1
Acamediejaar 2022_2023
HoGent
Samenvatting Filosofie
HOOFDSTUK 1: DE OORSPRONG VAN DE FILOSOFIE
Wat is filosofie? Filosofie begint met verwondering (Plato)
dingen vragen, dingen in vragen stellen
‘Oorsprong van de filosofie’
Etymologie: filein en Sophia (Athena, Minerva, Tara, Saraswati)
Griekse filein: “houden van”
Sophia: (godin van de) Wijsheid
Oorsprong: twee visies
Filosofie is zo oud als de mensheid
Filosofie is ontstaan in bepaalde periode in bepaalde regio
500-600 voor Christus in een gebied rond de egeîsche zee, waar verschillende culturen
met elkaar in contact kwamen
Mythos: doen vaak het beroep op goden
o.a. Homeros, Hesiodos
Je kan het lezen als verhalen of zoeken naar de diepere betekenis die erin zit
Filosofie is de overgang van mythos (mythisch denken) naar logos (rationeel denken)
Van mythos naar logos
Nieuwe manier van denken en verklaren dan traditionele eerder mythische
verklaringsmodellen)
natuur wordt uit de natuur verklaard
groter belang van (zintuiglijke) observatie
Hoe is deze sprong in het ‘denken’ te begrijpen?
Overgang ging samen met verstedelijking en daardoor botsing van modellen?
Dichter Xenophanes reflecteert over de vraag hoe we zo verschillen in visie over de goden:
“als dieren handen bezaten zoals de mensen, zouden de paarden de goden als paarden
afbeelden, de ossen als ossen. De Ethiopiërs maken hun goden zwart met stompe neuzen; de
Thraciërs zeggen dat de hunne blauwe ogen en rood haar bezitten. In werkelijkheid hebben
de mensen nooit iets over de goden geweten en zullen dat ook nooit weten”
Logos in het Oosten
India: Upanishaden, Boeddha & Mahavira
China: Confucius en Lao Tzu (Taoïsme)
o Gaat op zoek naar de regels om een goed leven de lijden
o Ying en yang
,2
Acamediejaar 2022_2023
HoGent
Filosofie tussen religie en wetenschap
Cfr. omschrijving van Italiaanse filosoof de Crescenzo
Wetenschap bestudeert op systematische wijze de ‘objectieve’ verschijnselen of
fenomenen
o domein: de materiële (waarneembare?) werkelijkheid
o natuurfilosofie werd fysica (1543: Copernicus en Vesalius), later ook andere
natuurwetenschappen en sociologie/psychologie
o ratio (rede, verstand) en empirie (zintuiglijke waarneming)
Religie zoekt naar iets absoluuts en biedt troost en zingeving
o domein: zingeving, waarden, bewustzijn
o “voorbij” zintuigen en verstand
Filosofie gaat zoals de wetenschap op zoek naar objectieve fenomenen, de wetenschap
heeft dit overgenomen, waarden en normen komen dan weer meer uit de religie
Soort van filosofische vragen
De vragen van Kant Indeling van Ferry
Wat kan ik weten (ons denken) Kennis: werkelijkheid
Wat moet ik doen (ons handelen (ethiek en Ethiek: rechtvaardigheid
sociale filosofie)
Wat mag ik hopen (onze verwachtingen) Wijsheid: heil of geluk
onze zoektocht nar geluk
Het huis van de filosofie
1. zijn, bewustzijn, mens
a. Ontologie: vragen over het zijnde (dat wat is)
i. kosmologie: werking van de kosmos (de natuur): vanaf Newton
ontstaan de natuurwetenschappen (fysica of natuurfilosofie,
scheikunde, biologie,…)
ii. metafysica (boven de fysica): aard van en orde achter de fenomenen:
wanneer dit principe God genoemd wordt, spreekt men van theologie
iii. wijsgerige antropologie stelt zich vragen over de aard, de status en de
plaats van de mens
Zowel wereld als geest: bv. sociologie en psychologie
De in de 18de eeuw ontstane sociologie bestudeert de mens in zijn
sociale context, de psychologie bestudeert de mens als geestelijk
wezen, de culturele antropologie de mens als cultuurwezen, de agogie
de mens als (be)handelend wezen.
