INLEIDING
Wonen: van SOCIALE NOOD naar een RECHT ?
› Woonnood in onze samenleving
• DE UITBOUW VAN DE welvaartsstaat is een geschiedenis van
sociale strijd over sociale noden
› Strijd voor het recht op wonen
• Die noden worden omgezet tot RECHTEN doorheen een proces
waarbij ze duidelijk worden geformuleerd en eisen worden
ontwikkeld om die noden te lenigen
› Rechten en rechten zijn twee
• SOCIALE RECHTEN vallen dus niet uit de lucht of komen niet zomaar
voort uit wetten, maar zijn het voorwerp en het RESULTAAT VAN
STRIJD EN ONDERHANDELING .
• Verhelderend is in dat verband het onderscheid tussen
formele rechten zijn de rechten ‘op papier’ en worden
TOP-DOWN geformuleerd
substantieve rechten zijn recht als het lenigen van noden
in de praktijk vanuit een BOTTOM-UP eis over wat een
basisrecht zou moeten zijn.
Dat proces van nood naar recht is vaak een langdurig
proces om een nood te formuleren, in het publieke
debat te brengen, om te zetten naar instellingen en
procedures in de welvaartsstaat
Recht op wonen in de feiten?
De 3 belangrijkste doelstellingen van de Vlaamse wooncode:
1. Betaalbaarheid
2. Kwaliteit
3. Woonzekerheid
1 WONEN IN VLAANDEREN
1.1 WONINGEN
1.1.1 VOLDOENDE WONINGEN?
Op basis van de officiële statistieken in Vlaanderen stellen we vast dat er een
goede 300.000 WOONGELEGENHEDEN MEER BESCHIKBAAR zijn dan er huishoudens
zijn.
Maar De Decker plaatst bij die rooskleurige cijfers een aantal kanttekeningen:
- Tussen theorie en praktijk gaapt een wereld van verschil: NIET/WEL
GEDOMICILIEERD , andere SAMENLEVINGSVORMEN , geen ‘echte’ woningen
maar 2E VERBLIJVEN , …
, - Er is sprake van een mismatch in die zin dat heel veel kleine huishoudens
in (te) grote woningen wonen, en omgekeerd.
- GEOGRAFISCHE VERSCHILLEN ZIJN NIET IN REKENING GEBRACHT , in die zin
dat er plaatsen zijn waar de woningvraag veel groter is dan elders.
1.1.2 WONINGTYPE
De EENGEZINSWONING is nog altijd het DOMINANTE WONINGTYPE in Vlaanderen.
Maar we zien wel dat het aandeel meergezinswoningen na 2000 fel toeneemt.
In MEERGEZINSWONINGEN wonen steeds meer alleenstaanden, werklozen,
mensen met een ziekte of arbeidsongeschikten, de jongste en oudste
leeftijdsklassen en huishoudens met een laag inkomen. Deze groepen nemen
met 30-50% toe.
Meergezinswoningen in steden, mensen met kwetsbaar profiel
1.1.3 EIGENDOMSSTATUUT: VOORAL BEWONING DOOR EIGENAARS
Het beleid in België en Vlaanderen zet in op het STIMULEREN VAN
EIGENDOMSVERWERVING , zowel via FISCALE MAATREGELEN, ALS PREMIES EN
SOCIALE LENINGEN . Dit heeft ervoor gezorgd dat veel meer huishoudens in een
eigen woning leven dan in onze buurlanden.
We zien een vrij constant beeld:
- 70% eigenaars
- 20% private huurders
- 7,3% sociale huurders
- 1,7% gratis bewoners
Het AANDEEL EIGENAARS is en blijft dus erg HOOG. Maar onder die 70% zien we
heel opvallende verschillen als we gaan kijken welke huishoudens precies in een
eigen woning wonen. Deze verschillen bekijken we op basis van:
⟹ Inkomen, leeftijdsgroep, huishoudtype, activiteitsstatus, opleidingsniveau
en nationaliteit
Private huurmarkt:
› Hoog aandeel alleenstaanden (48%)
› jongeren (28%)
› terwijl de hoogste inkomens er ondervertegenwoordigd zijn.
Sociale huurmarkt:
› Helft laagste inkomensquintiel
› weklozen / ziek / arbeidsongeschikt
› eenoudergezinnen / alleenstaand
› toename oudsten
De inkomensgrenzen van de sociale huursector zorgen ervoor dat deze huurders
een KWETSBAAR PROFIEL kennen. Zo valt ongeveer de helft van de sociale
huurders binnen het laagste inkomensquintiel en is er een STERKE
,OVERVERTEGENWOORDIGING VAN WERKLOZEN EN PERSONEN DIE ZIEK/
ARBEIDSONGESCHIKT ZIJN.
