Edward W. Said – Orientalism: Introduction (Nederlandse samenvatting)
Orientalism = een betekenis geven aan de Oriënt die is gebaseerd op de special plek die het heeft in
het West-Europese beeld. De Oriënt is de plek van Europa’s grootste en beste kolonies, de bron van
de beschaving en talen en een van de meest vaak voorkomende beelden van ‘de ander’. Het heeft
Europa geholpen om hun contrasterende beeld/persoonlijkheid te creëren.
Ook is oriëntalisme een stijl van gedachten gebaseerd op een ontologisch en epistemologisch
onderscheid tussen ‘de Oriënt’ en ‘het Westen’. Veel dichters, wetenschappers, filosofen, etc.
hebben dit basis verschil tussen oost en west dan ook geaccepteerd en hebben daarop theorieën,
boeken en politieke gedachten over de Oriënt op gebaseerd.
Een derde betekenis van oriëntalisme wijst op een westerse stijl van domineren,
herstructureren en autoriteit hebben over de Oriënt. Frankrijk en Groot-Brittannië hebben de Oriënt,
en daarmee oriëntalisme, lang gedomineerd, maar na WO2 is Amerika dominant.
Het Westen heeft een bepaald idee van de Oriënt gecreëerd, bestaand uit een geschiedenis,
beeldvorming en vocabulaire. Dit idee heeft de Oriënt tot leven gebracht in het westen. Er wordt
hierbij dus niet per se gekeken naar de ‘echte’ Oriënt en de realiteit van de culturen die daar leven,
maar meer naar het beeld dat het westen heeft van de Oriënt en in hoeverre dat (of juist niet)
correspondeert met de ‘echte’ Oriënt.
Dit betekent niet dat de hele structuur van oriëntalisme een leugen of een mythe is. Het is
meer een indicator van Europese/Atlantische macht over de Oriënt dan dat het een
discours/discussie is over wat de Oriënt is. De reden voor deze westerse macht over het beeld van de
Oriënt is de westerse hegemonie; waar sommige ideeën domineren over anderen en meer invloed
hebben dan anderen. Oriëntalisme is dan ook een dimensie van moderne politieke-intellectuele
cultuur, en heeft minder te maken met de Oriënt zelf dan met ‘onze’ eigen wereld.
Said bestudeert oriëntalisme as een dynamische uitwisseling tussen individuele auteurs en
grote, politieke belangen van de 3 grote rijken (Engels, Frans en Amerikaans) omdat de geschriften in
hun intellectuele en fantasierijke territorium zijn geproduceerd.
David D. Buck – Was it Pluck or Luck That Made the West Grow Rich?
This article is a sort of summery of 3 different books/writers (Landes, Frank & Wong.
Landes: he sees Europeans as taking advantage of exceptional cultural heritage to forge
achievements by which they transformed the whole world. The 3 most important factors for the
development of the modern world are according to him:
- The shift from human labour to machines
- The shift from living sources of power (muscle power) to lifeless sources of power
- The availability of several raw materials for production
For Landes the past is a complex anagram from which the one correct answer has appeared in
Western Europe, derived from the enlightenment, industrial capitalism and the nation-state
Frank: urges us to consider that Europe may owe its present success to Asia. He is of opinion
that the European economy was isolated and backward until at least 1500. For him culture doesn’t
count for much; the real force in human history is the shape and dynamism of the world economy.
European & North American involvement in Latin America only promoted underdevelopment of
those parts of the world, characterizing Europe not as a centre of progress but as a centre of
exploitation. He sees the industrial revolution as a distracting discontinuity in a more important
history of continuities in world history.
Wong: Europe’s leading role has been exaggerated. He emphasizes the role of culture, but
also argues that history reveals not a single path but many pathways for humankind. He sees that
China was on a different but comparable track to Europe. He stresses that rational choice was