,3
Acamediejaar 2022_2023
HoGent
2. de drie grote waarden
a. Het Ware
i. De epistemologie of kennisleer houdt zich bezig met de vragen over
waarheid en kennis. Voorbeelden van zulke vragen zijn: "wat is
kennis?", "wat is waarheid?", "wat is het verschil tussen waarheid en
mening?"; "waarop is ware kennis gefundeerd"; wat zijn de grenzen
van de kennis en "hoe kunnen we zekere kennis bereiken?".
ii. De logica (leer van het geldige redeneren) houdt zich bezig met de
vraag: "wat is geldig redeneren". In de twintigste eeuw ontstonden de
wetenschapsfilosofie, de taalfilosofie en de bewustzijnsfilosofie als
aparte takken van de kennisleer.
iii. De wetenschapsfilosofie (wat is goede wetenschap) houdt zich bezig
met de grondslagen van de kennis van de afzonderlijke
wetenschappen. Methoden, grondstellingen, begrippen en doel
worden hier verhelderd en aan kritisch onderzoek onderworpen.
iv. De taalfilosofie (zoekt naar de relatie tussen taal/woorden en de
werkelijkheid) behandelt het ontstaan, de ontwikkeling, de betekenis
en de functie van de taal.
b. Het Goede en het Rechtvaardige
i. De ethiek (wat is goed en slecht) onderzoekt het goede. Ze vraagt wat
goedheid en rechtvaardigheid is, of en hoe het goede kan gefundeerd
worden, of normen en waarden een universele grond hebben, dan
wel relatief zijn aan de mens en cultuur.
ii. Toegepast op de maatschappij vertaalt de vraag naar het goede zich in
de vraag: "hoe dient een rechtvaardige maatschappij te worden
georganiseerd?" Dit soort vragen behoort tot het domein van de
politieke en/of sociale filosofie.
iii. Ook de rechtsfilosofie is een apart vakgebied: daarin wordt o.a. de
vraag gesteld naar de aard en de oorsprong van recht en haar
verhouding tot ethiek.
c. Het Schone (komt minder aan bod in deze cursus)
i. De esthetica houdt zich bezig met de vraag naar wat Schoonheid en
wat Kunst is.
ii. Afgeleide deelgebieden zijn de kunst- en cultuurfilosofie.
De voorsocratische natuurfilosofen
6de – 5de eeuw vchr
rond Egeïsche Zee (o.a. Milete)
eerste 2 filosofen leefden hier
Vraag naar de aard van de kosmos (kosmologie)
o Wat is het eerste beginsel (archè)?
o Welke kosmische krachten spelen in het proces van verandering (kosmogonie)
, 4
Acamediejaar 2022_2023
HoGent
Thales van Milete
‘eerste’ filosoof volgens Plato onbeholpen en niet erg praktisch aangelegd
beetje een verstrooide filosoof, was te veel bezig met de sterren
Archè of oerbeginsel van alles is water: reductionisme of het herleiden van complexe
werkelijkheid tot één beginsel: alles is water, water is het basis element van alles
stelling van Thales: A/B = D/C
Ken jezelf (titel van dit boek) als fundamentele filosofische taak
Anaximander van Milete
Leerling van Thales
Het apeiron (het onbepaalde of onbeperkte) is het eerste beginsel waaruit alles
voorkomt
Eerste overgeleverde poging tot een kosmogonie: verklaring voor ontstaan van de
wereld als een scheiding en inwerking van tegengestelde elementen op elkaar
Eén fragment bewaard: “Waaruit de bestaande dingen hun geboorte hebben, daarin
vinden ze ook hun ondergang, zoals het hoort; ze geven elkaar immers recht (díkè) en
boete voor het onrecht (adikía), overeenkomstig de verordening van de tijd"
Pythagoras en de Verborgen orde
term philosophos: “ik blijf zoeken en nadenken, tot ik de werkelijkheid begrijp”
werkelijkheid kan uitgedrukt worden in getallen en hun onderlinge verhoudingen
link tussen wiskunde en de werkelijkheid
Stelling van Pythagoras: a²+ b² = c²
harmonie der sferen (muziek)
idee van reïncarnatie van de ziel
Parmenides: het eeuwige “zijn”
Centraal staat de vraag naar het zijn (ontologie)
Beroemdste uitspraak: “Alles (het Zijn) is één en onvergankelijk en aan zichzelf gelijk”
o al het tijdelijke verschijnt en verdwijnt in het eeuwige zijn
o denk aan de metafoor van een computerscherm
Herakleitos: de voortdurende “wording” of voortdurende verandering
Bijnaam “de Duistere” omwille van diepe uitspraken
o alles voeit (pantha rei)
o je kan nooit twee maal in dezelfde rivier stappen
o Oorlog is de vader van alles
De Logos is het principe achter de steeds veranderende werkelijkheid
‘rivier’, ‘vuur’ en ’oorlog’ als metaforen voor verandering
een vergelijking met taoïsme (Tao is de orde en de tegenstelling yin-yang de
dynamiek) ligt voor de hand
Acamediejaar 2022_2023
HoGent
Samenvatting Filosofie
HOOFDSTUK 1: DE OORSPRONG VAN DE FILOSOFIE
Wat is filosofie? Filosofie begint met verwondering (Plato)
dingen vragen, dingen in vragen stellen
‘Oorsprong van de filosofie’
Etymologie: filein en Sophia (Athena, Minerva, Tara, Saraswati)
Griekse filein: “houden van”
Sophia: (godin van de) Wijsheid
Oorsprong: twee visies
Filosofie is zo oud als de mensheid
Filosofie is ontstaan in bepaalde periode in bepaalde regio
500-600 voor Christus in een gebied rond de egeîsche zee, waar verschillende culturen
met elkaar in contact kwamen
Mythos: doen vaak het beroep op goden
o.a. Homeros, Hesiodos
Je kan het lezen als verhalen of zoeken naar de diepere betekenis die erin zit
Filosofie is de overgang van mythos (mythisch denken) naar logos (rationeel denken)
Van mythos naar logos
Nieuwe manier van denken en verklaren dan traditionele eerder mythische
verklaringsmodellen)
natuur wordt uit de natuur verklaard
groter belang van (zintuiglijke) observatie
Hoe is deze sprong in het ‘denken’ te begrijpen?