In het meest recente woononderzoek van 2018 stellen we vast dat het bezit van
een eigen woning een wens blijft van de doorsnee Vlaming. De voornaamste
redenen hiervoor zijn:
- Huur is ‘weggesmeten geld’
- Een eigen woning is een GOEDE VORM VAN SPAREN OF INVESTERING
- Een eigen woning biedt ZEKERHEID om niet gedwongen te moeten
verhuizen
1.2 WOONOMGEVING
1.2.1 GRAAD VAN VERSTEDELIJKING
We kunnen Vlaanderen indelen in een 5-tal gebiedstypen, omtrent waar
huishoudens wonen:
- 19% in grootstedelijk gebied
- 16% in regionaalstedelijk gebied
- 13% kleinstedelijk gebied
- 39% in overgangsgebied
- 13% in plattelandsgebied
Sinds de 2 laatste bouwperiodes valt het op hoe sterk het AANDEEL WONINGEN IN
DE GROTE STEDEN en regionale steden AFNEMEN terwijl het aandeel woningen in
NIET-STEDELIJKE GEMEENTEN STEEDS TOENEEMT tot boven de 60% =
SUBURBANISATIE in Vlaanderen.
⟹ We leven dus zeer verspreid. In Vlaanderen zijn dat tot 25 inwoners per
hectare, waardoor ons ruimtebeslag; de ruimte die mensen innemen voor wonen,
industrie, wegen, serres, … binnen die ruimte die we in beslag nemen, erg groot
is.
1.2.2 DE BUURT EN DE BUREN
Voorzieningen
› Veel BASISVOORZIENINGEN ‘OP WANDELAFSTAND’
› Beter in de centrumsteden
› Moeilijker bereikbaar voor 65+
Buurt:
› BEPERKT CONTACT MET DE BUREN maar weinig ruzie
› Minder contact in appartementen en in de centrumsteden
› Problemen: verkeerslawaai, slecht onderhouden wegen, rommel op straat…
Verplaatsingen:
› Vooral auto voor woonwerkverkeer (69%) > files!
, › Afstand tot werk gemiddeld 19 km maar tijd zeer verschillend
1.3 TEVREDENHEID OVER WONING?
Grote tevredenheid over woning/omgeving
› Eigenaars 96%
› Vooral bij de SOCIAALECONOMISCH STERKERE GROEPEN
OPMERKELIJK als je vergelijkt met de reële woonsituatie: problemen met
betaalbaarheid, kwaliteit en zekerheid van wonen zijn groter dan tevredenheid
doet vermoeden!
DE BETEKENIS VAN WONEN EN ONS WOONMODEL
De materiële betekenis van wonen (geldwaarde) is NIET het belangrijkste maar
wel de symbolische betekenis
Symbolische betekenis voor bewoners zelf
› Bewijs van STATUS EN SUCCES
› Gevoel van GEBORGENHEID EN ZEKERHEID, VLUCHTPLAATS voor buitenwereld
› ‘Thuis’ : de plaats voor kinderen en huishoudelijke activiteiten
Symbolische betekenis naar de buitenwereld: signaal
› Een ‘boerengat’, het ‘Miljoenenkwartier’, een ‘arbeidersbuurt’…
› “Zeg me waar je woont en ik zeg je wie je bent”
In de welvaartsstaat konden mensen met een GEMIDDELD INKOMEN een
succesvolle woonstatus bereiken: de EIGEN VRIJSTAANDE WONING !
Vandaag biedt die welvaartsstaat MINDER ZEKERHEID : werk, inkomen, relatie en
gezin… ⟹ wonen zorgt voor stabiliteit
› Betekenis van de EIGEN VERTROUWDE WONING neemt nog toe
› Verklaart dit onze honkvastheid, ook bij oudere bewoners…?
“Mijn huis, mijn vrijheid”
› POSITIEF : zelf veranderen, zelf leefvorm kiezen
› NEGATIEF : los van controle van anderen
2. HISTORIEK VAN HET VLAAMSE WOONMODEL
Vlaanderen heeft uit het verleden een woonmodel overgeleverd gekregen dat
door 3 elementen is bepaald:
1) Zeer sterk GERICHT OP EIGEN WOONBEZIT
2) Woningbezit wordt prioritair gerealiseerd doordat gezinnen ZELF EEN NIEUWE
WONING BOUWEN OF KOPEN EN RENOVEREN
Wonen: van SOCIALE NOOD naar een RECHT ?
