Algemene farmacologie – casus 1
a. wat de toedieningsweg is (Nederlandse en medische term);
_ diffusie door de intacte huid / transdermaal
a. hoe het geneesmiddel op de plaats van werking terechtkomt;
huid -> huid capillairen -> hole aders -> hart -> kleine circulatie -> grote circulatie ->
zenuwen
b. of de werking van het middel lokaal of systemisch is;
systemisch
c. wanneer systemisch; of deze route enteraal of parenteraal is.
Parenteraal (anders dan via het maag-darmstelsel,
- dermaal, bijvoorbeeld een fentanylpleister
- infuus, vaak intraveneus in de aders
- injectie: onder andere intramusculair en subcutaan
- insufflatie, door de neus
- sublinguale toediening bijvoorbeeld nitroglycerine)
Dhr. van der Aalst heeft terminale kanker. Met de huisarts en de wijkverpleegkundige is
een abstinerend beleid afgesproken. Volledige thuiszorg is ingezet. Dhr heeft veel pijn dus
de huisarts spreekt voor elke 3 dagen een Durogesic pleister af. De pleister bevat fentanyl.
De fentanyl wordt ‘gereguleerd’ afgegeven. Fentanyl is een sterke pijnstiller.
Algemene farmacologie – casus 2
a. wat de toedieningsweg is (Nederlandse en medische term); oraal/ per os
_ b. hoe het geneesmiddel op de plaats van werking terechtkomt;
mond- slokdarm-maag - dikke darm - dunne darm - poortader - lever - hart →
(med)locatie
c. of de werking van het middel lokaal of systemisch is;
systemisch
d. wanneer systemisch; of deze route enteraal of parenteraal is.
Enteraal (via het maag-darmkanaal of rectaal (via de lever)
Mevrouw Peters heeft regelmatig last van migraine. Ze heeft last van hoofdpijn en sterke
misselijkheid. De aanval kan het best gestopt worden als mevrouw Peters een Maxalt®
smelttablet gebruikt. Maxalt® bevat rizatriptan, een geneesmiddel dat in de hersenen
werkzaam is tegen migraine.
Algemene farmacologie – casus 3
a. wat de toedieningsweg is (Nederlandse en medische term);
_ oraal/ per os
b. hoe het geneesmiddel op de plaats van werking terechtkomt;
Slijmvliezen in de mond → bloedbaan → hart
c. of de werking van het middel lokaal of systemisch is;
systemisch
d. wanneer systemisch; of deze route enteraal of parenteraal is.
Parenteraal
De heer van de Veld is opgenomen in het ziekenhuis met een exacerbatie COPD, en hij
a. wat de toedieningsweg is (Nederlandse en medische term);
_ diffusie door de intacte huid / transdermaal
a. hoe het geneesmiddel op de plaats van werking terechtkomt;
huid -> huid capillairen -> hole aders -> hart -> kleine circulatie -> grote circulatie ->
zenuwen
b. of de werking van het middel lokaal of systemisch is;
systemisch
c. wanneer systemisch; of deze route enteraal of parenteraal is.
Parenteraal (anders dan via het maag-darmstelsel,
- dermaal, bijvoorbeeld een fentanylpleister
- infuus, vaak intraveneus in de aders
- injectie: onder andere intramusculair en subcutaan
- insufflatie, door de neus
- sublinguale toediening bijvoorbeeld nitroglycerine)
Dhr. van der Aalst heeft terminale kanker. Met de huisarts en de wijkverpleegkundige is
een abstinerend beleid afgesproken. Volledige thuiszorg is ingezet. Dhr heeft veel pijn dus
de huisarts spreekt voor elke 3 dagen een Durogesic pleister af. De pleister bevat fentanyl.
De fentanyl wordt ‘gereguleerd’ afgegeven. Fentanyl is een sterke pijnstiller.
Algemene farmacologie – casus 2
a. wat de toedieningsweg is (Nederlandse en medische term); oraal/ per os
_ b. hoe het geneesmiddel op de plaats van werking terechtkomt;
mond- slokdarm-maag - dikke darm - dunne darm - poortader - lever - hart →
(med)locatie
c. of de werking van het middel lokaal of systemisch is;
systemisch
d. wanneer systemisch; of deze route enteraal of parenteraal is.
Enteraal (via het maag-darmkanaal of rectaal (via de lever)
Mevrouw Peters heeft regelmatig last van migraine. Ze heeft last van hoofdpijn en sterke
misselijkheid. De aanval kan het best gestopt worden als mevrouw Peters een Maxalt®
smelttablet gebruikt. Maxalt® bevat rizatriptan, een geneesmiddel dat in de hersenen
werkzaam is tegen migraine.
Algemene farmacologie – casus 3
a. wat de toedieningsweg is (Nederlandse en medische term);
_ oraal/ per os
b. hoe het geneesmiddel op de plaats van werking terechtkomt;
Slijmvliezen in de mond → bloedbaan → hart
c. of de werking van het middel lokaal of systemisch is;
systemisch
d. wanneer systemisch; of deze route enteraal of parenteraal is.
Parenteraal
De heer van de Veld is opgenomen in het ziekenhuis met een exacerbatie COPD, en hij