Sessie 1
Schaalvariabele maken
Transform → compute variable → statistical → mean.
Je gebruikt MEAN.N. De “N” is het aantal observaties die minimaal nodig zijn om een
schaalscore te berekenen. Bijvoorbeeld: minimaal 22 observaties geeft MEAN.22(item 1 to
item 26)*26).
Je doet rnd om op ronde getallen uit te komen en keer 26 omdat het 26 items zijn.
Je gebruikt MEAN.N bij tests die gedrag of reacties meten. Je gebruikt de SUM scale bij
performance tests met missende waarden.
Z-scores
Descriptives → save standardized values as variables
Independent samples t-test (bijv vergelijken jongens en meisjes)
Analyze → Compare means → Independent samples t-test
Levene’s test
1. Niet significant >0.05: Je kijkt in de bovenste rij (equal variances)
2. Significant <0.05: Je kijkt in de onderste rij (geen equal variances)
Nulhypothese is: varianties zijn gelijk.
Als je de nulhypothese kan verwerpen, kijk je dus in de rij met ongelijke varianties.
, Kans berekenen dat een kind een score heeft van 20 of minder
Je gaat uit van een normale verdeling en je kan CDF.normal gebruiken
Transform → compute variable → CDF.Normal(Zscalescore, 0,1)
Je gaat namelijk uit van een normale verdeling, bij z-scores is gemiddelde 0 en SD 1.
Je kijkt daarna in de dataset bij een schaalscore van 20 en ziet dan dan de kans op 20 of
lager 0.35 is.
Schaalvariabele maken
Transform → compute variable → statistical → mean.
Je gebruikt MEAN.N. De “N” is het aantal observaties die minimaal nodig zijn om een
schaalscore te berekenen. Bijvoorbeeld: minimaal 22 observaties geeft MEAN.22(item 1 to
item 26)*26).
Je doet rnd om op ronde getallen uit te komen en keer 26 omdat het 26 items zijn.
Je gebruikt MEAN.N bij tests die gedrag of reacties meten. Je gebruikt de SUM scale bij
performance tests met missende waarden.
Z-scores
Descriptives → save standardized values as variables
Independent samples t-test (bijv vergelijken jongens en meisjes)
Analyze → Compare means → Independent samples t-test
Levene’s test
1. Niet significant >0.05: Je kijkt in de bovenste rij (equal variances)
2. Significant <0.05: Je kijkt in de onderste rij (geen equal variances)
Nulhypothese is: varianties zijn gelijk.
Als je de nulhypothese kan verwerpen, kijk je dus in de rij met ongelijke varianties.
, Kans berekenen dat een kind een score heeft van 20 of minder
Je gaat uit van een normale verdeling en je kan CDF.normal gebruiken
Transform → compute variable → CDF.Normal(Zscalescore, 0,1)
Je gaat namelijk uit van een normale verdeling, bij z-scores is gemiddelde 0 en SD 1.
Je kijkt daarna in de dataset bij een schaalscore van 20 en ziet dan dan de kans op 20 of
lager 0.35 is.