1.
In 2021 gaan Sanne en Bram scheiden. Bram zet na de echtscheiding zijn huisartsenpraktijk met
Tanja gewoon voort. Sanne blijft na ontbinding van het huwelijk eigenaar van het bedrijfspand, dat
zij blijft verhuren aan de maatschap. Het pand is sinds 2019 € 20.000 in waarde gedaald. Omschrijf
de fiscale gevolgen van de echtscheiding t.a.v. het verhuurde bedrijfspand.
Na de echtscheiding wordt het pand bij Sanne in box 3 belast. Het pand verlaat het
ondernemingsvermogen van Bram zodat hij een verlies in aanmerking dient te nemen van € 20.000.
2.
Geef een bezwaar aan dat de Belastingdienst zou kunnen hebben tegen deze transacties vanuit het
gezichtspunt van de totale winst. (Philips en Rabobank, over de transactie)
Omdat de Rabobank winstgevend is, zal zij in de toekomst door de afschrijving van de knowhow niet
of weinig Vpb gaan betalen. Philips gaat niet meer Vpb betalen vanwege de verliesverrekening. Er is
dus sprake van een doorslaggevend oogmerk van belastingbesparing. Verder kan de vraag worden
gesteld of deze transactie wel reëel zakelijk is. De Rabobank heeft immers niets aan de knowhow van
Philips.
3.
Philips had in plaats van verkoop gevolgd door terughuur, de post knowhow op haar fiscale balans
ook zelf in eigendom kunnen houden en kunnen waarderen op de waarde in het economische
verkeer. Met de aldus ontstane boekwinst zou zij verliezen uit het verleden fiscaal hebben kunnen
compenseren. De kans is echter groot dat de fiscus zich tegen deze herwaardering zou hebben
verzet en wel op grond van drie beginselen van goed koopmansgebruik: het realisatiebeginsel als
subbeginsel van het realiteitsbeginsel, het voorzichtigheidsbeginsel en het eenvoudsbeginsel.
a) Geef voor elk van deze (sub)beginselen aan waarom volgens de Belastingdienst deze in de
weg staan aan deze herwaardering.
Realisatie: er is geen sprake geweest van verkoop, derhalve is er ook niet voldaan aan het
realisatiebeginsel.
Voorzichtigheid: een ondernemer wordt geacht voorzichtig te zijn. Daar is bij herwaardering geen
sprake van.
Eenvoud: de werkelijke waarde is niet altijd eenvoudig voor de fiscus vast te stellen.
b) Welke contra argumenten kunnen tegen deze redenering worden aangevoerd?
Realisatie: je hoeft de winst niet eerder te nemen dan bij realisatie, het mag echter wel.
Voorzichtigheid: het gaat hier om het voorkomen van verliesverdamping. Het is niet verplicht om
voorzichtig te zijn.
Eenvoud: voor veel activa kan de waarde in het economische verkeer objectief worden vastgesteld
(bijv. aan de hand van de WOZ-waarde bij onroerend goed).
4.
Voor het welslagen van de Technoleaseconstructie was het wezenlijk dat de fiscale eigendom van
de knowhow aan de Rabobank kon worden toegerekend. Daarbij is onder andere de inhoud van het
In 2021 gaan Sanne en Bram scheiden. Bram zet na de echtscheiding zijn huisartsenpraktijk met
Tanja gewoon voort. Sanne blijft na ontbinding van het huwelijk eigenaar van het bedrijfspand, dat
zij blijft verhuren aan de maatschap. Het pand is sinds 2019 € 20.000 in waarde gedaald. Omschrijf
de fiscale gevolgen van de echtscheiding t.a.v. het verhuurde bedrijfspand.
Na de echtscheiding wordt het pand bij Sanne in box 3 belast. Het pand verlaat het
ondernemingsvermogen van Bram zodat hij een verlies in aanmerking dient te nemen van € 20.000.
2.
Geef een bezwaar aan dat de Belastingdienst zou kunnen hebben tegen deze transacties vanuit het
gezichtspunt van de totale winst. (Philips en Rabobank, over de transactie)
Omdat de Rabobank winstgevend is, zal zij in de toekomst door de afschrijving van de knowhow niet
of weinig Vpb gaan betalen. Philips gaat niet meer Vpb betalen vanwege de verliesverrekening. Er is
dus sprake van een doorslaggevend oogmerk van belastingbesparing. Verder kan de vraag worden
gesteld of deze transactie wel reëel zakelijk is. De Rabobank heeft immers niets aan de knowhow van
Philips.
3.
Philips had in plaats van verkoop gevolgd door terughuur, de post knowhow op haar fiscale balans
ook zelf in eigendom kunnen houden en kunnen waarderen op de waarde in het economische
verkeer. Met de aldus ontstane boekwinst zou zij verliezen uit het verleden fiscaal hebben kunnen
compenseren. De kans is echter groot dat de fiscus zich tegen deze herwaardering zou hebben
verzet en wel op grond van drie beginselen van goed koopmansgebruik: het realisatiebeginsel als
subbeginsel van het realiteitsbeginsel, het voorzichtigheidsbeginsel en het eenvoudsbeginsel.
a) Geef voor elk van deze (sub)beginselen aan waarom volgens de Belastingdienst deze in de
weg staan aan deze herwaardering.
Realisatie: er is geen sprake geweest van verkoop, derhalve is er ook niet voldaan aan het
realisatiebeginsel.
Voorzichtigheid: een ondernemer wordt geacht voorzichtig te zijn. Daar is bij herwaardering geen
sprake van.
Eenvoud: de werkelijke waarde is niet altijd eenvoudig voor de fiscus vast te stellen.
b) Welke contra argumenten kunnen tegen deze redenering worden aangevoerd?
Realisatie: je hoeft de winst niet eerder te nemen dan bij realisatie, het mag echter wel.
Voorzichtigheid: het gaat hier om het voorkomen van verliesverdamping. Het is niet verplicht om
voorzichtig te zijn.
Eenvoud: voor veel activa kan de waarde in het economische verkeer objectief worden vastgesteld
(bijv. aan de hand van de WOZ-waarde bij onroerend goed).
4.
Voor het welslagen van de Technoleaseconstructie was het wezenlijk dat de fiscale eigendom van
de knowhow aan de Rabobank kon worden toegerekend. Daarbij is onder andere de inhoud van het