Geschiedenis tijdvak 3 : tijd van monniken en ridders (500 – 1000 na Chr.)
Indeling van de middeleeuwen
Vroege middeleeuwen: 500 – 1000 na Chr.
Beginpunt: 476 na Chr. Laatste Romeinse keizer afgezet
481 na Chr. Kroning van Clovis als koning van de Franken
Hoge Middeleeuwen: 1000 – 1350 na Chr.
Steden komen tot bloei (opbloei van de geldeconomie)
Late middeleeuwen: 1000 – 1500 na Chr.
Eindpunt:
1453 val van het Byzantijnse rijk / einde 100-jarige oorlog
1492: ontdekking van Amerika
1517: Begin protestantisme (afscheiding uit de katholieke kerk, Maarten Luther)
De ondergang van het West-Romeinse rijk
De volksverhuizingen (375 – 550 na Chr.)
Germaanse stammen vallen het Romeinse rijk binnen
- Op de vlucht voor de Hunnen
- Rijkdom Romeinse Rijk (aantrekkingskracht)
- Germanen stichten koninkrijken binnen het Romeinse Rijk. Rome was machteloos.
Gevolgen:
- Ontvolking van steden
- Wegvallen van het centraal gezag
- 395 na Chr. Splitsing Romeinse Rijk in West- en Oost (Byzantijns) Romeinse Rijk
- Autarkie op platteland (= zelfvoorzienend)
- Boeren zoeken bescherming bij grootgrondbezitter horigheid (middeleeuwen)
Cultuur in de laatste eeuw Romeinse Rijk Cultuur Germanen in diezelfde tijd
Politiek/ bestuurlijk Centraal bestuur door keizer, rijk verdeeld Decentraal bestuur, iedere stam voor
in provincies zich
Sociaal / Economisch Landbouw stedelijke samenleving, Landbouw, weinig handel (autarkie),
handelscontacten (Pax Romana), ruilhandel gelaagde samenleving
geldeconomie, gelaagde samenleving op gebaseerd op vrijheid,
grond van bezit (= rijkdom) en vrijheid landbouwsamenleving
Cultureel / mentaal Monotheïstisch ( 1 god) overal dezelfde Polytheïstisch, natuurgodsdienst.
(godsdienst) rituelen en gebruiken. Verschillende rituelen bij verschillende
stammen
De Romeinen verschilden van de Germanen (Franken). Na het vertrek van de Romeinen vervielen de
provincies al snel tot het niveau van de Germanen. Dit betekende:
- geen centraal bestuur (belasting stelsel)
- geen geld economie
- geen handel
- verval van de steden
- meer Autarkie
- maar: de kerk blijft bestaan
, 3.1 De opkomst van de islam
KA: Het ontstaan en de verspreiding van de islam
Het ontstaan:
In 610 In Mekka kreeg Mohammed een openbaring van Allah de Koran
In 622 de islamitische jaartelling begint als de profeet Mohammed moet vluchten naar Medina
Oorzaken voor de verspreiding:
1. Aantrekkingskracht
2. Veroveringsdrift
3. Veroverde joden en christenen bekeren zich om status van tweederangsburgers kwijt te
raken
4. Tolerante houding t.o.v. joden en christenen
5. Concurrerende rijken waren in verval / zwak
Overeenkomsten islam – christendom
- Monotheïsme
- Gericht op de gehele mensheid
- Veel overeenkomsten in heilig boek (dezelfde personen)
- Overeenkomsten in gebruiken (naastenliefde, vasten, pelgrimstochten, etc.)
- Messias (in Christendom = Jezus = goddelijk. Bij Islam: Jezus/ Isa = gewone profeet)
Verschil: de (grootste) Arabische veroveringen vonden gedurende een eeuw (7 e / 8e ) plaats, terwijl
de uitbreiding van het christendom veel geleidelijker was.
3.2 Hofstelsel en horigheid
Kenmerkend aspect: De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane
cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid.
Horigheid ontstond in het Romeinse rijk om de lokale landbouwproductie op peil te houden: boeren
werden verplicht om op hun land te blijven (= continuïteit met horigheid)
Doordat met de val van het Romeinse Rijk het centraal gezag wegviel, zochten boeren bescherming
bij een heer en gingen in ruil verplichtingen aan. Het werden halfvrije horigen.
Hof(/domein)stelsel en horigen
Romeinen agrarisch-urbane samenleving
Germaanse invallen daling landbouwproductie/ steden ontvolken (veel vrije boeren
worden horigen)
Plichten:
- deel oogst afstaan (pacht)
- Herendiensten
- gebonden aan de grond
Recht:
- geen heervaart (militaire dienst)
- bescherming
Indeling van de middeleeuwen
Vroege middeleeuwen: 500 – 1000 na Chr.
