http://www.groenkennisnet.nl/dierenwelzijnsweb/cursus-dierenwelzijn/pages/index.htm
Gedrag als informatiebron voor dierenwelzijn
Je leert wat de oorzaken van gedrag zijn(inwendige en uitwendige prikkels, erfelijke factoren en
leerprocessen) en over soorten gedrag, emoties en individuele aanpassing.
Door goed te kijken naar het gedrag van een dier, krijg je een indruk hoe het dier zijn leefomgeving
ervaart. Als een dier beperkt wordt in het uitoefenen van zijn soortspecifieke, natuurlijke gedrag, kan
het gefrustreerd of verveeld raken en afwijkend gedrag gaan vertonen. Het vertonen van natuurlijk
gedrag, maar ook van afwijkend gedrag, zijn indicatoren voor het welzijn van een dier.
Voor het beoordelen van het welzijn zijn vier gedragscriteria van belang.
Gedragscriteria die dierenwelzijn ten goede komen zijn
expressie van sociaal en ander soortspecifiek gedrag, een positieve emotionele toestand en een goede mens-
dierrelatie
Oorzaken van gedrag Dierengedrag is alles wat een dier doet of laat (juist niet
doet). Het gedrag van dieren is erop gericht om de overlevingskans van het dier zelf en die van zijn
soort te vergroten. Iedere gedraging is het directe gevolg van inwendige en uitwendige prikkels die het
dier motiveren om iets wel of juistniet te gaan doen.
Het drinken van jongen is een vorm van gedrag dat
ontstaat door een inwendige prikkel
Uitwendige prikkels
Dieren reageren op prikkels uit hun omgeving. Dit soort prikkels noem je uitwendige prikkels.
Uitwendige prikkels neemt een dier waar met zijn zintuigen: zijn zicht, gehoor, reuk, smaak en tast.
Een hond ziet bijvoorbeeld een andere hond. Zijn ogen registreren de informatie en geven dit door
aan de hersenen. Via de hersenen wordt de hond zich ervan bewust dat er een andere hond loopt.
1
Gedrag als informatiebron voor dierenwelzijn
Je leert wat de oorzaken van gedrag zijn(inwendige en uitwendige prikkels, erfelijke factoren en
leerprocessen) en over soorten gedrag, emoties en individuele aanpassing.
Door goed te kijken naar het gedrag van een dier, krijg je een indruk hoe het dier zijn leefomgeving
ervaart. Als een dier beperkt wordt in het uitoefenen van zijn soortspecifieke, natuurlijke gedrag, kan
het gefrustreerd of verveeld raken en afwijkend gedrag gaan vertonen. Het vertonen van natuurlijk
gedrag, maar ook van afwijkend gedrag, zijn indicatoren voor het welzijn van een dier.
Voor het beoordelen van het welzijn zijn vier gedragscriteria van belang.
Gedragscriteria die dierenwelzijn ten goede komen zijn
expressie van sociaal en ander soortspecifiek gedrag, een positieve emotionele toestand en een goede mens-
dierrelatie
Oorzaken van gedrag Dierengedrag is alles wat een dier doet of laat (juist niet
doet). Het gedrag van dieren is erop gericht om de overlevingskans van het dier zelf en die van zijn
soort te vergroten. Iedere gedraging is het directe gevolg van inwendige en uitwendige prikkels die het
dier motiveren om iets wel of juistniet te gaan doen.
Het drinken van jongen is een vorm van gedrag dat
ontstaat door een inwendige prikkel
Uitwendige prikkels
Dieren reageren op prikkels uit hun omgeving. Dit soort prikkels noem je uitwendige prikkels.
Uitwendige prikkels neemt een dier waar met zijn zintuigen: zijn zicht, gehoor, reuk, smaak en tast.
Een hond ziet bijvoorbeeld een andere hond. Zijn ogen registreren de informatie en geven dit door
aan de hersenen. Via de hersenen wordt de hond zich ervan bewust dat er een andere hond loopt.
1