DUITSLAND
Frank Solleveld
Het Vlietland College
,Inhoudsopgave
1. De Duitse eenheid. ......................................................................................................... 3
2. De alliantiepolitiek van Bismarck. ................................................................................... 3
3. De Weltpolitik van Wilhelm II. ........................................................................................ 4
4. De oorzaken van de Eerste Wereldoorlog. ...................................................................... 5
5. De Eerste Wereldoorlog.................................................................................................. 5
6. Naar een wapenstilstand. ............................................................................................... 6
7. Onrust na de Eerste Wereldoorlog. ................................................................................. 7
8. Hyperinflatie en het Dawesplan...................................................................................... 8
9. De economische wereldcrisis. ......................................................................................... 8
10. De ideologie van het nationaalsocialisme. ................................................................... 9
11. De machtsgreep van Hitler.......................................................................................... 10
12. Propaganda en censuur. ............................................................................................. 10
13. De terreur van de nationaalsocialisten........................................................................ 11
14. De buitenlandse politiek van Hitler. ............................................................................ 12
15. De Tweede Wereldoorlog. .......................................................................................... 12
16. Genocide op de Joden................................................................................................. 13
17. De Duitse nederlaag. .................................................................................................. 14
2
,1. De Duitse eenheid.
Tot 1871 bestaat het Duitse rijk uit losse staatjes. Veel
van die staatjes streven naar één groot Duits Rijk. Er
heerst veel nationalisme en de grootste staat was
Pruisen à Rijkskanselier Bismarck wil een groot Duits
Rijk. Dit doet hij door middel van oorlog.
1870-1871: Frans-Duitse oorlog
Bismarck provoceert Frankrijk en Frankrijk verklaart
Duitsland de oorlog. De Duitsers verslaan Frankrijk snel:
- Betere organisatie
- Sterker leger
Franse keizer geeft zich over, maar de bevolking van
Parijs vecht door. Parijs wordt vervolgens omsingeld en
uitgehongerd.
In Versailles wordt het Duitse keizerrijk uitgeroepen en de koning van Pruisen tot keizer
Wilhelm I gekroond.
Vanaf 1871: Duitsland wordt een grootmacht:
Invalshoek: Toelichting:
Politiek Grote staat middenin Europa met veel inwoners.
Militair Groot en modern leger.
Veel spoorlijnen.
Economie Snelle industrialisatie.
Tabel 1.1: Duitsland als grootmacht.
2. De alliantiepolitiek van Bismarck.
Vanaf 1871 is Duitsland een grootmacht à verstoring van het Europese machtsevenwicht.
Duitsland wordt omgeven door sterke mogendheden (België, Denemarken, Engeland etc.).
Bismarck is tevreden met de nieuwe grenzen:
- We zijn tevreden
- We willen niks meer veroveren.
Buitenlandse politiek van Bismarck na 1871 à alliantiepolitiek (handhaving van het
bestaande machtsevenwicht, zodat Duitsland niet aangevallen wordt). Bismarck gaat
allianties sluiten en vriendjes maken, zo probeerde hij de positie van Duitsland te versterken
en oorlog te voorkomen (het handhaven van vrede).
3
, 1884: Conferentie van Berlijn
Afspraken over verdeling van Afrika om
machtsevenwicht te handhaven.
Doelen Bismarck:
- Geen oorlog tussen Europose
grootmachten
- Kolonies voor Duitsland
- Spanning creëren tussen Groot-Brittannië
en Frankrijk.
Dit past goed bij kenmerkend aspect:
- De moderne vorm van het imperialisme die
verband hield met de industrialisatie.
- De opkomst van de politiek maatschappelijke stromingen: nationalisme.
3. De Weltpolitik van Wilhelm II.
1888: Troonbestijging van keizer Wilhelm II luidt nieuw tijdperk in:
Ambities van Wilhelm II gaan samen met:
- Sterke groei van Duitse economie
- Groeiend militarisme
Engeland en Frankrijk vonden dit maar niks.
Weltpolitik
Buitenlandse politiek gericht op het uitbreiden van het Duits koloniale rijk.
Invoering Vlootwet (1898)
Begin van systematische opbouw van de Duitse oorlogsvloot.
Dit past goed bij de volgende aspecten:
- De moderne vorm van het imperialisme die verband hield met de industrialisatie.
- De opkomst van de politiek maatschappelijke stromingen: nationalisme.
- Het voeren van twee wereldoorlogen.
Ondanks groei van de vloot blijkt Groot-Brittannië te sterk in Afrika. Vanaf 1900: Weltpolitik
meer gericht op Europa.
4