Maatschappelijk werk.
1. Maatschappelijk werk is een....
a. Functie
b. Beroep
c. Taak
2. De beroepsvereniging van het maatschappelijk werk heet:
a. De Nederlandse Vereniging van Maatschappelijk Werkers (NVMW)
b. De Nederlandse Bond van Maatschappelijk Werkers (NBMW)
c. De Beroepsgroep van Maatschappelijk Werkers (BMW)
3. De oudste opleiding voor Maatschappelijk werk dateert uit:
a. 1909
b. 1919
c. 1899
4. Het algemeen maatschappelijk werk (AMW) is een:
a. Eerstelijnsvoorziening
b. Tweedelijnsvoorziening
c. Derdelijnsvoorziening
5. Het AMW wordt gefinancierd door:
a. Het Rijk
b. De Gemeente
c. De Provincie
6. Het AMW heeft een publieke opdracht:
a. Mensen helpen zich te kunnen aanpassen aan de huidige omstandigheden
b. Bijdrage aan de sociale zelfredzaamheid van mensen
c. Toewerken naar een sociale samenleving
7. Maatschappelijk Werk kenmerkt zich door:
a. De cliënt te zien als uniek individu
b. De cliënt te zien als uniek individu en in relatie met een sociale omgeving
c. De cliënt te zien als uniek individu, die (tijdelijk) onbekwaam is
8. Maatschappelijk werk kent:
a. Een beroepsprofiel en een beroepscode.
b. Een opleidingsprofiel en een beroepscode
c. Een beroepsprofiel, een beroepscode en een opleidingsprofiel
9. De professionaliteit van de maatschappelijk werker kenmerkt zich door:
a. Normatieve professionaliteit (is mijn handelen etisch verantwoord) en technisch-
instrumentele professionaliteit (is mijn handelen effectief)
1. Maatschappelijk werk is een....
a. Functie
b. Beroep
c. Taak
2. De beroepsvereniging van het maatschappelijk werk heet:
a. De Nederlandse Vereniging van Maatschappelijk Werkers (NVMW)
b. De Nederlandse Bond van Maatschappelijk Werkers (NBMW)
c. De Beroepsgroep van Maatschappelijk Werkers (BMW)
3. De oudste opleiding voor Maatschappelijk werk dateert uit:
a. 1909
b. 1919
c. 1899
4. Het algemeen maatschappelijk werk (AMW) is een:
a. Eerstelijnsvoorziening
b. Tweedelijnsvoorziening
c. Derdelijnsvoorziening
5. Het AMW wordt gefinancierd door:
a. Het Rijk
b. De Gemeente
c. De Provincie
6. Het AMW heeft een publieke opdracht:
a. Mensen helpen zich te kunnen aanpassen aan de huidige omstandigheden
b. Bijdrage aan de sociale zelfredzaamheid van mensen
c. Toewerken naar een sociale samenleving
7. Maatschappelijk Werk kenmerkt zich door:
a. De cliënt te zien als uniek individu
b. De cliënt te zien als uniek individu en in relatie met een sociale omgeving
c. De cliënt te zien als uniek individu, die (tijdelijk) onbekwaam is
8. Maatschappelijk werk kent:
a. Een beroepsprofiel en een beroepscode.
b. Een opleidingsprofiel en een beroepscode
c. Een beroepsprofiel, een beroepscode en een opleidingsprofiel
9. De professionaliteit van de maatschappelijk werker kenmerkt zich door:
a. Normatieve professionaliteit (is mijn handelen etisch verantwoord) en technisch-
instrumentele professionaliteit (is mijn handelen effectief)