Inleiding privaatrecht II – 2016
WEEK 7
ONDERWERPEN
Werkgroep I
Algemene regels van verhaalsrecht
Voorrang
Bevoorrechte vorderingen op bepaalde goederen
Bevoorrechte vorderingen op alle goederen
Retentierecht
Werkgroep II
Beperkte zekerheidsrechten in het Romeinse recht
Eigendomsvoorbehoud / positie van een derde-verkrijger te goeder trouw
INLEIDING OP DE STOF
Deze week staat in het teken van de verhaalsrechten van schuldeisers. Als een schuldeiser zijn
vordering niet voldaan ziet, komt hem de bevoegdheid toe zijn vordering te verhalen op de
goederen van zijn schuldenaar. Enkele hoofdregels van het verhaalsrecht worden besproken,
zoals de vraag op welke goederen schuldeisers zich kunnen verhalen, op welke wijze een
verhaalsrecht kan worden geëffectueerd (beslag en executie, faillissement) en wat de
onderlinge rangorde van schuldeisers is indien zij niet allen uit de opbrengst van de te gelde
gemaakte goederen kunnen worden voldaan (paritas creditorum en voorrang).
Het recht van pand en het recht van hypotheek geven de pand- respectievelijk hypotheekhouder
een sterke positie ten opzichte van de schuldenaar en diens overige schuldeisers.
Ook het retentierecht (art. 3:290 BW), dat de retentor een sterk middel geeft om zijn
schuldenaar tot betaling aan te zetten, komt aan de orde. Het retentierecht is een bijzonder
opschortingsrecht. De retentor heeft niet alleen de bevoegdheid om zijn verplichting tot afgifte
van een zaak op te schorten totdat zijn vordering wordt voldaan, daarnaast heeft de retentor
ook de bevoegdheid zijn vordering op de teruggehouden zaak te verhalen met voorrang boven
allen tegen wie het retentierecht kan worden ingeroepen (art. 3:292 BW).
WEEK 7
ONDERWERPEN
Werkgroep I
Algemene regels van verhaalsrecht
Voorrang
Bevoorrechte vorderingen op bepaalde goederen
Bevoorrechte vorderingen op alle goederen
Retentierecht
Werkgroep II
Beperkte zekerheidsrechten in het Romeinse recht
Eigendomsvoorbehoud / positie van een derde-verkrijger te goeder trouw
INLEIDING OP DE STOF
Deze week staat in het teken van de verhaalsrechten van schuldeisers. Als een schuldeiser zijn
vordering niet voldaan ziet, komt hem de bevoegdheid toe zijn vordering te verhalen op de
goederen van zijn schuldenaar. Enkele hoofdregels van het verhaalsrecht worden besproken,
zoals de vraag op welke goederen schuldeisers zich kunnen verhalen, op welke wijze een
verhaalsrecht kan worden geëffectueerd (beslag en executie, faillissement) en wat de
onderlinge rangorde van schuldeisers is indien zij niet allen uit de opbrengst van de te gelde
gemaakte goederen kunnen worden voldaan (paritas creditorum en voorrang).
Het recht van pand en het recht van hypotheek geven de pand- respectievelijk hypotheekhouder
een sterke positie ten opzichte van de schuldenaar en diens overige schuldeisers.
Ook het retentierecht (art. 3:290 BW), dat de retentor een sterk middel geeft om zijn
schuldenaar tot betaling aan te zetten, komt aan de orde. Het retentierecht is een bijzonder
opschortingsrecht. De retentor heeft niet alleen de bevoegdheid om zijn verplichting tot afgifte
van een zaak op te schorten totdat zijn vordering wordt voldaan, daarnaast heeft de retentor
ook de bevoegdheid zijn vordering op de teruggehouden zaak te verhalen met voorrang boven
allen tegen wie het retentierecht kan worden ingeroepen (art. 3:292 BW).