Samenvatting AFP Kennisweek 2, OP6/OP8
Inhoud
Anatomie en Fysiologie van het Hart ...................................................................................................... 2
Anatomie (herhaling OP2, kennisweek 1, leerjaar 1) .......................................................................... 2
Pompfunctie van het hart/circulatie (herhaling OP2, kennisweek 1, leerjaar 1) ................................ 2
Coronairarteriën .................................................................................................................................. 3
Hartprikkel geleidingsysteem (herhaling OP2, kennisweek 1, leerjaar 1) .......................................... 3
ECG (herhaling OP2, kennisweek 1, leerjaar 1) ................................................................................... 4
Pathologie van het Hart........................................................................................................................... 5
Ritme- en geleidingsstoornissen ..................................................................................................... 5
Klepafwijkingen ............................................................................................................................... 7
Septumafwijkingen .......................................................................................................................... 8
Coronairlijden .................................................................................................................................. 9
Hartfalen................................................................................................................................................ 10
Linksdecompensatie .......................................................................................................................... 11
Symptomen ................................................................................................................................... 11
Rechtsdecompensatie ....................................................................................................................... 11
Symptomen ................................................................................................................................... 11
Behandeling ....................................................................................................................................... 11
Hypertensie ........................................................................................................................................... 12
Medicatie............................................................................................................................................... 12
CVA/Beroerte ........................................................................................................................................ 13
Verschil tussen CVA en TIA ............................................................................................................ 13
Secundaire preventie ........................................................................................................................ 15
FAST ................................................................................................................................................... 15
Bijlage I – behandeling Hypertensie ...................................................................................................... 16
Bijlage II – afwijkingen bij rechts- en linksdecompensatie .................................................................... 17
,Anatomie en Fysiologie van het Hart
Anatomie (herhaling OP2, kennisweek 1, leerjaar 1)
Atrium = boezem, ventrikel = kamer
1. Rechteratrium
2. Linkeratrium
3. Vena cava superior
4. Aorta
5. Arteria pulmonalis
6. Vena pulmonalis
7. Mitralisklep
8. Aortaklep
9. Linkerventrikel
10. Rechterventrikel
11. Vena cava inferior
12. Tricuspidaalklep
13. Pulmonalisklep
Ventriculaire kleppen = Mitralisklep en Tricuspidaalklep → de kleppen tussen de boezems en kamers.
De hartwand is opgebouwd uit 4 lagen:
1. Pericard → hartzakje. Een taai ondoorzichtig vliesachtig zakje in de thorax waarin het hart zich
bevindt.
2. Endocard → hartvlies
3. Epicard → vlies om het hartspierweefsel
4. Myocard → spierlaag van het hart
Pompfunctie van het hart/circulatie (herhaling OP2, kennisweek 1, leerjaar 1)
Kleine circulatie
Longen → aorta → vena pulmonalis →
linkeratrium → linkerventrikel →
truncuspulmonalis → arteria pulmonalis →
longen.
Grote circulatie
Linkerventrikel → aorta → lichaam → vena
cava superior en inferior → rechteratrium
2
, Coronairarteriën
Kransslagaders
Kransslagaders zijn de aderen (die onderdeel zijn van de systematische circulatie) die het hart van
zuurstofrijk bloed voorzien. De kransslagaders ontspringen vanuit de aorta.
Via de arteria coronaria dextra stroomt bloed vooral naar de rechterharthelft.
Via de arteria coronaria sinistra stroomt bloed vooral naar de linkerharthelft.
Alleen als het myocard van de linkerkamer ontspannen is, kan er bloed naartoe stromen via de
coronair arteriën.
Hartprikkel geleidingsysteem (herhaling OP2, kennisweek 1, leerjaar 1)
De delen van het prikkelgeleidingssysteem zijn: sinusknoop, atrioventriculaire knoop, bundel van His
en purkinjevezels.
Sinusknoop
De sinusknoop ligt in het myocardium
van het rechteratrium. De sinusknoop
bestaat uit hartspiercellen die impulsen
kunnen opwekken, met een
gemiddelde frequentie van 100 per
minuut. Dit is een intrinsieke frequentie
en wordt sinusritme genoemd.
Atrioventriculaire knoop
De impulsen van de sinusknoop veroorzaken contractie van beide atria en prikkelen tegelijkertijd de
tweede zenuwknoop, de atrioventriculaire knoop (AV-knoop). Deze ligt ook in de wand van de
rechteratrium. De atrioventriculaire knoop ontvangt de impulsen van de sinusknoop en vertraagt
deze ongeveer 0,1 seconde. Zonder prikkeling van de sinusknoop genereert de AV-knoop zelf
impulsen met een ritme van 50 per minuut, het atrioventriculaire ritme.
Dit ritme wordt door de sinusknoop versneld naar 75 impulsen per minuut in rust en naar hogere
waarden bij inspanning.
Bundel van His
Vanaf de atrioventriculaire knoop loopt een bundel prikkelgeleidende cellen door het atriumspetum
en vervolgens omlaag het ventrikelseptum in. De bundel van His splitst zich in een linker- en
rechterbundeltak. Beide bundeltakken lopen naar de apex (hartpunt) toe en waaieren uit in het
hartspierweefsel van de ventrikels.
Purkinjevezels
De bundeltakken dragen de impulsen over op de purkinjevezels. Deze prikkeling activeren de
hartspiercellen en veroorzaken de feitelijke contracties van beide ventrikels =, waardoor het bloed in
de grote arteriën.
De myocardvezels van de ventrikels hebben, net als de sinusknoop en de atrioventriculaire knoop,
een eigen impulsopwekkend vermogen. Dit ventrikelmyocardritme bedraagt 40 prikkels per minuut.
Onder normale omstandigheden komen zowel de AV-knoop als het ventrikelmyocard niet toe aan
hun eigen ritme. Ze worden door de sinusknoop ‘opgejaagd’ tot 75 prikkels per minuut of meer.
3