Overgang ging samen met verstedelijking en daardoor botsing van modellen?
Dichter Xenophanes reflecteert over de vraag hoe we zo verschillen in visie over de goden:
“als dieren handen bezaten zoals de mensen, zouden de paarden de goden als paarden
afbeelden, de ossen als ossen. De Ethiopiërs maken hun goden zwart met stompe neuzen; de
Thraciërs zeggen dat de hunne blauwe ogen en rood haar bezitten. In werkelijkheid hebben
de mensen nooit iets over de goden geweten en zullen dat ook nooit weten”
Logos in het Oosten
India: Upanishaden, Boeddha & Mahavira
China: Confucius en Lao Tzu (Taoïsme)
o Gaat op zoek naar de regels om een goed leven de lijden
o Ying en yang
,2
Acamediejaar 2022_2023
HoGent
Filosofie tussen religie en wetenschap
Cfr. omschrijving van Italiaanse filosoof de Crescenzo
Wetenschap bestudeert op systematische wijze de ‘objectieve’ verschijnselen of
fenomenen
o domein: de materiële (waarneembare?) werkelijkheid
o natuurfilosofie werd fysica (1543: Copernicus en Vesalius), later ook andere
natuurwetenschappen en sociologie/psychologie
o ratio (rede, verstand) en empirie (zintuiglijke waarneming)
Religie zoekt naar iets absoluuts en biedt troost en zingeving
o domein: zingeving, waarden, bewustzijn
o “voorbij” zintuigen en verstand
Filosofie gaat zoals de wetenschap op zoek naar objectieve fenomenen, de wetenschap
heeft dit overgenomen, waarden en normen komen dan weer meer uit de religie
Soort van filosofische vragen
De vragen van Kant Indeling van Ferry
Wat kan ik weten (ons denken) Kennis: werkelijkheid
Wat moet ik doen (ons handelen (ethiek en Ethiek: rechtvaardigheid
sociale filosofie)
Wat mag ik hopen (onze verwachtingen) Wijsheid: heil of geluk
onze zoektocht nar geluk
Het huis van de filosofie
1. zijn, bewustzijn, mens
a. Ontologie: vragen over het zijnde (dat wat is)
i. kosmologie: werking van de kosmos (de natuur): vanaf Newton
ontstaan de natuurwetenschappen (fysica of natuurfilosofie,
scheikunde, biologie,…)
ii. metafysica (boven de fysica): aard van en orde achter de fenomenen:
wanneer dit principe God genoemd wordt, spreekt men van theologie
iii. wijsgerige antropologie stelt zich vragen over de aard, de status en de
plaats van de mens
Zowel wereld als geest: bv. sociologie en psychologie
De in de 18de eeuw ontstane sociologie bestudeert de mens in zijn
sociale context, de psychologie bestudeert de mens als geestelijk
wezen, de culturele antropologie de mens als cultuurwezen, de agogie
de mens als (be)handelend wezen.
