Aanvulling op SAMENGEVAT hoofdstuk 13 blz. 190 t/m 195
Par. 10.1 Het interne milieu BINAS TABEL 84L, 87B, 88B, 88C + 89A
Er zijn 2 temperaturen in het lichaam:
- Kerntemperatuur: De temperatuur binnenin het
lichaam waar de vitale organen (hart, longen, lever,
hersenen) varieert amper, is ong. 37 graden deze
temperatuur draagt bij aan een goede werking van de
enzymen in de diepliggende organen (lever bijv.).
Receptor de kerntemperatuur is de hypothalamus die
ook de bloedtemperatuur registreert.
- Schiltemperatuur: Temperatuur in delen van het
lichaam die niet bij de kern horen (bijv. de tenen enz.)
en is vaak lager dan de kerntemperatuur. Varieert
mee met de temperatuur van de omgeving.
Koorts
- Hypothalamus verhoogt de norm voor de
temperatuur, je krijgt het koud (rillingen enz.)
lichaamstemperatuur wordt hoger Afgifte en
productie van afweerstoffen word gestimuleerd
een infectie kan beter en sneller worden bestreden.
- Verhoging van de norm voor de kerntemperatuur
wordt veroorzaakt door cytokine dat wordt
geproduceerd door witte bloedcellen als er een
ontsteking is.
- Als je weer beter wordt dan wordt de norm weer verlaagd je gaat zweten omdat je
lichaamstemperatuur boven de norm is.
Interne milieu
Naast de lichaamstemperatuur mag ook de samenstelling van het bloed
en de weefselvloeistof (= interne milieu) niet te veel variëren.
- Regelcentrum in Hypothalamus.
- Als je zweet dan verlies je water + opgeloste zouten in dat water
nieren scheiden minder water uit wordt voorkomen dat je teveel
water verliest, dat het interne milieu teveel verandert. Urine
productie gaat pas omhoog als je wat drinkt.
- Als je beweegt gebruiken je spieren glucose en O2 + ze geven CO2 af
Zorgt voor een verandering, wanneer er niets tegen wordt gedaan
dalen de bloedsuikerspiegel, pH en O2-gehalte van bloed en
weefselvloeistof te sterk.
Regelcentra in hersenen nemen met het hormoonstelsel passende
maatregelen nadat ze de informatie over de bloedwaarden uit
gespecialiseerde zintuigen verwerkt hebben. Het hart gaat sneller
kloppen extra O2-aanvoer en extra afvoer van CO2 + de lever geeft
o.i.v. hormonen glucose af aan het bloed, bloedsuikerspiegel blijft
gelijk.
- Homeostase = Het vermogen om het interne milieu voor de cellen
redelijk constant te houden.