Geschiedenis van het Nederlands 2
1500 Grote verschillen in gesproken volkstaal.
16e eeuw Aandacht en waardering voor de moedertaal.
1588 Val van Antwerpen Republiek = noordelijke provincies.
1648 Vrede van Münster Republiek = noordelijke én zuidelijke provincies.
Staatsgezinden (vrijheid) - Prinsgezinden (eenhoofdige leiding)
Eind 16e Behoefte aan eenheidstaal (samenwerken, ideeën verspreiden)
eeuw het Hollands (met zuidelijke kenmerken door immigranten) gaat de
toon aangeven = schrijftaal (in spreektaal nog veel dialectverschillen)
consequente/systematische spelling, grammaticale regels en
moedertaalwoordenschat.
Proces standaardisering:
1. Keuze: voor dialect en selectie van vormen uit taalvormen.
2. Codificatie: spelling/grammatica en woordenboeken opstellen.
3. Elaboratie: taal geschikt maken, nieuwe woorden.
4. Acceptatie: door het volk, verspreiding over taalgemeenschap.
17e eeuw Hollandse kunst = grote objecten (door stadsbestuur als opdrachtgever).
18e eeuw Verlichte politiek in zuiden
Fransen verspreiden dat in Nederlandstalige gewesten
Frans omgangstaal, Nederlands minderwaardig.
Eind 18e Verlichting: rationaliteitsprincipe, kennis door ontdekking van de wereld +
eeuw contact met andere volken encyclopedieën.
- Descartes: twijfelde aan alles.
- Spinoza: tegenstrijdigheden in de Bijbel.
- Jacob Cats: spreuken, gewoon taalgebruik.
Regels schrijftaal kunstmatige vormen in spreektaal behoefte aan
algemene spreektaal: eenvoud en regelmaat.
- Lambert ten Kate: regels niet bedenken, maar in taal vinden. Ontdekte
regelmaat in klinkerwisseling sterke werkwoorden.
1795 Willem IV stadhouder Nederland duur, verliest vooraanstaande plaats
Orangisten (Prinsgezinden) - Patriotten (Staatsgezinden)
18e eeuw Verlichting ander wereldbeeld = ratio, opvoedkundig element.
- Vondel/Hooft: schreven in Nederlands (=acceptatie). Hun taalgebruik is
uitgangspunt grammatica.
- Huijdecoper: zonden van Vondel/Hooft, “hoe dichter bij de oorsprong,
hoe verder van het bederf”.
- Spectator = opvoedkundig (18e eeuwse deugden), commentaar op
samenleving.
- Sara Burgerhart = burgerlijke zedenschets, personages drukken zich
uit in eigen taal.
1500 Grote verschillen in gesproken volkstaal.
16e eeuw Aandacht en waardering voor de moedertaal.
1588 Val van Antwerpen Republiek = noordelijke provincies.
1648 Vrede van Münster Republiek = noordelijke én zuidelijke provincies.
Staatsgezinden (vrijheid) - Prinsgezinden (eenhoofdige leiding)
Eind 16e Behoefte aan eenheidstaal (samenwerken, ideeën verspreiden)
eeuw het Hollands (met zuidelijke kenmerken door immigranten) gaat de
toon aangeven = schrijftaal (in spreektaal nog veel dialectverschillen)
consequente/systematische spelling, grammaticale regels en
moedertaalwoordenschat.
Proces standaardisering:
1. Keuze: voor dialect en selectie van vormen uit taalvormen.
2. Codificatie: spelling/grammatica en woordenboeken opstellen.
3. Elaboratie: taal geschikt maken, nieuwe woorden.
4. Acceptatie: door het volk, verspreiding over taalgemeenschap.
17e eeuw Hollandse kunst = grote objecten (door stadsbestuur als opdrachtgever).
18e eeuw Verlichte politiek in zuiden
Fransen verspreiden dat in Nederlandstalige gewesten
Frans omgangstaal, Nederlands minderwaardig.
Eind 18e Verlichting: rationaliteitsprincipe, kennis door ontdekking van de wereld +
eeuw contact met andere volken encyclopedieën.
- Descartes: twijfelde aan alles.
- Spinoza: tegenstrijdigheden in de Bijbel.
- Jacob Cats: spreuken, gewoon taalgebruik.
Regels schrijftaal kunstmatige vormen in spreektaal behoefte aan
algemene spreektaal: eenvoud en regelmaat.
- Lambert ten Kate: regels niet bedenken, maar in taal vinden. Ontdekte
regelmaat in klinkerwisseling sterke werkwoorden.
1795 Willem IV stadhouder Nederland duur, verliest vooraanstaande plaats
Orangisten (Prinsgezinden) - Patriotten (Staatsgezinden)
18e eeuw Verlichting ander wereldbeeld = ratio, opvoedkundig element.
- Vondel/Hooft: schreven in Nederlands (=acceptatie). Hun taalgebruik is
uitgangspunt grammatica.
- Huijdecoper: zonden van Vondel/Hooft, “hoe dichter bij de oorsprong,
hoe verder van het bederf”.
- Spectator = opvoedkundig (18e eeuwse deugden), commentaar op
samenleving.
- Sara Burgerhart = burgerlijke zedenschets, personages drukken zich
uit in eigen taal.