Leerdoelen 9. Gevolgen van immobiliteit
De student …
1. kan het belang van een goede mobiliteit omschrijven
Een goede mobiliteit is goed om psychologisch alert te zijn, voor het
mentaal welzijn en is goed voor de vitale functies (temperatuur, pols,
bloeddruk, ademhaling, …).
2. beschikt over kennis om de mobiliteit bij een patiënt te
beoordelen
De eerste stap van de beoordeling van mobiliteit is de anamnese
(voorgeschiedenis) van de patiënt. Ook zullen we de patiënt observeren in
wat hij nog wel of net niet meer goed kan. We gaan we beweeglijkheid en
de fijne motoriek van de patiënt beoordelen. Ook kunnen we nagaan hoe
de vitale functies reageren op beweging en kunnen we zo inschatten welke
hoeveelheid energie er ter beschikking is in het lichaam om een
‘inspanning’ te verrichten.
3. geeft aan wat de oorzaken zijn van beperkingen i.v.m. mobiliteit
Oorzaken van immobiliteit kunnen zijn : pijn, psychologische problemen
(depressie, …), algemene verzwakking (ouder worden), skeletafwijkingen
(scoliose), maar ook soms een postoperatieve, opgelegde bedrust.
Deze oorzaken kunnen ervoor zorgen dat patiënten niet meer geneigd of
gemotiveerd zijn om hun bed nog uit te komen immobiliteit
4. beschikt over basiskennis met betrekking tot complicaties ter
hoogte van het cardiovasculair stelsel, bewegingsstelsel,
ademhalingsstelsel, maagdarmstelsel, urinair stelsel, huid en
onderliggende weefsels als gevolg van een beperkte mobiliteit
Cardiovasculaire problemen: tromboflebitis (ontsteking en stolselvorming
in een oppervlakkig gelegen vene) of DVT (diep veneuze trombose).
Aandoeningen aan het cardiovasculair stelsel kunnen door 3 redenen
ontstaan : vertraging van de bloedstroom (immobiliteit, spataders,
postoperatief, …), verandering in de bloedwand (ontsteking, verwonding of
operatie, …) en versnelde bloedstolling (dehydratatie, lagere bloeddruk,
ziekte van Vaquez).
Deze problemen kunnen we tegengaan door een strenge observatie,
mobilisatie indien mogelijk toch te proberen stimuleren (wanneer dit niet
kan Trendelenburg toepassen), AT-kousen of dauerbinde, …
Een trombose is dus stolselvorming in een vene. Wanneer dit stolsel
loskomt en zich mee verplaatst noemen we dit een embolus. Zo kunnen
we spreken over een longembolie wanneer een embolus zich in de aders
van de longen bevindt.
!!!! AT-kousen ALTIJD aan 2 benen veiligheidsfout
Bewegingsstelsel : wanneer patiënten immobiel zijn of bedrust hebben,
hebben kans op spieratrofie (spiervolume neemt af), contracturen
De student …
1. kan het belang van een goede mobiliteit omschrijven
Een goede mobiliteit is goed om psychologisch alert te zijn, voor het
mentaal welzijn en is goed voor de vitale functies (temperatuur, pols,
bloeddruk, ademhaling, …).
2. beschikt over kennis om de mobiliteit bij een patiënt te
beoordelen
De eerste stap van de beoordeling van mobiliteit is de anamnese
(voorgeschiedenis) van de patiënt. Ook zullen we de patiënt observeren in
wat hij nog wel of net niet meer goed kan. We gaan we beweeglijkheid en
de fijne motoriek van de patiënt beoordelen. Ook kunnen we nagaan hoe
de vitale functies reageren op beweging en kunnen we zo inschatten welke
hoeveelheid energie er ter beschikking is in het lichaam om een
‘inspanning’ te verrichten.
3. geeft aan wat de oorzaken zijn van beperkingen i.v.m. mobiliteit
Oorzaken van immobiliteit kunnen zijn : pijn, psychologische problemen
(depressie, …), algemene verzwakking (ouder worden), skeletafwijkingen
(scoliose), maar ook soms een postoperatieve, opgelegde bedrust.
Deze oorzaken kunnen ervoor zorgen dat patiënten niet meer geneigd of
gemotiveerd zijn om hun bed nog uit te komen immobiliteit
4. beschikt over basiskennis met betrekking tot complicaties ter
hoogte van het cardiovasculair stelsel, bewegingsstelsel,
ademhalingsstelsel, maagdarmstelsel, urinair stelsel, huid en
onderliggende weefsels als gevolg van een beperkte mobiliteit
Cardiovasculaire problemen: tromboflebitis (ontsteking en stolselvorming
in een oppervlakkig gelegen vene) of DVT (diep veneuze trombose).
Aandoeningen aan het cardiovasculair stelsel kunnen door 3 redenen
ontstaan : vertraging van de bloedstroom (immobiliteit, spataders,
postoperatief, …), verandering in de bloedwand (ontsteking, verwonding of
operatie, …) en versnelde bloedstolling (dehydratatie, lagere bloeddruk,
ziekte van Vaquez).
Deze problemen kunnen we tegengaan door een strenge observatie,
mobilisatie indien mogelijk toch te proberen stimuleren (wanneer dit niet
kan Trendelenburg toepassen), AT-kousen of dauerbinde, …
Een trombose is dus stolselvorming in een vene. Wanneer dit stolsel
loskomt en zich mee verplaatst noemen we dit een embolus. Zo kunnen
we spreken over een longembolie wanneer een embolus zich in de aders
van de longen bevindt.
!!!! AT-kousen ALTIJD aan 2 benen veiligheidsfout
Bewegingsstelsel : wanneer patiënten immobiel zijn of bedrust hebben,
hebben kans op spieratrofie (spiervolume neemt af), contracturen