,3
Acamediejaar 2022_2023
HoGent
2. de drie grote waarden
a. Het Ware
i. De epistemologie of kennisleer houdt zich bezig met de vragen over
waarheid en kennis. Voorbeelden van zulke vragen zijn: "wat is
kennis?", "wat is waarheid?", "wat is het verschil tussen waarheid en
mening?"; "waarop is ware kennis gefundeerd"; wat zijn de grenzen
van de kennis en "hoe kunnen we zekere kennis bereiken?".
ii. De logica (leer van het geldige redeneren) houdt zich bezig met de
vraag: "wat is geldig redeneren". In de twintigste eeuw ontstonden de
wetenschapsfilosofie, de taalfilosofie en de bewustzijnsfilosofie als
aparte takken van de kennisleer.
iii. De wetenschapsfilosofie (wat is goede wetenschap) houdt zich bezig
met de grondslagen van de kennis van de afzonderlijke
wetenschappen. Methoden, grondstellingen, begrippen en doel
worden hier verhelderd en aan kritisch onderzoek onderworpen.
iv. De taalfilosofie (zoekt naar de relatie tussen taal/woorden en de
werkelijkheid) behandelt het ontstaan, de ontwikkeling, de betekenis
en de functie van de taal.
b. Het Goede en het Rechtvaardige
i. De ethiek (wat is goed en slecht) onderzoekt het goede. Ze vraagt wat
goedheid en rechtvaardigheid is, of en hoe het goede kan gefundeerd
worden, of normen en waarden een universele grond hebben, dan
wel relatief zijn aan de mens en cultuur.
ii. Toegepast op de maatschappij vertaalt de vraag naar het goede zich in
de vraag: "hoe dient een rechtvaardige maatschappij te worden
georganiseerd?" Dit soort vragen behoort tot het domein van de
politieke en/of sociale filosofie.
iii. Ook de rechtsfilosofie is een apart vakgebied: daarin wordt o.a. de
vraag gesteld naar de aard en de oorsprong van recht en haar
verhouding tot ethiek.
c. Het Schone (komt minder aan bod in deze cursus)
i. De esthetica houdt zich bezig met de vraag naar wat Schoonheid en
wat Kunst is.
ii. Afgeleide deelgebieden zijn de kunst- en cultuurfilosofie.
De voorsocratische natuurfilosofen
6de – 5de eeuw vchr
rond Egeïsche Zee (o.a. Milete)
eerste 2 filosofen leefden hier
Vraag naar de aard van de kosmos (kosmologie)
o Wat is het eerste beginsel (archè)?
o Welke kosmische krachten spelen in het proces van verandering (kosmogonie)
, 4
Acamediejaar 2022_2023
HoGent
Thales van Milete
‘eerste’ filosoof volgens Plato onbeholpen en niet erg praktisch aangelegd
beetje een verstrooide filosoof, was te veel bezig met de sterren
Archè of oerbeginsel van alles is water: reductionisme of het herleiden van complexe
werkelijkheid tot één beginsel: alles is water, water is het basis element van alles
stelling van Thales: A/B = D/C
Ken jezelf (titel van dit boek) als fundamentele filosofische taak
Anaximander van Milete
Leerling van Thales
Het apeiron (het onbepaalde of onbeperkte) is het eerste beginsel waaruit alles
voorkomt
Eerste overgeleverde poging tot een kosmogonie: verklaring voor ontstaan van de
wereld als een scheiding en inwerking van tegengestelde elementen op elkaar
Eén fragment bewaard: “Waaruit de bestaande dingen hun geboorte hebben, daarin
vinden ze ook hun ondergang, zoals het hoort; ze geven elkaar immers recht (díkè) en
boete voor het onrecht (adikía), overeenkomstig de verordening van de tijd"
Pythagoras en de Verborgen orde
term philosophos: “ik blijf zoeken en nadenken, tot ik de werkelijkheid begrijp”
werkelijkheid kan uitgedrukt worden in getallen en hun onderlinge verhoudingen
link tussen wiskunde en de werkelijkheid
Stelling van Pythagoras: a²+ b² = c²
harmonie der sferen (muziek)
idee van reïncarnatie van de ziel
Parmenides: het eeuwige “zijn”
Centraal staat de vraag naar het zijn (ontologie)
Beroemdste uitspraak: “Alles (het Zijn) is één en onvergankelijk en aan zichzelf gelijk”
o al het tijdelijke verschijnt en verdwijnt in het eeuwige zijn
o denk aan de metafoor van een computerscherm
Herakleitos: de voortdurende “wording” of voortdurende verandering
Bijnaam “de Duistere” omwille van diepe uitspraken
o alles voeit (pantha rei)
o je kan nooit twee maal in dezelfde rivier stappen
o Oorlog is de vader van alles
De Logos is het principe achter de steeds veranderende werkelijkheid
‘rivier’, ‘vuur’ en ’oorlog’ als metaforen voor verandering
een vergelijking met taoïsme (Tao is de orde en de tegenstelling yin-yang de
dynamiek) ligt voor de hand