4.2 Interpretatie en gevolgtrekking
tekts/ discourse: verband tussen losse uitingen.
conversationele implicatuur: iets indirects zeggen. Vaak lijkt het alsof een discourse niet
samenhangend is maar dat is wel zo omdat er iets impliciet (verborgen) wordt
gezegd/besproken.
4.3 Samenvatting
coöperatieprincipe: onderlinge afstemmen (van spaak en begrip activiteit) tussen spreken en
hoorders.
maxime: aanname(s) in een discourse zodat de discourse goed geïnterpreteerd kan
worden.
1. maxime van relevantie: aanname dat de gespreks bijdrage van de spreker relevant is
voor de voortgang van het gesprek.
2. maxime van kwaniteit: aanname dat er genoeg (niet te veel, niet te weinig) informatie
wordt gegeven.
3. maxime van kwaliteit: aanname dat de juiste informatie wordt gegeven.
4.4 Gesprekken
Sprekers weten meestal wel goed hoe de regels voor beurtwisseling in elkaar zitten.
deze regels kunnen per taalgemeenschap verschillen
opeenvolgend paar: een tweetal taaluitingen die elk door een andere spreker worden
geproduceerd en een vaste volgorde hebben.
deze speelt een belangrijke rol in de menselijke communicatie
gespreksopeningen en gespreks afsluitingen hebben een bepaald patroon.
4.5 Samenhang via taalvormen
cohesie: samenhang die door de talige context tot stand komt
coherentie: samenhang met zowel de talige als de niet-talige context waarin ze verschijnen.
Er zijn drie manieren waarop de samenhang binnen een tekst (cohesie) versterkt kan
worden:
1. Anaforische verwijzing: een anafoor (herhaling) verwijs in de vorm van een pronoom
(voornaamwoord) naar een antecedent (zelfstandig naamwoord)
2. Ellips: weglating
3. Parafrase: omschrijving (zodat een discourse niet saai is)
tekts/ discourse: verband tussen losse uitingen.
conversationele implicatuur: iets indirects zeggen. Vaak lijkt het alsof een discourse niet
samenhangend is maar dat is wel zo omdat er iets impliciet (verborgen) wordt
gezegd/besproken.
4.3 Samenvatting
coöperatieprincipe: onderlinge afstemmen (van spaak en begrip activiteit) tussen spreken en
hoorders.
maxime: aanname(s) in een discourse zodat de discourse goed geïnterpreteerd kan
worden.
1. maxime van relevantie: aanname dat de gespreks bijdrage van de spreker relevant is
voor de voortgang van het gesprek.
2. maxime van kwaniteit: aanname dat er genoeg (niet te veel, niet te weinig) informatie
wordt gegeven.
3. maxime van kwaliteit: aanname dat de juiste informatie wordt gegeven.
4.4 Gesprekken
Sprekers weten meestal wel goed hoe de regels voor beurtwisseling in elkaar zitten.
deze regels kunnen per taalgemeenschap verschillen
opeenvolgend paar: een tweetal taaluitingen die elk door een andere spreker worden
geproduceerd en een vaste volgorde hebben.
deze speelt een belangrijke rol in de menselijke communicatie
gespreksopeningen en gespreks afsluitingen hebben een bepaald patroon.
4.5 Samenhang via taalvormen
cohesie: samenhang die door de talige context tot stand komt
coherentie: samenhang met zowel de talige als de niet-talige context waarin ze verschijnen.
Er zijn drie manieren waarop de samenhang binnen een tekst (cohesie) versterkt kan
worden:
1. Anaforische verwijzing: een anafoor (herhaling) verwijs in de vorm van een pronoom
(voornaamwoord) naar een antecedent (zelfstandig naamwoord)
2. Ellips: weglating
3. Parafrase: omschrijving (zodat een discourse niet saai is)