Campbell; hoofdstuk 18 ‘Regulatie van genexpressie’
Hoofdstuk 18: Regulatie van genexpressie
Hoe wordt de genexpressie gereguleerd in bacteriën? d.m.v. 2 levels:
- enzymlevel
- transcriptie; expressie van genen
OPERON MODEL! (Jacob & Monod)
Operator: bij DNA van bacterië en fagen: een nucleotidevolgorde nabij het begin van een operon
waaraan een actie repressor zich kan binden. De binding van de repressor voorkomt dat RNA-
polymrase aan de promoter kan binen en genen van het operon kan transcriberen.
Operon: een genetische functie-eenheid die gevonden wordt bij bacteriën en fagen; opgebouwd uit
een promoter, een operator en een gecoördineerd gereguleerd cluster van genen waarvan de
producten werkzaam zijn in een gemeenschappelijk reactiepad.
(promotor: RNA polymerase + operator)
Repressor: een eiwit dat de gentranscriptie onderdrukt (kan de operon uitzetten). Bij prokaryoten
binden repressors zich aan het DNA in of bij de promoter. Bij eukaryoten kunnen de repressors zich
binden aan regelelementen binnen enhancers, aan activators of aan andere eiwitten waardoor
activator ervan weerhouden worden om zich aan het DNA te binden.
waarom niet constant aan?
- binding repressor – operator is omkeerbaar (2 staten operator: 1 met repressor, 1 zonder)
- meeste repressors zijn allosterische eiwitten met 2 alternatieve vormen; actief en inactief.
Wanneer bijvoorbeeld trp bindt aan de repressor wordt de repressor actief en kan het dan binden
aan de operator.
Repressor is een product van een: Regulatorgen: een gen dat codeert voor een eiwit, zoals een
repressor, dat de transcriptie van een ander gen of groep genen regelt.
in systeem in boek is trp een Co-repressor: een klein molecuul dat zich bindt aan een bacterieel
repressoreiwit en de vorm van het eiwit verandert zodat het aan de operator kan binden en een
operon uit kan schakelen.
Repressible operon (meestal aan) ↔ inducible operon(meestal uit)
Trp-operon Lac-operon. Het regulatorgen LacI codeert voort een
allostorische repressoreiwit dat het lac-operon kan
uitzetten door te binden aan de operator.
Trp-repressor is pas actief na binding Lac repressor is zelf actief, de inductor (hier allolactose)
van Trp inactiveert de repressor.
Lac-operon
Inductor: een specifiek klein molecuul dat bindt aan een bacterieel repressoreiwit en dat de vorm
van de onderdrukker verandert zodat het niet kan binden aan een operator en daarmee de operon
inschakelt.
Genregulatie is positief wanneer een regulatoreiwit in een directe vorm communiceert met het
genoom wat de transcriptie aanzet.
Lactose present, glucose schaars: Cyclic AMP (cAMP) gaat zich vermeerderen wanneer het glucose
gehalte schaars is. Het regulator eiwit CAP (caatoblite activator proteins) is een Activator: een eiwit
dat aan DNA bindt en gentranscriptie stimuleert.
Hoofdstuk 18: Regulatie van genexpressie
Hoe wordt de genexpressie gereguleerd in bacteriën? d.m.v. 2 levels:
- enzymlevel
- transcriptie; expressie van genen
OPERON MODEL! (Jacob & Monod)
Operator: bij DNA van bacterië en fagen: een nucleotidevolgorde nabij het begin van een operon
waaraan een actie repressor zich kan binden. De binding van de repressor voorkomt dat RNA-
polymrase aan de promoter kan binen en genen van het operon kan transcriberen.
Operon: een genetische functie-eenheid die gevonden wordt bij bacteriën en fagen; opgebouwd uit
een promoter, een operator en een gecoördineerd gereguleerd cluster van genen waarvan de
producten werkzaam zijn in een gemeenschappelijk reactiepad.
(promotor: RNA polymerase + operator)
Repressor: een eiwit dat de gentranscriptie onderdrukt (kan de operon uitzetten). Bij prokaryoten
binden repressors zich aan het DNA in of bij de promoter. Bij eukaryoten kunnen de repressors zich
binden aan regelelementen binnen enhancers, aan activators of aan andere eiwitten waardoor
activator ervan weerhouden worden om zich aan het DNA te binden.
waarom niet constant aan?
- binding repressor – operator is omkeerbaar (2 staten operator: 1 met repressor, 1 zonder)
- meeste repressors zijn allosterische eiwitten met 2 alternatieve vormen; actief en inactief.
Wanneer bijvoorbeeld trp bindt aan de repressor wordt de repressor actief en kan het dan binden
aan de operator.
Repressor is een product van een: Regulatorgen: een gen dat codeert voor een eiwit, zoals een
repressor, dat de transcriptie van een ander gen of groep genen regelt.
in systeem in boek is trp een Co-repressor: een klein molecuul dat zich bindt aan een bacterieel
repressoreiwit en de vorm van het eiwit verandert zodat het aan de operator kan binden en een
operon uit kan schakelen.
Repressible operon (meestal aan) ↔ inducible operon(meestal uit)
Trp-operon Lac-operon. Het regulatorgen LacI codeert voort een
allostorische repressoreiwit dat het lac-operon kan
uitzetten door te binden aan de operator.
Trp-repressor is pas actief na binding Lac repressor is zelf actief, de inductor (hier allolactose)
van Trp inactiveert de repressor.
Lac-operon
Inductor: een specifiek klein molecuul dat bindt aan een bacterieel repressoreiwit en dat de vorm
van de onderdrukker verandert zodat het niet kan binden aan een operator en daarmee de operon
inschakelt.
Genregulatie is positief wanneer een regulatoreiwit in een directe vorm communiceert met het
genoom wat de transcriptie aanzet.
Lactose present, glucose schaars: Cyclic AMP (cAMP) gaat zich vermeerderen wanneer het glucose
gehalte schaars is. Het regulator eiwit CAP (caatoblite activator proteins) is een Activator: een eiwit
dat aan DNA bindt en gentranscriptie stimuleert.