+Tip: Leer de PowerPoint presentaties en loer maar ff naar meneer Wietsma (topper) + BINAS!!
§1.1: Bewegingen vastleggen:
Je leert:
welke soorten beweging er zijn er hoe je ze door meting van plaats en tijd kunt
vastleggen;
hoe je van een bewegend voorwerp de (gemiddelde) snelheid berekent.
Begrippen:
Plaats = Plaats (x) druk je uit in meter (m).
Tijd = Tijd (t) druk je uit in seconde (s).
Verplaatsing = Druk je uit in meter (m) en geef je aan in Δ x ( Δx e – Δ xb)
Meetlint = Meetinstrument om langzamere bewegingen vast te leggen.
Liniaal = Zo’n langwerpig houten of ijzeren ding waar je kindjes mee kan slaan.
Stopwatch = Meetinstrument om tijd te meten.
Stroboscoop = Lamp die met vaste tussenpozen zeer korte flitsen geeft.
Videometing = Bestaat uit een serie foto’s die met vaste tussenpozen zijn gemaakt.
Gemiddelde snelheid = Geef je aan met v. De snelheid wat een beweging gemiddeld aflegt.
Momentane snelheid = De snelheid op één tijdstip.
Steilheid / Helling = De momentane snelheid van de raaklijn.
Eenparige beweging = Een beweging met constante snelheid.
Berekeningen / Formules:
Gemiddelde snelheid:
Δx
v=
Δt
vgem = de gemiddelde snelheid in meter per seconde (m/s)
Δx = de verplaatsing in meter (m)
Δ t = de daarvoor benodigde tijdsduur in seconde (s)
Omrekenen km/h naar m/s en terug:
x3,6
v (m/s) v (km/h)
:3,6
Raaklijn en momentane snelheid:
Δx
v=( )raaklijn
Δt
v = de snelheid in meter per seconde (m/s)
Δx = de verplaatsing in meter (m)
Δ t = de daarvoor benodigde tijdsduur in seconde (s)
Verplaatsing berekenen bij een eenparige beweging:
s=vxt
s = de verplaatsing in meter (m)
v = de snelheid in meter per seconde (m/s)
t = de tijdsduur in seconde (s)
, Samengevat:
Om een beweging vast te leggen, moet je voor verschillende tijdstippen de plaats van het
voorwerp meten. Dat kan bij langzame bewegingen met een stopwatch en meetlint of
liniaal. Bij snelle bewegingen gebruik je een stroboscopische foto of een videometing.
Δx
De gemiddelde snelheid is de verplaatsing gedeeld door de benodigde tijdsduur: v=
Δt
Een beweging met constante snelheid noem je een eenparige beweging. De (x,t)-grafiek is
dan een schuine, rechte lijn. De constante snelheid is gelijk aan de steilheid van deze lijn. De
verplaatsing bereken je met: s = v x t
De snelheid op een bepaald tijdstip (momentane snelheid) is gelijk aan de steilheid van de
Δx
raaklijn aan de (x,t)-grafiek op dat tijdstip: v=( )raaklijn
Δt
Hoe groter de steilheid van de (x,t)-grafiek is, hoe groter de snelheid van het voorwerp.
Je kunt nu:
beschrijven hoe je een beweging vastlegt en een plaats-tijddiagram maken;
uitleggen wat het verschil is tussen een eenparige en een niet-eenparige beweging;
in een plaats-tijddiagram herkennen of een beweging eenparig is of niet;
de snelheid en de gemiddelde snelheid bepalen uit een (x,t)-diagram;
rekenen aan eenparige bewegingen.
§1.2: Snelheidsgrafieken:
Je leert:
hoe je een beweging vastlegt door het meten van snelheid en tijd;
hoe je uit een (v,t)-diagram de verplaatsing kunt bepalen;
het verschil te beschrijven tussen een beweging met constante snelheid en een
beweging waarbij de snelheid veranderd.
Begrippen:
Eenparige rechtlijnige beweging = Een eenparige beweging tentoongesteld aan de hand van
een grafiek: de lijn is een rechte lijn.
Berekeningen / Formules:
Verplaatsing berekenen in een (v,t)-diagram: hoogte = constante snelheid v
breedte = tijdsduur t
CONSTANT !!!!
Verplaatsing berekenen in een (v,t)-diagram:
aantal hokjes tellen onder de lijn;
schatten, vergelijk onder de grafiek met een meetkundige figuur (driehoek,
rechthoek etc)