100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4.2 TrustPilot
logo-home
Notas de lectura

College aantekeningen Data Analytics (digital business conceps)

Puntuación
-
Vendido
1
Páginas
32
Subido en
20-06-2023
Escrito en
2020/2021

Dit is een samenvatting van alle colleges van data-analytics van de opleiding digital business concepts.

Institución
Grado











Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
20 de junio de 2023
Número de páginas
32
Escrito en
2020/2021
Tipo
Notas de lectura
Profesor(es)
Michael kraa
Contiene
Todas las clases

Temas

Vista previa del contenido

Samenvatting data analytics hoorcolleges
College 1

Wetenschap & statistiek

- Doel van onderzoek: Simpelweg wil men in de wetenschap met een bepaalde mate van
zekerheid uitspraken over de werkelijkheid doen.
- Statistiek: Je wil eigenlijk altijd iets over de populatie zeggen (bv. Nederlanders zijn
gemiddeld 1,75M) maar die kun je vaak nooit in zijn totaliteit meten > daarom trekken we
steekproeven.
- Hypotheses geven doorgaans uitdrukking aan onderliggende relaties van factoren. Door
voldoende onderzoek kan dit leiden tot theorievorming, waarin de relaties tussen factoren
uitgedrukt wordt. Dit heet toetsende statistiek: je gaat na of een hypothese houdbaar is.
- Nut: Statistiek is het hulpmiddel in kwantitatief onderzoek om onder andere na te gaan:
 Of je onderzoek je hypothese ondersteunt of niet;
 Hoe de relaties te waarderen (bv. zijn de verbanden sterk of zwak);
 Om (nog meer) patronen in je data te ontdekken (bv. Factoranalyse);
 Om je methode te verantwoorden (bv. Kwaliteit van je schalen, power);
 Of om eenduidige omschrijvingen te geven (IQ scores)

Verschil steekproef/populatie




Beschrijvende en inferentiële statistiek

- Beschrijvende statistiek: berekening en interpretatie van samenvattende statistische maten:
Bv. Index als BNP, CBS (geboortecijfers) > doorgaans gebaseerd op werkelijke gegevens op
populatie niveau. 
- Inferentiële (afleidende statistiek): gebaseerd op een steekproef & kansrekening iets zeggen
over de populatie (afleiden van je steekproef en generaliseren). 

Voorbeelden

- Bv. Van alle DBC studenten de lengte meten > beschrijvende statistiek want je meet de hele
populatie. 
- Bv. Obv een steekproef de lengte van alle DBC studenten schatten > inferentiële statistiek
want je leidt een lengte af obv je steekproef en generaliseert deze naar de populatie
(DBC’ers).

! Beide vormen kunnen gebruikt worden om een hypothese te toetsen, verschil is de mate van
zekerheid !

,Je hebt een populatie, daarmee kun je op basis van een H0 (nulhypothese) een waarde aan
toekennen > dan trek je een willekeurige steekproef en wat zegt deze over de populatie> Dan kun je
nagaan of die hypothese klopt

Centrale vraag: is het geobserveerde verschil toevallig(steekproeffluctuatie) of is de waarde in de
populatie anders(significant verschil).

Steekproeffluctuatie: Toevallige verschillen door steekproeftrekking

Voorbeeld:

Het gemiddelde iq van DBC studenten is 120> wat is het gemiddelde IQ en wat zegt dit over de
andere mogelijke steekproeven die we kunnen trekken> ligt de waarde van de steekproeven rond de
120 (IQ).

Hypotoetsen VS schatten

- Toetsen: Je veronderstelt dat er een bepaalde waarde is> je trekt een steekproef> je gaat
dan kijken of die waarde overeenkomt met hetgeen dat je veronderstelt hebt
- Schatten: Je doet een schatting op basis van een steekproef

Voor hypothesen te toetsen kun je verschillende experimenten uitvoeren.

Selectie effect: voorbeeld:

- Het tentamen is makkelijker dan het hertentamen
- Het hertentamen is makkelijker dan het tentamen;
- Obv deze informatie kunnen we niets zeggen over de moeilijkheid van het tentamen. > Dit
zijn twee verschillende groepen (selectie effect) > je kunt deze gegevens dus niet met elkaar
vergelijken

Zorg altijd dat je steekproef voldoende groot is

Ook zorg je dat je relatief kijkt> bijvoorbeeld: verkeerongevallen in Nederland gegroeid, maar het
aantal mensen in Nederland is ook gegroeid.

Conclusies

We leren drie hele belangrijke inzichten op basis van deze illustraties die relevant zijn voor statistiek:

1. Statistiek is een middel waarmee bepaalde claims gecontroleerd kunnen worden (in
combinatie met onderzoek natuurlijk).
2. Vergelijkbare groepen zijn nodig voor een vergelijking tussen A & B (& C etc.) (Tentamen
hertentamen voorbeeld). ◦ Hoe groter het verschil, hoe waarschijnlijk dat deze werkelijk is
(geen normale steekproeven fluctuatie(toeval)).
3. Hoe groter de groepen, hoe meer vertrouwen we in dit verschil hebben (afname
gevoeligheid voor uitschieters).