Beginpunt: 476 na Chr. Laatste Romeinse keizer afgezet
481 na Chr. Kroning van Clovis als koning van de Franken
Hoge Middeleeuwen: 1000 – 1350 na Chr.
Steden komen tot bloei (opbloei van de geldeconomie)
Late middeleeuwen: 1000 – 1500 na Chr.
Eindpunt:
1453 val van het Byzantijnse rijk / einde 100-jarige oorlog
1492: ontdekking van Amerika
1517: Begin protestantisme (afscheiding uit de katholieke kerk, Maarten Luther)
De ondergang van het West-Romeinse rijk
De volksverhuizingen (375 – 550 na Chr.)
Germaanse stammen vallen het Romeinse rijk binnen
- Op de vlucht voor de Hunnen
- Rijkdom Romeinse Rijk (aantrekkingskracht)
- Germanen stichten koninkrijken binnen het Romeinse Rijk. Rome was machteloos.
Gevolgen:
- Ontvolking van steden
- Wegvallen van het centraal gezag
- 395 na Chr. Splitsing Romeinse Rijk in West- en Oost (Byzantijns) Romeinse Rijk
- Autarkie op platteland (= zelfvoorzienend)
- Boeren zoeken bescherming bij grootgrondbezitter horigheid (middeleeuwen)
Cultuur in de laatste eeuw Romeinse Rijk Cultuur Germanen in diezelfde tijd
Politiek/ bestuurlijk Centraal bestuur door keizer, rijk verdeeld Decentraal bestuur, iedere stam voor
in provincies zich
Sociaal / Economisch Landbouw stedelijke samenleving, Landbouw, weinig handel (autarkie),
handelscontacten (Pax Romana), ruilhandel gelaagde samenleving
geldeconomie, gelaagde samenleving op gebaseerd op vrijheid,
grond van bezit (= rijkdom) en vrijheid landbouwsamenleving
Cultureel / mentaal Monotheïstisch ( 1 god) overal dezelfde Polytheïstisch, natuurgodsdienst.
(godsdienst) rituelen en gebruiken. Verschillende rituelen bij verschillende
stammen
De Romeinen verschilden van de Germanen (Franken). Na het vertrek van de Romeinen vervielen de
provincies al snel tot het niveau van de Germanen. Dit betekende:
- geen centraal bestuur (belasting stelsel)
- geen geld economie
- geen handel
- verval van de steden
- meer Autarkie
- maar: de kerk blijft bestaan
, 3.1 De opkomst van de islam
KA: Het ontstaan en de verspreiding van de islam
Het ontstaan:
In 610 In Mekka kreeg Mohammed een openbaring van Allah de Koran
In 622 de islamitische jaartelling begint als de profeet Mohammed moet vluchten naar Medina
Oorzaken voor de verspreiding:
1. Aantrekkingskracht
2. Veroveringsdrift
3. Veroverde joden en christenen bekeren zich om status van tweederangsburgers kwijt te
raken
4. Tolerante houding t.o.v. joden en christenen
5. Concurrerende rijken waren in verval / zwak
Overeenkomsten islam – christendom
- Monotheïsme
- Gericht op de gehele mensheid
- Veel overeenkomsten in heilig boek (dezelfde personen)
- Overeenkomsten in gebruiken (naastenliefde, vasten, pelgrimstochten, etc.)
- Messias (in Christendom = Jezus = goddelijk. Bij Islam: Jezus/ Isa = gewone profeet)
Verschil: de (grootste) Arabische veroveringen vonden gedurende een eeuw (7 e / 8e ) plaats, terwijl
de uitbreiding van het christendom veel geleidelijker was.
3.2 Hofstelsel en horigheid
Kenmerkend aspect: De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane
cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid.
Horigheid ontstond in het Romeinse rijk om de lokale landbouwproductie op peil te houden: boeren
werden verplicht om op hun land te blijven (= continuïteit met horigheid)
Doordat met de val van het Romeinse Rijk het centraal gezag wegviel, zochten boeren bescherming
bij een heer en gingen in ruil verplichtingen aan. Het werden halfvrije horigen.
Hof(/domein)stelsel en horigen
Romeinen agrarisch-urbane samenleving
Germaanse invallen daling landbouwproductie/ steden ontvolken (veel vrije boeren
worden horigen)
Plichten:
- deel oogst afstaan (pacht)
- Herendiensten
- gebonden aan de grond
Recht:
- geen heervaart (militaire dienst)
- bescherming