AKOESTIEK
1. Inleiding
Akoestiek is de leer van het geluid.
Wanneer we de kosten van het akoestisch ontwerp in het bouwproces meenemen, zullen
deze beperkt worden tot > 0,5% van de totale gebouwkosten. Wanneer we hier na het
bouwproces nog bijkomende renovaties moeten voor uitvoeren kunnen de kosten
aanzienlijk hoog oplopen.
2. Basisbegrippen
Geluid plant zich via een medium (lucht, gas, vloeistof of vaste stof).
Een geluidsbron onderbreekt de gelijkmatige drukverdeling waardoor kleine, wisselende en
opeenvolgende over- en onderukjes in alle richtingen uitbreiden.
Deze geluidsgolven brengen ons trommelvlies en de muren en vloeren van de kamer
waarin de geluidsbron aanwezig is, aan het trillen.
3 componenten nodig voor geluid:
- een geluidsbron
- een geluidsvoortplanting
- het geluid in het ontvangstpunt
Een geluidsgolf bestaat uit een Amplitude, een periode en een frequentie.
Amplitude = sterkte
De amplitude bepaalt de sterkte van het geluid en wordt uitgedrukt in decibel dB.
2 gelijke geluiddrukniveau’s bij elkaar opgeteld geeft een verhoging van 6
decibel.
Frequentie = de toonhoogte
De frequentie is het aantal trillingen per seconde uitgedrukt in Hertz Hz.
Periode = de lengte van de geluidsgolf
1. Inleiding
Akoestiek is de leer van het geluid.
Wanneer we de kosten van het akoestisch ontwerp in het bouwproces meenemen, zullen
deze beperkt worden tot > 0,5% van de totale gebouwkosten. Wanneer we hier na het
bouwproces nog bijkomende renovaties moeten voor uitvoeren kunnen de kosten
aanzienlijk hoog oplopen.
2. Basisbegrippen
Geluid plant zich via een medium (lucht, gas, vloeistof of vaste stof).
Een geluidsbron onderbreekt de gelijkmatige drukverdeling waardoor kleine, wisselende en
opeenvolgende over- en onderukjes in alle richtingen uitbreiden.
Deze geluidsgolven brengen ons trommelvlies en de muren en vloeren van de kamer
waarin de geluidsbron aanwezig is, aan het trillen.
3 componenten nodig voor geluid:
- een geluidsbron
- een geluidsvoortplanting
- het geluid in het ontvangstpunt
Een geluidsgolf bestaat uit een Amplitude, een periode en een frequentie.
Amplitude = sterkte
De amplitude bepaalt de sterkte van het geluid en wordt uitgedrukt in decibel dB.
2 gelijke geluiddrukniveau’s bij elkaar opgeteld geeft een verhoging van 6
decibel.
Frequentie = de toonhoogte
De frequentie is het aantal trillingen per seconde uitgedrukt in Hertz Hz.
Periode = de lengte van de geluidsgolf