
Hulpverlening vormingswerk
= welzijnswerk = jeugdwerk, sociaal cultureel vormingswerk
Doelgroepen Werkvelden
- Kinderen in een POS - Geestelijke gezondheidszorgs
- Kinderen in een kwetsbare psychiatrie
opvoedingssituatie door ontwikkeligs, - Algemeen welzijnswerk
gedragsproblemen opvang voor daklozen
- Kinderen met leerstoornissen - Kind en gezin
- Ouderen in kwetsbare situaties - Onderwijs
- Kansarmen, thuislozen M-decreet
Deelwetenschappen agogiek:
- Pedagogie: agogie van kinderen (opvoeden van kind tot volwassene)
- Andragogie: agogisch werken met volwassenen
- Geronto-agogie: begeleiden van oudere mensen
- Orthopedagogiek
- Sociale pedagogiek
4