Aardrijkskunde Samenvatting Hoofstuk 2 Indonesië actueel
Paragraaf 1
Een stukje geschiedenis
Vanaf de tijd van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) werd Indonesië gedwongen
leverancier te worden van specerijen die op de Europese markt werden verkocht. De
zeevaart en de handel vonden plaats vanuit enkele steunpunten aan de kust. Toen de VOC
failliet ging, werd Indonesië kolonie van Nederland. Grote delen van Indonesië werden
‘opengelegd’, vooral op Java. Door de Industriële Revolutie werd de vraag naar grondstoffen
namelijk groot. Er werden ook steeds meer goederen voor de wereldmarkt verhandeld, zoals
koffie, suiker, tabak en rubber.
Door het cultuurstelsel werden de Javaanse boeren gedwongen om op eenvijfde deel van
hun land exportproducten als koffie, suiker, tabak of thee te verbouwen. Voor Nederland
werd het cultuurstelsel een groot succes. Voor de Indonesiërs betekende het armoede en
hongersnood.
Na de capitulatie van Japan aan het eind van de Tweede Wereldoorlog werden de
nationalistische gevoelens van Indonesië steeds sterker. De nationale vlag, het volkslied en
het Bahasa Indonesia werden erkend. Op 17 augustus 1945 werd door de latere president
Soekarno de onafhankelijkheid uitgeroepen. De Pancasila werd de staatsfilosofie.
Door twee militaire acties in 1947-1948 probeerde Nederland tevergeefs de vooroorlogse
toestand te herstellen.
Na de onafhankelijkheid
Soekarno werd de eerste president van Indonesië. Hij probeerde moeizaam een
eenheidsstaat te maken. Met het leger als stok achter de deur, wist de regering zich te
handhaven.
Het streven naar de eenheidsstaat is nog steeds niet voltooid. De provincie Aceh
bijvoorbeeld, wil afscheiding van de staat.
De nationalisten, de islamisten en de communisten streden om de macht. Soekarno
veranderde de parlementaire democratie in een geleide democratie. Hij benoemde zichzelf
tot president voor het leven en stelde een Nationale Raad in. De Naskom (Nationalisme,
Agama (godsdienst), Kommunisme) moest ervoor zorgen dat er een eenheid kwam tussen
nationalisten, moslims en communisten.
In 1965 probeerde een groep communisten de macht te grijpen. Onder leiding van generaal
Soeharto wist het leger de controle te heroveren. Soeharto werd de nieuwe president. De
communisten moesten het zwaar ontgelden.
Soeharto wilde met zijn Nieuwe Orde de politiek en economie van Indonesië stabiel maken.
Er kwamen drie politieke partijen: een islamitische, een nationalistische en Golkar (een
samenwerking van ambtenaren, militairen en massaorganisaties).
Tijdens het ruim 30-jarige bewind van Soeharto werd Indonesië weer aantrekkelijk voor
buitenlandse investeerders. De economie groeide, net als zijn eigen vermogen. De kloof
tussen rijk en arm werd enorm groot.
Toen het geld dat Indonesië ontving om de Azië-crisis te bestrijden grotendeels in de zakken
van Soeharto verdween, kwam het kruitvat tot ontploffing. in 1998 moest hij aftreden.
Indonesië is langzamerhand weer op weg om een parlementaire democratie te worden.
Sinds 2001 is er op bestuurlijk vlak sprake van regionale autonomie. Bevoegdheden en
verantwoordelijkheden die tot die tijd bij de landelijke overheid lagen, werden naar de
provincies, steden of regentschappen overgeheveld. De opbrengsten uit de natuurlijke
bronnen die in de regio’s zelf voorkomen, kunnen nu voor het grootste deel voor het eigen
gebied worden behouden.
De bestuurlijke indeling van Indonesië bestaat nu uit 33 provincies. Elke provincie heeft zijn
eigen wetgevende macht en gouverneur. De provincies Aceh, Jakarta, Yogyakarta, Papoea
en West-Papoea hebben grotere bestuurlijke privileges en een hogere mate van autonomie
dan de andere provincies.
, Paragraaf 2
De bevolking, een etnisch en cultureel mozaïek
Er zijn in Indonesië grote etnische verschillen: veel volken en veel talen.
De grootste etnische groepering, de Javanen, maakt op cultureel en politiek gebied de dienst
uit. In Jakarta lijken de culturele verschillen te zijn weggevallen.
De veelheid aan volken en culturen kan worden verklaard door de vele migratiegolven vanaf
het vasteland van Azië en door de eilandstructuur van Indonesië.
Op Java zijn de fossiele resten gevonden van mensen die één miljoen jaar geleden op het
eiland hebben geleefd.
Rond het begin van de jaartelling vestigden de eerste mensen uit India zich op Java,
Sumatra en Sulawesi. Zij kwamen om handelsposten op te richten, maar zorgden er tevens
voor dat het hindoeïsme en het boeddhisme zich verspreidden over Indonesië.