› Woonnood in onze samenleving
• DE UITBOUW VAN DE welvaartsstaat is een geschiedenis van
sociale strijd over sociale noden
› Strijd voor het recht op wonen
• Die noden worden omgezet tot RECHTEN doorheen een proces
waarbij ze duidelijk worden geformuleerd en eisen worden
ontwikkeld om die noden te lenigen
› Rechten en rechten zijn twee
• SOCIALE RECHTEN vallen dus niet uit de lucht of komen niet zomaar
voort uit wetten, maar zijn het voorwerp en het RESULTAAT VAN
STRIJD EN ONDERHANDELING .
• Verhelderend is in dat verband het onderscheid tussen
formele rechten zijn de rechten ‘op papier’ en worden
TOP-DOWN geformuleerd
substantieve rechten zijn recht als het lenigen van noden
in de praktijk vanuit een BOTTOM-UP eis over wat een
basisrecht zou moeten zijn.
Dat proces van nood naar recht is vaak een langdurig
proces om een nood te formuleren, in het publieke
debat te brengen, om te zetten naar instellingen en
procedures in de welvaartsstaat
Recht op wonen in de feiten?
De 3 belangrijkste doelstellingen van de Vlaamse wooncode:
1. Betaalbaarheid
2. Kwaliteit
3. Woonzekerheid
1 WONEN IN VLAANDEREN
1.1 WONINGEN
1.1.1 VOLDOENDE WONINGEN?
Op basis van de officiële statistieken in Vlaanderen stellen we vast dat er een
goede 300.000 WOONGELEGENHEDEN MEER BESCHIKBAAR zijn dan er huishoudens
zijn.
Maar De Decker plaatst bij die rooskleurige cijfers een aantal kanttekeningen:
- Tussen theorie en praktijk gaapt een wereld van verschil: NIET/WEL
GEDOMICILIEERD , andere SAMENLEVINGSVORMEN , geen ‘echte’ woningen
maar 2E VERBLIJVEN , …
, - Er is sprake van een mismatch in die zin dat heel veel kleine huishoudens
in (te) grote woningen wonen, en omgekeerd.
- GEOGRAFISCHE VERSCHILLEN ZIJN NIET IN REKENING GEBRACHT , in die zin
dat er plaatsen zijn waar de woningvraag veel groter is dan elders.
1.1.2 WONINGTYPE
De EENGEZINSWONING is nog altijd het DOMINANTE WONINGTYPE in Vlaanderen.
Maar we zien wel dat het aandeel meergezinswoningen na 2000 fel toeneemt.
In MEERGEZINSWONINGEN wonen steeds meer alleenstaanden, werklozen,
mensen met een ziekte of arbeidsongeschikten, de jongste en oudste
leeftijdsklassen en huishoudens met een laag inkomen. Deze groepen nemen
met 30-50% toe.
Meergezinswoningen in steden, mensen met kwetsbaar profiel
1.1.3 EIGENDOMSSTATUUT: VOORAL BEWONING DOOR EIGENAARS
Het beleid in België en Vlaanderen zet in op het STIMULEREN VAN
EIGENDOMSVERWERVING , zowel via FISCALE MAATREGELEN, ALS PREMIES EN
SOCIALE LENINGEN . Dit heeft ervoor gezorgd dat veel meer huishoudens in een
eigen woning leven dan in onze buurlanden.
We zien een vrij constant beeld:
- 70% eigenaars
- 20% private huurders
- 7,3% sociale huurders
- 1,7% gratis bewoners
Het AANDEEL EIGENAARS is en blijft dus erg HOOG. Maar onder die 70% zien we
heel opvallende verschillen als we gaan kijken welke huishoudens precies in een
eigen woning wonen. Deze verschillen bekijken we op basis van:
⟹ Inkomen, leeftijdsgroep, huishoudtype, activiteitsstatus, opleidingsniveau
en nationaliteit
Private huurmarkt:
› Hoog aandeel alleenstaanden (48%)
› jongeren (28%)
› terwijl de hoogste inkomens er ondervertegenwoordigd zijn.
Sociale huurmarkt:
› Helft laagste inkomensquintiel
› weklozen / ziek / arbeidsongeschikt
› eenoudergezinnen / alleenstaand
› toename oudsten
De inkomensgrenzen van de sociale huursector zorgen ervoor dat deze huurders
een KWETSBAAR PROFIEL kennen. Zo valt ongeveer de helft van de sociale
huurders binnen het laagste inkomensquintiel en is er een STERKE
,OVERVERTEGENWOORDIGING VAN WERKLOZEN EN PERSONEN DIE ZIEK/
ARBEIDSONGESCHIKT ZIJN.
