100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4.2 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting boek + lessen wijsbegeerte

Puntuación
-
Vendido
-
Páginas
57
Subido en
13-05-2023
Escrito en
2022/2023

Deze samenvatting behandelt zowel het handboek 'Denken Over Lichamen' geschreven door P. Adriaens en A. De Block als de lessen gegeven door prof. De Block. In deze samenvatting staat alles dat te kennen is voor het examen. Met behulp van deze samenvatting was ik zelf met glans geslaagd in de eerste zit. Veel succes! :)

Mostrar más Leer menos
Institución
Grado











Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Libro relacionado

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

¿Un libro?
Subido en
13 de mayo de 2023
Número de páginas
57
Escrito en
2022/2023
Tipo
Resumen

Temas

Vista previa del contenido

Antroplogische Thema’s Uit De Hedendaagse Wijsbegeerte

HOOFDSTUK 1 : WAT IS FILOSOFIE?

1. 3 ASPECTEN: ATTITUDE, METHODOLOGIE, DOMEIN

- Filosofie = een attitude:

o Dood moet niet gevreesd worden (Socrates)  niet representatief voor alle
filosofen

o  = houding van verwondering

o Filosofen: kritisch  vanzelfsprekende in vraag stellen
Descartes: zintuigen zijn onbetrouwbaar  onze kennis: ook onebtrouwbaar
= methodische twijfel

Filosofisch denken: enkel voor filosofen? Wet.: ook kritisch
 Men kan kritisch zijn zonder aan filosofie te doen
Wetenschappers en hedendaagse filosofen: veel gemeenschappelijke
kenmerken

- Methoden filosofie:
Zijn er methoden die wetenschappers onderscheiden van filosofen?
filosofen: veel ≠ methoden, geen enkele eigen aan filosofie alleen, geen enkel
algemeen-filosofisch

o Eigen intuïties: belangrijk onderdeel van  maar variabel
Bv: Descartes: je pense donc je suis
 20ste eeuw: negatieve bijklank
Filosofen die enkel intuïtie gebruiken = fauteuilfilosofen
Maar intuïtie: niet uniek filosofisch

o Conceptuele analyse  belangrijke begrippen ontleden in meer eenvoudige
begrippen
Niet door alle filosofen gebruikt; niet uniek filosofisch

o Gedachtenexperiment: verbeelding  nieuwe kennis (zonder nieuwe data)
Bv: brain in a vat: hersenen eigenlijk op andere planeet  wetenschapper
geeft ons allerlei signalen
Experiment onmogelijk uitvoeren in echte wereld  nooit echt weten of wij
echt zijn

Gedachte-experiment: niet enkel in  maar benadrukt eigenheid 

, Experimentele : empirisch-wetenschappelijke methoden  traditionele 
kwesties oplossen

-  = domein:  onderscheiden door aard problemen waarmee ze zich bezighouden
 onbeantwoordbare vragen en fundamentele problemen
 geen vooruitgang in , enkel nieuwe manieren   = meer kunst dan
wetenschap
Maar: vooruitgang: niet altijd in wet., in : wel vooruitgang (veel wetenschappen
ontstaan uit   sommige  vragen: wel beantwoord)

Bv: Wat is tijd? Bestaat tijd? …
Maar: ook niet-beantwoordbare vragen in andere disciplines
Veel wetenschappers:  vragen = gevaarlijk, futiel, verwarrend

2. VIER DEELDOMEINEN

 = samenstelling van 4 deeldomeinen  wat zijn die 4 deeldomeinen? Enkel onvolledige
definities:

- Metafysica: bestudeert aard en structuur van de wereld
Vaak: Wat betekent het om te bestaan?