Kern van de cursus

- Begrijpen waarom statistische methodes van belang zijn
- Op welke basis concepten/gedachten gang deze methoden berusten;
- Een aantal van die methode leren toepassen (dmv. Oefening in de werkcolleges)

,Nut van kennis over kwantitatief onderzoek


1. Helpt je om betere keuzes te maken, zowel voor de consument als ook het bedrijf.
2. Helpt je om onderzoek in de media beter te begrijpen en te evalueren.
3. Helpt je om onderzoek in de wetenschap beter te begrijpen
4. Geeft meer algemene kennis
5. Het helpt je beter onderbouwd onderzoek te doen! (Projectgroepen, onderzoekstage, etc.)
6. Het helpt je kritischer te worden door deze kennis!

Meetniveau ’s

Een vragenlijst (enquête) bestaat uit vragen die op verschillende meetniveau ’s gemeten zijn. Er zijn 4
verschillende meetniveaus:

1. Nominaal (kwalitatief): benoemen = niet beter of slechter (geen waarderingsverschil) bv
Geslacht , politieke keuze, woonplaats
2. Ordinaal (kwalitatief): ordenen = van laag naar hoog/van hoog naar laag
(waarderingsverschil) bv. Opleidingsniveau
3. Interval (kwantitatief): gelijke intervallen, geen absoluut (natuurlijk) nulpunt bv. IQ ,
temperatuur
4. Ratio (kwantitatief): natuurlijk nulpunt, gelijke intervallen, gelijke, betekenisvolle
verhoudingen bv. Leeftijd in jaren (iemand is 30 keer zo oud …)

Dichotome meting: ja of nee

Voorbeeld

- Aantal gewerkte uren : ratio
- Opleidingsniveau : ordinaal
- Politieke voorkeur :nominaal
- Burgerlijke staat : nominaal
- Inkomen in euro’s : ratio
- Temperatuur : interval

SPSS

Data view: Iedere regel representeert een proefpersoon

Variabele view: Iedere regel representeert een variabele. Bijvoorbeeld (identiteit, value)

Uitleg termen variabele view:

- Name: geef een korte naam zonder spatie (‘gld1’ staat voor de eerste vraag over geld,
namelijk bezit van een auto). Deze wordt ook gebruikt als kolomtitel in het databestand.
- Type: je gegevens kun je het beste numeriek, dus als cijfers, invoeren. Indien je tekst wenst
in te voeren kies dan voor het type ‘string’. 
- Label: hier kun je een uitvoerige omschrijving geven. Het ‘Label’ staat als variabelennaam in
de output. 
- Values: hier kun je de waarden van een variabelen van een label voorzien. Bv. 1= man en 2=
vrouw. 

, - Missing: Als er gegevens ontbreken kun het beste ‘99’ invoeren in dataview. In de variable
view klik je rechts bij ‘missing values’ en geef je de waarde ‘99’ in (discrete missing value).
Klik op ‘OK’. 
- Measure: Hiermee geef je het meetniveau van de variabele aan. ◦ 1. Nominal Nominaal;
bijvoorbeeld geslacht ◦ 2. Ordinal Ordinaal; bijvoorbeeld opleidingsniveau ◦ 3. Scale
Interval en Ratio; bijvoorbeeld inkomen of leeftijd.

Hypothesen

Hypothesen= zijn toetsbare verwachtingen over de uitkomsten van je analyses (onderzoek) (welke
relaties zijn er tussen variabelen?

Hypothesen worden meestal opgedeeld in twee delen:

- Nulhypothese (h0) - wordt gebruikt wanneer er onvoldoende bewijs is voor het alternatief

Meestal aannames zoals: er is geen verband, geen verschil, geen effect

- Alternatieve hypothese (h1) - Meestal: er is wel een verband, verschil, effect

Voorbeeld 1:

- H0: er is geen samenhang tussen opleidingsniveau en inkomen
- H1: er is een samenhang tussen opleidingsniveau en inkomen

Voorbeeld 2:

Onderzoeksvraag: “Is er een positief verband tussen de mate waarin iemand over geld beschikt en de
mate waarin hij/zij zich gelukkig voelt?” 

- Beschrijf de nul- & alternatieve hypothese 
- Mogelijk antwoord: H0: Geld heeft geen invloed op geluk  H1: Geld heeft invloed op geluk

Met onderzoek gaan we altijd uit van H0 en kijken dus met behulp van statistiek of H0 houdbaar is
(en daarmee of H1 verworpen kan worden) of dat H0 verworpen kan worden (en of H1 aangenomen
kan worden). Op die manier gaan we niet opzoek naar bevestiging maar werken doormiddel van
weerlegging (witte & zwarte zwaantjes).

Kansberekening

- De kans dat je uit een stok kaarten een klaver, ruiten, harten of schoppen kaart trekt = 100%,
oftewel p = 1,00
- De kans dat je een schoppen kaart trekt = één op vier: p = 0,25
- De kans dat je een rode kaart trekt is= 50%, oftewel p = 0,50

Totaal van kansen op een bepaalde gebeurtenis is 100% > Bv. 60% regen, 40% droog.

- In statistiek spreken we niet van procenten maar we drukken de kans uit in een waarde die
loopt van 0,00 tot 1,00. Kans wordt aangegeven met de letter p (probability) ◦ Bv. p (regen) =
0,60, p (droog) = 0,40
$8.39
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Conoce al vendedor
Seller avatar
isajanssen18012002

Conoce al vendedor

Seller avatar
isajanssen18012002 Fontys Hogeschool
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
2
Miembro desde
4 año
Número de seguidores
2
Documentos
10
Última venta
1 año hace

0.0

0 reseñas

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes