Vrouwelijk geslachtstelsel
1. Het geboortekanaal
° = bekkenkanaal
° Afgeknotte kegel
° Grootste doorsnede craniaal , Kleinste doorsnede caudaal
° Stugge, gesloten, beenderige ring
° Zitbeenboog, brede bekkenbanden, kruisbeen en eerste staartwervels
° Iets vervormbaar (oiv hormoon relaxine)
° Verticale doorsnede groter dan horizontale + Horizontale doorsn dorsaal groter dan ventraal
bevordert doorschuiven van vrucht (schouders, boeg en heupen)
2. Geslachtsorganen
2.1. Eierstok (ovarium)
° Klein orgaan
° Links en rechts
° Ovaal – plat
° 0.5 cm (kat) – 5 cm (paard)
° Grootte ~ cyclusstadium en diersoort
° Bouw: bindweefsel met eicellen ertussen
° Functie: gametogenese en hormoonproductie
° RUND: - Liggen in het bekken (bij niet-drachtig dier)
- Langwerpig
- Vrij zacht aanvoelend
- 15-20g
- Goed te voelen bij rectaal onderzoek
° CARNIVOREN (Ho en Ka): - Idem maar kleiner
° VARKEN (zeug): - Druiventrosvormig
- Zeer sterk doorbloed rood tot paars van kleur
° PAARD (merrie): - Dieper in buik, onder lendenen
- Minder goed te voelen, voelen hard aan
- Sterk bindweefselkapsel (tunica albuginea)
- Ovulatiegroeve (geen tun alb): hier komt eitje vrij
- Ong rond – Doorsnede 4-5cm
2.2. Eileider (oviduct)
° Links en rechts
° Zeer dunne, Sterk gekronkelde buis
° Niet voelbaar, nauwelijks zichtbaar
° Verbinding eierstok - baarmoeder
° Trechtervormige verwijding met franjes (fimbriae) omsluit de eierstok (ampulla)
° Lumen: muceuze membraan
° Veel vouwen
° Epitheel met trilharen bewegen in de richting van de uterus
° Bevruchting (‘eicel meets zaadcel’)
° Versmalt dicht bij de uterus (istmus)
1. Het geboortekanaal
° = bekkenkanaal
° Afgeknotte kegel
° Grootste doorsnede craniaal , Kleinste doorsnede caudaal
° Stugge, gesloten, beenderige ring
° Zitbeenboog, brede bekkenbanden, kruisbeen en eerste staartwervels
° Iets vervormbaar (oiv hormoon relaxine)
° Verticale doorsnede groter dan horizontale + Horizontale doorsn dorsaal groter dan ventraal
bevordert doorschuiven van vrucht (schouders, boeg en heupen)
2. Geslachtsorganen
2.1. Eierstok (ovarium)
° Klein orgaan
° Links en rechts
° Ovaal – plat
° 0.5 cm (kat) – 5 cm (paard)
° Grootte ~ cyclusstadium en diersoort
° Bouw: bindweefsel met eicellen ertussen
° Functie: gametogenese en hormoonproductie
° RUND: - Liggen in het bekken (bij niet-drachtig dier)
- Langwerpig
- Vrij zacht aanvoelend
- 15-20g
- Goed te voelen bij rectaal onderzoek
° CARNIVOREN (Ho en Ka): - Idem maar kleiner
° VARKEN (zeug): - Druiventrosvormig
- Zeer sterk doorbloed rood tot paars van kleur
° PAARD (merrie): - Dieper in buik, onder lendenen
- Minder goed te voelen, voelen hard aan
- Sterk bindweefselkapsel (tunica albuginea)
- Ovulatiegroeve (geen tun alb): hier komt eitje vrij
- Ong rond – Doorsnede 4-5cm
2.2. Eileider (oviduct)
° Links en rechts
° Zeer dunne, Sterk gekronkelde buis
° Niet voelbaar, nauwelijks zichtbaar
° Verbinding eierstok - baarmoeder
° Trechtervormige verwijding met franjes (fimbriae) omsluit de eierstok (ampulla)
° Lumen: muceuze membraan
° Veel vouwen
° Epitheel met trilharen bewegen in de richting van de uterus
° Bevruchting (‘eicel meets zaadcel’)
° Versmalt dicht bij de uterus (istmus)