Paologie hitmestrnien
Het hart van verschillende kanten bekeken
Het hart is een spier en heeft dus bloed nodig. Zonder bloed
gaat het hart dood. Dit gebeurt met behulp van de
coronaire circulatie (kransslagaders) vanuit de aorta.
Op het moment dat de bloedvoorziening het niet doet krijg
je problemen. Door atherosclerose kun je angina pectoris
krijgen, en hierdoor weer een myocardinfarct.
Het is dus ook heel belangrijk om preventief te
werken. CVRM: cardiovasculair research
management. Dit is de preventie van hart- en
vaatziekten.
Het hart is een pomp. De pomp werkt door een
aantal dingen:
• Preload: Hoeveel bloed komt er in het hart.
• Contractiliteit: Hoe hard kan het hart
samentrekken.
• Afterload: De druk waartegen het hart moet
werken om bloed uit te stoten.
De kleppen in het hart zijn heel belangrijk. Ze zorgen ervoor dat het bloed
in één richting stroomt en dus niet terug.
Wanneer de pompfunctie niet meer werkt krijg je last van hartfalen. Dit
kan links of rechts zijn, maar ook systolisch of diastolisch. Systolisch wil
zeggen dat je een groot, slap hart hebt wat niet goed kan uitpompen.
Diastolisch betekent een dik hart wat minder kan vullen en dus ook
minder kan uitpompen.
Het hart klopt door het elektrisch systeem. Wanneer hier iets mis gaat,
kan de patient dood gaan. We spreken in dit geval van ritmestoornissen.
Hierbij zijn verschillende onderdelen van belang, zoals de hersenen,
zenuwen, sinusknoop, AV knoop, his en purkinjevezels.
, Hartkleppen
Bovenste holle ader
Aorta
Longslagader
Linker atrium (boezem)
Vier longaders
Rechter atrium (boezem)
(Pulmonalisklep)
Halvemaanvormige kleppen Mitralis klep
(Aortaklep)
Halvemaanvormige kleppen
Tricuspidalis klep
Linker ventrikel (kamer)
Rechter ventrikel (kamer)
Onderste holle ader
Functionele anatomie van het hart
Links is het myocard van het ventrikel veel dikker dan rechts. Dit is een
functioneel verschil in belasting.
De kleppen zorgen dat het bloed in
één richting stroomt. Ze voorkomen
dat het bloed terugstroomt.
Sluit een klep niet, of niet helemaal goed,
kan het dat het bloed terug stroomt. We
spreken dan van regurgitatie/insufficiëntie.
Zit een klep helemaal dicht spreken we
van stenose. Dit kan bijvoorbeeld door
verkalking. Door de verkalking kunnen
de kleppen niet goed meer open. Het
hart moet nu heel hard pompen om
het bloed langs de kleppen te krijgen.
Uiteindelijk lijdt dit tot hartfalen.
Het vezelig skelet ondersteunt de kleppen
en spiercellen.
Het hart van verschillende kanten bekeken
Het hart is een spier en heeft dus bloed nodig. Zonder bloed
gaat het hart dood. Dit gebeurt met behulp van de
coronaire circulatie (kransslagaders) vanuit de aorta.
Op het moment dat de bloedvoorziening het niet doet krijg
je problemen. Door atherosclerose kun je angina pectoris
krijgen, en hierdoor weer een myocardinfarct.
Het is dus ook heel belangrijk om preventief te
werken. CVRM: cardiovasculair research
management. Dit is de preventie van hart- en
vaatziekten.
Het hart is een pomp. De pomp werkt door een
aantal dingen:
• Preload: Hoeveel bloed komt er in het hart.
• Contractiliteit: Hoe hard kan het hart
samentrekken.
• Afterload: De druk waartegen het hart moet
werken om bloed uit te stoten.
De kleppen in het hart zijn heel belangrijk. Ze zorgen ervoor dat het bloed
in één richting stroomt en dus niet terug.
Wanneer de pompfunctie niet meer werkt krijg je last van hartfalen. Dit
kan links of rechts zijn, maar ook systolisch of diastolisch. Systolisch wil
zeggen dat je een groot, slap hart hebt wat niet goed kan uitpompen.
Diastolisch betekent een dik hart wat minder kan vullen en dus ook
minder kan uitpompen.
Het hart klopt door het elektrisch systeem. Wanneer hier iets mis gaat,
kan de patient dood gaan. We spreken in dit geval van ritmestoornissen.
Hierbij zijn verschillende onderdelen van belang, zoals de hersenen,
zenuwen, sinusknoop, AV knoop, his en purkinjevezels.
, Hartkleppen
Bovenste holle ader
Aorta
Longslagader
Linker atrium (boezem)
Vier longaders
Rechter atrium (boezem)
(Pulmonalisklep)
Halvemaanvormige kleppen Mitralis klep
(Aortaklep)
Halvemaanvormige kleppen
Tricuspidalis klep
Linker ventrikel (kamer)
Rechter ventrikel (kamer)
Onderste holle ader
Functionele anatomie van het hart
Links is het myocard van het ventrikel veel dikker dan rechts. Dit is een
functioneel verschil in belasting.
De kleppen zorgen dat het bloed in
één richting stroomt. Ze voorkomen
dat het bloed terugstroomt.
Sluit een klep niet, of niet helemaal goed,
kan het dat het bloed terug stroomt. We
spreken dan van regurgitatie/insufficiëntie.
Zit een klep helemaal dicht spreken we
van stenose. Dit kan bijvoorbeeld door
verkalking. Door de verkalking kunnen
de kleppen niet goed meer open. Het
hart moet nu heel hard pompen om
het bloed langs de kleppen te krijgen.
Uiteindelijk lijdt dit tot hartfalen.
Het vezelig skelet ondersteunt de kleppen
en spiercellen.