Voltooid deelwoord ³ ⁴
Het voltooid deelwoord (of: verleden deelwoord) is een werkwoordsvorm die wordt gebruikt als deel
van een werkwoordelijk gezegde.
We gebruiken een voltooid deelwoord om de voltooid tegenwoordige tijd en voltooid verleden tijd te
vormen.
Jan heeft naar de open dag de metro genomen.
heeft = hulpwerkwoord
genomen = voltooid deelwoord
heeft genomen = werkwoordelijk gezegde
Ze is snel naar de gate gelopen.
is = hulpwerkwoord
gelopen = voltooid deelwoord
is gelopen = werkwoordelijk gezegde
We hebben tot laat aan het project gewerkt.
hebben = hulpwerkwoord
gewerkt = voltooid deelwoord
hebben gewerkt = werkwoordelijk gezegde
Zij wordt bijna elke week wegens wangedrag uit de training gestuurd.
wordt = hulpwerkwoord
gestuurd = voltooid deelwoord
wordt gestuurd = werkwoordelijk gezegde
Veel voltooide deelwoorden eindigen op een -t of een -d. Als je van het werkwoord (voltooid
deelwoord) de verleden tijd maakt, kun je horen of je een -t of -d moet schrijven.
Daarnaast kun je het ezelsbruggetje van ’t ex-kofschip gebruiken om te weten of het voltooid
deelwoord eindigt op -d of -t. Als de laatste letter voor -en in het hele werkwoord één van de
medeklinkers van 't ex-kofschip is, dan krijgt het voltooid deelwoord een -t.
voltooid
verleden tijd 't ex-kofschip
deelwoord
De verleden tijd is kuste. Je hoort een -t, De ik-vorm is kus. De -s staat in 't ex-kofschip,
gekust
dus je schrijft een -t. dus schrijf je een -t.
Het voltooid deelwoord (of: verleden deelwoord) is een werkwoordsvorm die wordt gebruikt als deel
van een werkwoordelijk gezegde.
We gebruiken een voltooid deelwoord om de voltooid tegenwoordige tijd en voltooid verleden tijd te
vormen.
Jan heeft naar de open dag de metro genomen.
heeft = hulpwerkwoord
genomen = voltooid deelwoord
heeft genomen = werkwoordelijk gezegde
Ze is snel naar de gate gelopen.
is = hulpwerkwoord
gelopen = voltooid deelwoord
is gelopen = werkwoordelijk gezegde
We hebben tot laat aan het project gewerkt.
hebben = hulpwerkwoord
gewerkt = voltooid deelwoord
hebben gewerkt = werkwoordelijk gezegde
Zij wordt bijna elke week wegens wangedrag uit de training gestuurd.
wordt = hulpwerkwoord
gestuurd = voltooid deelwoord
wordt gestuurd = werkwoordelijk gezegde
Veel voltooide deelwoorden eindigen op een -t of een -d. Als je van het werkwoord (voltooid
deelwoord) de verleden tijd maakt, kun je horen of je een -t of -d moet schrijven.
Daarnaast kun je het ezelsbruggetje van ’t ex-kofschip gebruiken om te weten of het voltooid
deelwoord eindigt op -d of -t. Als de laatste letter voor -en in het hele werkwoord één van de
medeklinkers van 't ex-kofschip is, dan krijgt het voltooid deelwoord een -t.
voltooid
verleden tijd 't ex-kofschip
deelwoord
De verleden tijd is kuste. Je hoort een -t, De ik-vorm is kus. De -s staat in 't ex-kofschip,
gekust
dus je schrijft een -t. dus schrijf je een -t.