- Logica: bestudeert geldigheid van redeneringen en argumenten

- Epistemologie (= kennisleer): bestudeert aard, structuur en mogelijkheid kennis
Onderdelen:
o Wetenschaps (toegepaste vorm)  sommige aspecten metafysisch/logisch
 Algemene wetenschaps: fundamentele  kwesties over wet.
 Toegepaste wetenschaps: betrekking op specifieke wetenschappen
 onderzoeksresultaten: effect op  kwesties

- Ethiek (= moraalfilosofie): bestudeert principes die betrekking hebben op goed en
kwaad
Normatieve universum: wat we zouden moeten doen  niet alles van morele aard
Onderdelen:
o Politieke 

3. EEN ZEER KORTE GESCHIEDENIS VAN DE WESTERSE FILOSOFIE

Ontstaan: oude Griekenland: mythologie
Natuurfilosofen uit Milete: Thales, Anaximander, Anaximenes  archè
 Geen verklaringen meer vanuit theologie

Homines universales: Plato en Aristoteles: motor voor tal van hedendaagse wetserse
filosofische kwesties
Plato: zintuigen  onbetrouwbaar, er moet andere wereld zijn
Aristoteles: belang van zintuigen

,Middeleeuwen:  lag plat
Opkomst christendom  stap terug voor 

Einde middeleeuwen: wetenschappelijke revolutie  nog uitdaging voor 
Sciëntisme: wetenschap = enige verklaring

Nieuwe wetenschap: roept nieuwe filosofische vragen op  we zullen wellicht nooit alle
antwoorden hebben

4. BESLUIT

Moeilijk om unieke eigenheid  te bepalen en  af te bakenen

, HOOFDSTUK 2 : MECHANISERING EN DOELGERICHTHEID

Teleologie = studie van de doelgerichtheid

1. DE MECHANISERING VAN HET WERELDBEELD

17e eeuw: wetenschappelijke revolutie  kantelpunt in geschiedenis

Succes moderne wetenschappen:
- Geocentrisme  heliocentrisme
- Gebruik van wiskundige methode  fundamentele zekerheden
- Mechaniseren wereld: maken niet langer gebruik van doeloorzaken, enkel
mechanische oorzaken

Doeloorzaak = oorzaak die tegelijkertijd dienst doet als doel  oorzaak ligt in de toekomst

Artefacten: door mens gemaakt met bepaald doel  doeloorzaak
Middeleeuws filosofen: niet-levende en levende natuur: ontstaat ook door doeloorzaak

Bv Aristoteles: voorwerpen streven naar perfectie  hun aard werkt als doeloorzaak
Beweging/verandering = ‘streven naar’, actualisering van potentie  bewegen vanuit
doeloorzaak
Natuurlijke VS onnatuurlijke beweging (opgelegd door ander lichaam)
Perfectie = onbewogen beweger (goddelijk perfect bewegingsprincipe)  natuurlijke rust


Scholastici: werkelijkheid = bezield geheel waarin alles natuurlijke plaats heeft

Mechanisering van het wereldbeeld: doeloorzaken stelselmatig vervangen door
mechanische oorzaken
Bv: Descartes: model menselijk lichaam: de automaat:
Poppen die je kon opwinden  voeren beweging uit
Hendeltje bewegen = mechanisch antecedente oorzaak  niet doeloorzaak: beweging
uitvoeren
Probleem: automaat = gemaakt door iemand met bepaald doel
Handelingen die automaat uitvoert = oorzaak ontstaan  doeloorzaak
 Lijkt ook te gelden voor levende wezens
Oplossing Descartes: God ( rem op wetenschap)

Levende organen/organismen: beter te begrijpen vanuit doeloorzaak

2. KANT EN DE TELEOLOGIE

Immanuel Kant: er zal nooit een ‘Newton van de biologie’ gevonden worden
Onderscheid tussen inwendige en uitwendige doelen:
- Uitwendig: nut voor andere dingen/mens  bijkomstig/toevallig
- Inwendig  essentiële doel
$10.80
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Conoce al vendedor
Seller avatar
feliendeclercq
3.0
(2)

Conoce al vendedor

Seller avatar
feliendeclercq Katholieke Universiteit Leuven
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
2
Miembro desde
2 año
Número de seguidores
2
Documentos
6
Última venta
2 año hace

3.0

2 reseñas

5
0
4
0
3
2
2
0
1
0

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes