DEEL I: pijn en kanker
30-40% heeft matige tot ernstige pijn ten tijde van de diagnose,
a. kankerpatiënten na curatieve behandeling (pijnprevalentie: 33%)
b. kankerpatiënten gedurende behandeling (pijnprevalentie: 59%)
c. kankerpatiënten in vergevorderde of terminale fase (pijnprevalentie: 64%)
d. alle stadia van ziekte (pijnprevalentie: 53%)
De fase van de ziekte kan gerelateerd zijn aan de prevalentie van pijn bij patiënten met kanker, maar hoeft
niet perse.
Oorzaken kankergerelateerde pijn
a. Effect van tumoren/ massa’s
- Directe doorgroei van de tumor of metastasen (70%)
b. Gevolg van de behandeling (20%)
- Post chemotherapie (Echter, de toevoeging van chemotherapie aan best supportive care of aan
hormonale therapie resulteerde in significant betere pijnbestrijding.
- Post bestraling
- Post operatief
c. Bijkomende ziekten of andere factoren (10%)
Soorten pijn
a. Nociceptieve pijn
(65-68%): wordt veroorzaakt door weefselbeschadiging, deze vorm van pijn is vaak het gevolg van:
- Somatisch: botmetastasen, infiltratie van weke delen (mulsculoskeletaal)
- Visceraal (organen): infiltratie organen, compressie, extensie, rek
b. Neuropathische pijn (8-9%)
- Tumor comprimeert of infiltreert zenuw(en)/ bloed toevoer naar zenuw wortel/bloed toevoer naar zenuw
- Zenuwschade door behandeling
• Post bestraling (plexopathie)
> Allodynie: niet-pijnlijke prikkels worden als pijnlijk ervaren
> Hyperesthesie of hyperalgesie / hypo-esthesie: overmatige reps. verminderde gevoeligheid voor prikkels
(verhoogde/ verlaagde prikkelbaarheid gevoelszenuwen)
c. Doorbraakpijn
Een plotseling optredende tijdelijke, vaak hevige pijn c.q. toename van pijn die optreedt bij bestaande
(chronische) pijnklachten (dus door medicatie heen).
- Incidente pijn: doorbraakpijn die uitsluitend of hoofdzakelijk optreedt bij bepaalde bewegingen of
houdingen
- Non-incidente of spontane doorbraakpijn: doorbraakpijn die optreedt zonder aanwijsbare aanleiding
- End of dose pain: pijn als gevolg van een inadequate dosering van de analgetica of een te lang
doseerinterval
DEEL II: fysiologie en pijn
1. Fysiologische effecten van pijn
- Verhoogd katabool metabolisme: slechte wondgenezing: zwakte, spierafbraak
- Verminderd bewegen/ immobiliteit: verhoogd risico op DVT (diepe veneuze trombose)/ PE (pulmonale
embolie)
- Effect op ademhaling: oppervlakkige/ versnelde ademhaling, verminderd hoesten > longontsteking/
atelectasis (klaplong)
- Vasthouden van sodium, water vasthouden (nieren)
- Verminderde gastrointestinale (spijsvertering) mobiliteit
- Tachycardie (snelle hartslag) en verhoogde bloeddruk