Atoombouw & Binding
Atoombouw
Kleine ondeelbare deeltjes noem je atomen. Moleculen bestaan uit twee of meerdere atomen. Uit
metalen kunnen kleine negatief geladen deeltjes ontsnappen. Dat zijn elektronen. Elektronen zijn
lichter dan het lichtste atoom. Dus atomen zijn wel deelbaar.
DEELTJE WAAR IN ATOOM MASSA (U) LADING
ELEKTRONEN Elektronenwolk 0 - = negatief
PROTONEN Kern 1,0 + = positief
NEUTRONEN Kern 1,0 O = neutraal
Kern – bevat protonen Elektronenwolk – elektronen
en neutronen
Protonen
Neutronen
<- Elektronenwolk opgedeeld in schillen. Elektronen komen in een
paar gebieden voor, deze gebieden noem je schillen. De schillen lopen van binnen naar buiten. De K-
schil bevat maximaal 2 elektronen en de L-schil maximaal 8.
Omdat het rekenen met kleine getallen lastig is heb je de atoommassa A, een eigenmassaeenheid:
de atomaire massa-eenheid. Deze eenheid geef je weer met de letter u. De massa van een atoom is
gelijk aan het totale protonen plus neutronen in de kern. Dit aantal is het massagetal.
Atoommassa – aantal 55,85 +2
neutronen plus protonen
+3
Protonen = 26
Fe
Atoomnummer – aantal Fe (ijzer) Neutronen = 56 – 26 = 30
26
protonen en elektronen Ijzer
Elektronen = 26
14,2
Atoombouw
Kleine ondeelbare deeltjes noem je atomen. Moleculen bestaan uit twee of meerdere atomen. Uit
metalen kunnen kleine negatief geladen deeltjes ontsnappen. Dat zijn elektronen. Elektronen zijn
lichter dan het lichtste atoom. Dus atomen zijn wel deelbaar.
DEELTJE WAAR IN ATOOM MASSA (U) LADING
ELEKTRONEN Elektronenwolk 0 - = negatief
PROTONEN Kern 1,0 + = positief
NEUTRONEN Kern 1,0 O = neutraal
Kern – bevat protonen Elektronenwolk – elektronen
en neutronen
Protonen
Neutronen
<- Elektronenwolk opgedeeld in schillen. Elektronen komen in een
paar gebieden voor, deze gebieden noem je schillen. De schillen lopen van binnen naar buiten. De K-
schil bevat maximaal 2 elektronen en de L-schil maximaal 8.
Omdat het rekenen met kleine getallen lastig is heb je de atoommassa A, een eigenmassaeenheid:
de atomaire massa-eenheid. Deze eenheid geef je weer met de letter u. De massa van een atoom is
gelijk aan het totale protonen plus neutronen in de kern. Dit aantal is het massagetal.
Atoommassa – aantal 55,85 +2
neutronen plus protonen
+3
Protonen = 26
Fe
Atoomnummer – aantal Fe (ijzer) Neutronen = 56 – 26 = 30
26
protonen en elektronen Ijzer
Elektronen = 26
14,2