Handelaren uit Arabië zorgden er vanaf de dertiende eeuw voor dat de islam over Indonesië
werd verspreid. Het merendeel van de Indonesische bevolking is moslim.
Eenheid in veelheid
Indonesië is een koloniale uitvinding: onder het Nederlandse bewind werden allerlei volken
bij elkaar gevoegd.
Een van de manieren om een eenheidsstaat te bereiken, is het hebben van een
gemeenschappelijke taal. De grote meerderheid van de bevolking spreekt de eenheidstaal
Bahasa Indonesia, Het is een lingua franca: de taal die op grote schaal als
gemeenschappelijk communicatiemiddel wordt gebruikt tussen mensen met een
verschillende moedertaal. De taalkundige verschillen verdwijnen langzaam maar zeker. De
religieuze verschillen leveren af en toe grote problemen op.
Chinezen
De Chinezen zijn een belangrijke etnische minderheid. In de koloniale tijd werden zij naar
Indonesië gehaald om op de plantages te werken en de handel te organiseren. Chinezen
wonen vooral in de grote steden. Na de onafhankelijkheid werden zij de dupe van het
nationalisme. Nog steeds leidt de economisch sterke positie van de Chinese
bevolkingsgroep soms tot sociale spanningen.
Paragraaf 3
Op een kluitje
Indonesië kent een zeer ongelijke spreiding van de bevolking. De bevolkingsdichtheid op
Java is zeer hoog. Op Java woont ongeveer 60% van de bevolking (2000).
Steeds meer mensen
De grote omvang komt door natuurlijke bevolkingsgroei, niet door de sociale bevolkingsgroei
(dat is het verschil emigratie-immigratie).
De snelle natuurlijke groei is het gevolg van een hoog geboortecijfer en de daling van het
sterftecijfer. Het hoge geboortecijfer heeft de volgende oorzaken.
Kinderen worden gezien als een verzekering voor de oude dag. Zij werken mee voor extra
inkomen. De meeste Indonesiërs zijn moslim. De emancipatie van vrouwen staat in de
kinderschoenen. De grote zuigelingensterfte zorgt nog steeds voor een hoog geboortecijfer.
In het verleden is het gemiddeld aantal kinderen constant gedaald. Dat kwam door:
- De stijging van de huwelijksleeftijd
- Meer onderwijs voor vrouwen
- Gezinsplanning waardoor er meer anticonceptiemiddelen werden gebruikt.
Paragraaf 1
Een stukje geschiedenis
Vanaf de tijd van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) werd Indonesië gedwongen
leverancier te worden van specerijen die op de Europese markt werden verkocht. De
zeevaart en de handel vonden plaats vanuit enkele steunpunten aan de kust. Toen de VOC
failliet ging, werd Indonesië kolonie van Nederland. Grote delen van Indonesië werden
‘opengelegd’, vooral op Java. Door de Industriële Revolutie werd de vraag naar grondstoffen
namelijk groot. Er werden ook steeds meer goederen voor de wereldmarkt verhandeld, zoals
koffie, suiker, tabak en rubber.
Door het cultuurstelsel werden de Javaanse boeren gedwongen om op eenvijfde deel van
hun land exportproducten als koffie, suiker, tabak of thee te verbouwen. Voor Nederland
werd het cultuurstelsel een groot succes. Voor de Indonesiërs betekende het armoede en
hongersnood.
Na de capitulatie van Japan aan het eind van de Tweede Wereldoorlog werden de
nationalistische gevoelens van Indonesië steeds sterker. De nationale vlag, het volkslied en
het Bahasa Indonesia werden erkend. Op 17 augustus 1945 werd door de latere president
Soekarno de onafhankelijkheid uitgeroepen. De Pancasila werd de staatsfilosofie.
Door twee militaire acties in 1947-1948 probeerde Nederland tevergeefs de vooroorlogse
toestand te herstellen.
Na de onafhankelijkheid
Soekarno werd de eerste president van Indonesië. Hij probeerde moeizaam een
eenheidsstaat te maken. Met het leger als stok achter de deur, wist de regering zich te
handhaven.
Het streven naar de eenheidsstaat is nog steeds niet voltooid. De provincie Aceh
bijvoorbeeld, wil afscheiding van de staat.
De nationalisten, de islamisten en de communisten streden om de macht. Soekarno
veranderde de parlementaire democratie in een geleide democratie. Hij benoemde zichzelf
tot president voor het leven en stelde een Nationale Raad in. De Naskom (Nationalisme,
Agama (godsdienst), Kommunisme) moest ervoor zorgen dat er een eenheid kwam tussen
nationalisten, moslims en communisten.
In 1965 probeerde een groep communisten de macht te grijpen. Onder leiding van generaal
Soeharto wist het leger de controle te heroveren. Soeharto werd de nieuwe president. De
communisten moesten het zwaar ontgelden.
