Thema: B9 Voortplanting en ontwikkeling mens/dier
BS06
Noodzakelijke bronnen
Campbell Biology 9e editie Chapter 46: Animal reproduction
Chapter 47: Animal development
BINAS o.a. 86 D-E
Achtergrond bronnen
Campbell Biology 9e editie Chapter 18: Regulation of gene expression:
18.1
Biologie voor jou boek 4 t/m 6 (nr 5: Thema 4 hoofdstuk 1, Hoofdstuk 2)
(nr 6: Thema 1 hoofdstuk 5)
www.bioplek.org bovenbouw/ inhoud theorie animaties
Celregeling en communicatie
Celcyclus
Bevruchting ontwikkeling embryo
Diverse links The visible embryo
www.broedpagina.nl
http://www.menselijkembryo.tk/
http://www.slideshare.net/BiologieUU/voortplanting-
en-ontwikkeling
Leerdoelen
De startbekwame docent in de groene sector kan:
1 Aan de hand van de tekening van de eerste stadia van een embryo van
dieren toelichten.
2 Het verschil in ontwikkeling tussen dooierrijke en dooierarme embryo’s
aan de hand van een tekening toelichten
3 De verschillen en de overeenkomsten toelichten tussen een zich
ontwikkelend embryo in een kippenei en in een zoogdier (of mens)
4 Een relatie leggen tussen de verschillende cellagen in het vroege
embryonale stadium en de latere weefsels en organen in een vertebraten
(vissen, amfibieën, reptielen, vogels en zoogdieren
Voorbeeld toetsvraag:
Thema: B9 Voortplanting en ontwikkeling mens/dier Uitgewerkt
BS06
Leerdoelen
De startbekwame docent in de groene sector kan:
1 Aan de hand van de tekening van de eerste stadia van een embryo van
dieren toelichten.
Het eerste stadium bestaat uit klievingsdelingen, waarbij het
afhankelijk van de soort een holoblastische deling is of een
meroblastische deling is. Holoblastisch wil zeggen dat de
deling/klieving geheel is (holo is geheel en blasto = kiem)Komt vooral
voor bij zoogdieren (en de zee-egel.
Bij meroblastische delingen (waarbij de dooier aan één zijde zit,
vogels) heb je geen gelijke deling, want er deelt maar een gedeelte, de
ongedeelde dooier vormt het reservevoedsel.
We noemen de delingen achtereenvolgens: 2 deling, 4 deling, 8 deling en
tot en met 64 cellen de morula.
Daarna krijgen we de blastula (holle bol, of kiemblaasje en daarna
gastrula. Op dit moment begint de feitelijke differentiatie.
2 Het verschil in ontwikkeling tussen dooierrijke en dooierarme embryo’s
aan de hand van een tekening toelichten.
Dooierrijke organismen hebben veel reservevoedselnodig omdat moeder het
BS06
Noodzakelijke bronnen
Campbell Biology 9e editie Chapter 46: Animal reproduction
Chapter 47: Animal development
BINAS o.a. 86 D-E
Achtergrond bronnen
Campbell Biology 9e editie Chapter 18: Regulation of gene expression:
18.1
Biologie voor jou boek 4 t/m 6 (nr 5: Thema 4 hoofdstuk 1, Hoofdstuk 2)
(nr 6: Thema 1 hoofdstuk 5)
www.bioplek.org bovenbouw/ inhoud theorie animaties
Celregeling en communicatie
Celcyclus
Bevruchting ontwikkeling embryo
Diverse links The visible embryo
www.broedpagina.nl
http://www.menselijkembryo.tk/
http://www.slideshare.net/BiologieUU/voortplanting-
en-ontwikkeling
Leerdoelen
De startbekwame docent in de groene sector kan:
1 Aan de hand van de tekening van de eerste stadia van een embryo van
dieren toelichten.
2 Het verschil in ontwikkeling tussen dooierrijke en dooierarme embryo’s
aan de hand van een tekening toelichten
3 De verschillen en de overeenkomsten toelichten tussen een zich
ontwikkelend embryo in een kippenei en in een zoogdier (of mens)
4 Een relatie leggen tussen de verschillende cellagen in het vroege
embryonale stadium en de latere weefsels en organen in een vertebraten
(vissen, amfibieën, reptielen, vogels en zoogdieren
Voorbeeld toetsvraag:
Thema: B9 Voortplanting en ontwikkeling mens/dier Uitgewerkt
BS06
Leerdoelen
De startbekwame docent in de groene sector kan:
1 Aan de hand van de tekening van de eerste stadia van een embryo van
dieren toelichten.
Het eerste stadium bestaat uit klievingsdelingen, waarbij het
afhankelijk van de soort een holoblastische deling is of een
meroblastische deling is. Holoblastisch wil zeggen dat de
deling/klieving geheel is (holo is geheel en blasto = kiem)Komt vooral
voor bij zoogdieren (en de zee-egel.
Bij meroblastische delingen (waarbij de dooier aan één zijde zit,
vogels) heb je geen gelijke deling, want er deelt maar een gedeelte, de
ongedeelde dooier vormt het reservevoedsel.
We noemen de delingen achtereenvolgens: 2 deling, 4 deling, 8 deling en
tot en met 64 cellen de morula.
Daarna krijgen we de blastula (holle bol, of kiemblaasje en daarna
gastrula. Op dit moment begint de feitelijke differentiatie.
2 Het verschil in ontwikkeling tussen dooierrijke en dooierarme embryo’s
aan de hand van een tekening toelichten.
Dooierrijke organismen hebben veel reservevoedselnodig omdat moeder het