Basisstof 1
In een rivier zijn de omstandigheden vaak heel verschillend van die in een beek of in de zee.
Er zijn verschillen in stroomsnelheid, temperatuur, lichtinval en chemische samenstelling van
water. Dit zijn allemaal abiotische factoren (=zonder leven). Abiotische factoren hebben veel
invloed op levende organismen.
Ecosystem engineers = zijn dieren die op hun beurt invloed uitoefenen op de abiotische
factoren.
De abiotische factoren bepalen de randvoorwaarden voor het leven van allerlei soorten,
maar dat is niet de enige. Als een soort in een sloot wil overleven, moet hij zich
voortplanten. Dat kan alleen als er genoeg zijn van de individu zijn soort. De andere soorten
bepalen hoe groot de kans is dat hij opgegeten wordt en of er voldoende voedsel te vinden
is. Voor het individu of de soort zijn de andere organismen in de sloot, biotische factoren.
Ecosysteem = min of meer begrensd gebied, waarin een wisselwerking tussen de
verschillende factoren optreedt.
Er zijn drie mogelijke ontwikkelingen in een ecosysteem:
Eén evenwicht: schommelingen van aantallen van de verschillende populaties rond
een bepaalde waarde.
Twee evenwichten: heen en weer gaan tussen twee min of meer stabiele situaties,
met twee verschillende kantelpunten van de een naar de ander en terug.
Chaos: een ongeordend en onvoorspelbaar verloop van de aantallen in de
verschillende populaties.
Basisstof 2
In de ecologie worden relaties tussen organismen en hun milieu op verschillende
organisatieniveaus bestudeerd. De biosfeer is het deel van de aarde en de dampkring dat
door organismen wordt bewoond. In de biosfeer komen grote gebieden voor waarin het
klimaat sterk bepalend is voor de soorten organismen die daar kunnen leven (tropische
regenwouden, woestijnen).
Je kunt vanaf verschillende niveaus naar een organisme in een bepaald gebied kijken. Het
eerste organisatie niveau is het individu. Een individu leeft in wisselwerking met de
omringende biotische en abiotische factoren.
Het tweede organisatieniveau is de populatie, dat is een soort van dezelfde individuen in
een ecosysteem. Een populatie heeft emergente eigenschappen. Dat zijn eigenschappen die
wel gelden op de populatie maar niet op het individu