In het meest recente woononderzoek van 2018 stellen we vast dat het bezit van
een eigen woning een wens blijft van de doorsnee Vlaming. De voornaamste
redenen hiervoor zijn:
- Huur is ‘weggesmeten geld’
- Een eigen woning is een GOEDE VORM VAN SPAREN OF INVESTERING
- Een eigen woning biedt ZEKERHEID om niet gedwongen te moeten
verhuizen
1.2 WOONOMGEVING
1.2.1 GRAAD VAN VERSTEDELIJKING
We kunnen Vlaanderen indelen in een 5-tal gebiedstypen, omtrent waar
huishoudens wonen:
- 19% in grootstedelijk gebied
- 16% in regionaalstedelijk gebied
- 13% kleinstedelijk gebied
- 39% in overgangsgebied
- 13% in plattelandsgebied
Sinds de 2 laatste bouwperiodes valt het op hoe sterk het AANDEEL WONINGEN IN
DE GROTE STEDEN en regionale steden AFNEMEN terwijl het aandeel woningen in
NIET-STEDELIJKE GEMEENTEN STEEDS TOENEEMT tot boven de 60% =
SUBURBANISATIE in Vlaanderen.
⟹ We leven dus zeer verspreid. In Vlaanderen zijn dat tot 25 inwoners per
hectare, waardoor ons ruimtebeslag; de ruimte die mensen innemen voor wonen,
industrie, wegen, serres, … binnen die ruimte die we in beslag nemen, erg groot
is.
1.2.2 DE BUURT EN DE BUREN
Voorzieningen
› Veel BASISVOORZIENINGEN ‘OP WANDELAFSTAND’
› Beter in de centrumsteden
› Moeilijker bereikbaar voor 65+
Buurt:
› BEPERKT CONTACT MET DE BUREN maar weinig ruzie
› Minder contact in appartementen en in de centrumsteden
› Problemen: verkeerslawaai, slecht onderhouden wegen, rommel op straat…
Verplaatsingen:
› Vooral auto voor woonwerkverkeer (69%) > files!
, › Afstand tot werk gemiddeld 19 km maar tijd zeer verschillend
1.3 TEVREDENHEID OVER WONING?
Grote tevredenheid over woning/omgeving
› Eigenaars 96%
› Vooral bij de SOCIAALECONOMISCH STERKERE GROEPEN
OPMERKELIJK als je vergelijkt met de reële woonsituatie: problemen met
betaalbaarheid, kwaliteit en zekerheid van wonen zijn groter dan tevredenheid
doet vermoeden!
DE BETEKENIS VAN WONEN EN ONS WOONMODEL
De materiële betekenis van wonen (geldwaarde) is NIET het belangrijkste maar
wel de symbolische betekenis
Symbolische betekenis voor bewoners zelf
› Bewijs van STATUS EN SUCCES
› Gevoel van GEBORGENHEID EN ZEKERHEID, VLUCHTPLAATS voor buitenwereld
› ‘Thuis’ : de plaats voor kinderen en huishoudelijke activiteiten
Symbolische betekenis naar de buitenwereld: signaal
› Een ‘boerengat’, het ‘Miljoenenkwartier’, een ‘arbeidersbuurt’…
› “Zeg me waar je woont en ik zeg je wie je bent”
In de welvaartsstaat konden mensen met een GEMIDDELD INKOMEN een
succesvolle woonstatus bereiken: de EIGEN VRIJSTAANDE WONING !
Vandaag biedt die welvaartsstaat MINDER ZEKERHEID : werk, inkomen, relatie en
gezin… ⟹ wonen zorgt voor stabiliteit
› Betekenis van de EIGEN VERTROUWDE WONING neemt nog toe
› Verklaart dit onze honkvastheid, ook bij oudere bewoners…?
“Mijn huis, mijn vrijheid”
› POSITIEF : zelf veranderen, zelf leefvorm kiezen
› NEGATIEF : los van controle van anderen
2. HISTORIEK VAN HET VLAAMSE WOONMODEL
Vlaanderen heeft uit het verleden een woonmodel overgeleverd gekregen dat
door 3 elementen is bepaald:
1) Zeer sterk GERICHT OP EIGEN WOONBEZIT
2) Woningbezit wordt prioritair gerealiseerd doordat gezinnen ZELF EEN NIEUWE
WONING BOUWEN OF KOPEN EN RENOVEREN