Soeharto wilde met zijn Nieuwe Orde de politiek en economie van Indonesië stabiel maken.
Er kwamen drie politieke partijen: een islamitische, een nationalistische en Golkar (een
samenwerking van ambtenaren, militairen en massaorganisaties).
Tijdens het ruim 30-jarige bewind van Soeharto werd Indonesië weer aantrekkelijk voor
buitenlandse investeerders. De economie groeide, net als zijn eigen vermogen. De kloof
tussen rijk en arm werd enorm groot.
Toen het geld dat Indonesië ontving om de Azië-crisis te bestrijden grotendeels in de zakken
van Soeharto verdween, kwam het kruitvat tot ontploffing. in 1998 moest hij aftreden.
Indonesië is langzamerhand weer op weg om een parlementaire democratie te worden.
Sinds 2001 is er op bestuurlijk vlak sprake van regionale autonomie. Bevoegdheden en
verantwoordelijkheden die tot die tijd bij de landelijke overheid lagen, werden naar de
provincies, steden of regentschappen overgeheveld. De opbrengsten uit de natuurlijke
bronnen die in de regio’s zelf voorkomen, kunnen nu voor het grootste deel voor het eigen
gebied worden behouden.
De bestuurlijke indeling van Indonesië bestaat nu uit 33 provincies. Elke provincie heeft zijn
eigen wetgevende macht en gouverneur. De provincies Aceh, Jakarta, Yogyakarta, Papoea
en West-Papoea hebben grotere bestuurlijke privileges en een hogere mate van autonomie
dan de andere provincies.
, Paragraaf 2
De bevolking, een etnisch en cultureel mozaïek
Er zijn in Indonesië grote etnische verschillen: veel volken en veel talen.
De grootste etnische groepering, de Javanen, maakt op cultureel en politiek gebied de dienst
uit. In Jakarta lijken de culturele verschillen te zijn weggevallen.
De veelheid aan volken en culturen kan worden verklaard door de vele migratiegolven vanaf
het vasteland van Azië en door de eilandstructuur van Indonesië.
Op Java zijn de fossiele resten gevonden van mensen die één miljoen jaar geleden op het
eiland hebben geleefd.
Rond het begin van de jaartelling vestigden de eerste mensen uit India zich op Java,
Sumatra en Sulawesi. Zij kwamen om handelsposten op te richten, maar zorgden er tevens
voor dat het hindoeïsme en het boeddhisme zich verspreidden over Indonesië.
Handelaren uit Arabië zorgden er vanaf de dertiende eeuw voor dat de islam over Indonesië
werd verspreid. Het merendeel van de Indonesische bevolking is moslim.
Eenheid in veelheid
Indonesië is een koloniale uitvinding: onder het Nederlandse bewind werden allerlei volken
bij elkaar gevoegd.
Een van de manieren om een eenheidsstaat te bereiken, is het hebben van een
gemeenschappelijke taal. De grote meerderheid van de bevolking spreekt de eenheidstaal
Bahasa Indonesia, Het is een lingua franca: de taal die op grote schaal als
gemeenschappelijk communicatiemiddel wordt gebruikt tussen mensen met een
verschillende moedertaal. De taalkundige verschillen verdwijnen langzaam maar zeker. De
religieuze verschillen leveren af en toe grote problemen op.
Chinezen
De Chinezen zijn een belangrijke etnische minderheid. In de koloniale tijd werden zij naar
Indonesië gehaald om op de plantages te werken en de handel te organiseren. Chinezen
wonen vooral in de grote steden. Na de onafhankelijkheid werden zij de dupe van het
nationalisme. Nog steeds leidt de economisch sterke positie van de Chinese
bevolkingsgroep soms tot sociale spanningen.
Paragraaf 3
Op een kluitje
Indonesië kent een zeer ongelijke spreiding van de bevolking. De bevolkingsdichtheid op
Java is zeer hoog. Op Java woont ongeveer 60% van de bevolking (2000).
Steeds meer mensen
De grote omvang komt door natuurlijke bevolkingsgroei, niet door de sociale bevolkingsgroei
(dat is het verschil emigratie-immigratie).
De snelle natuurlijke groei is het gevolg van een hoog geboortecijfer en de daling van het
sterftecijfer. Het hoge geboortecijfer heeft de volgende oorzaken.
Kinderen worden gezien als een verzekering voor de oude dag. Zij werken mee voor extra
inkomen. De meeste Indonesiërs zijn moslim. De emancipatie van vrouwen staat in de
kinderschoenen. De grote zuigelingensterfte zorgt nog steeds voor een hoog geboortecijfer.
In het verleden is het gemiddeld aantal kinderen constant gedaald. Dat kwam door:
- De stijging van de huwelijksleeftijd
- Meer onderwijs voor vrouwen
- Gezinsplanning waardoor er meer anticonceptiemiddelen werden gebruikt.